Man ten onrechte op sanctielijst geplaatst | Raad van State

Mensen kunnen op sanctielijsten worden gezet met als gevolg dat iedereen die financiële middelen van die personen onder zich heeft, die middelen moet ‘bevriezen’. Zo’n plaatsing op een sanctielijst kan bijvoorbeeld plaats vinden als wordt vermoed dat iemand terrorist is; een strafrechtelijke veroordeling is niet nodig. Het proces van aanwijzing gaat er niet altijd even zorgvuldig aan toe.

De gang van zaken bij plaatsing op een sanctielijst was aan de orde in een door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde zaak. In die zaak had de minister van Buitenlandse Zaken in 2010 een man op de sanctielijst geplaatst vanwege zijn activiteiten voor de Tamiltijgers. De minister had dat gedaan, vanwege het besluit van de Raad van de Europese Unie om de Tamiltijgers op de Europese terrorismelijst te plaatsen.

De Afdeling oordeelde dat de betreffende antiterrorismeregels geen grondslag konden vormen om de man op de sanctielijst te plaatsen. Reden: een dergelijke aanwijzing heeft op grond van de betreffende regels tot doel te voorkomen dat een persoon terroristische daden onderneemt, het is een preventieve maatregel. Zo’n preventieve maatregel moet door de Minister onderbouwd worden aan de hand van specifieke omstandigheden. Als er geen gevaar is dat iemand terroristische daden onderneemt, is plaatsing op de sanctielijst onjuist evenals de financiële sancties die daar een gevolg van zijn.

6.1. (…) Gezien het karakter van Resolutie 1373, welke gericht is op preventie, kon [appellant] ten tijde van het aanwijzingsbesluit en het besluit op het daartegen gemaakte bezwaar slechts onder de kring van personen en organisaties bedoeld in die resolutie vallen als er toen – ondanks de nederlaag van de LTTE – nog gevaar was dat hij betrokken zou zijn bij terroristische activiteiten. De Afdeling zal, mede in het licht van de hiervoor genoemde arresten van het Hof van Justitie van 14 maart 2017 en 26 juli 2017, hierna uiteenzetten dat en waarom zij van oordeel is dat zulk gevaar niet volgt uit de op [appellant] persoonlijk betrekking hebbende omstandigheden waarop de minister zich heeft gebaseerd. (…)

6.2. (…)
Voor zover in het arrest van het gerechtshof concrete feiten van na mei 2009 aan de orde zijn gesteld, ging het allereerst om betrokkenheid bij jaarlijks georganiseerde “Heldendagen”, zoals op 27 november 2009. Het gerechtshof was van oordeel dat een opzwepende toespraak die [appellant] op de “Heldendag” van die datum heeft gehouden, niet strafbaar was, mede gezien het karakter van de bijeenkomst. Het gerechtshof heeft daarbij overwogen dat de “Heldendagen” in het teken stonden van het herdenken van omgekomen LTTE-strijders en dat de toespraak onvoldoende directe aansporingen tot financiële steun of concrete deelneming aan gewelddadige activiteiten bevatte. Verder ging het om de verspreiding van affiches met uitnodigingen voor “Heldendagen” en andere bijeenkomsten en van dvd’s en kalenders met een volgens het gerechtshof voornamelijk verhalend en herdenkend karakter. Naar het oordeel van het gerechtshof hielden de affiches, dvd’s en kalenders geen directe of indirecte oproep tot het plegen van strafbare feiten in. Het gerechtshof heeft op grond van deze overwegingen over de “Heldendagen”, affiches, dvd’s en kalenders [appellant] vrijgesproken van opruiing en verspreiding ter opruiing.

6.3. (…)
De Afdeling concludeert daarom dat [appellant] ten tijde van het aanwijzingsbesluit en het besluit op het daartegen gemaakte bezwaar niet meer behoorde tot de kring van personen en organisaties, bedoeld in Resolutie 1373. Dit betekent dat de minister niet bevoegd was om het aanwijzingsbesluit te nemen. Het betoog van [appellant] slaagt.

 

Meer informatie:

 


Aanvulling 28 juli 2020
In het kader van deze uitspraak is het ook nuttig om te melden dat het Hof van Justitie van de Europese Unie meerdere uitspraken heeft gedaan over het respecteren van de grondrechten bij het plaatsen van mensen op sanctielijsten. Zie het verslag van het Hof over 2019, waarin wordt gesproken over Oekraïense zaken:

In een reeks arresten heeft het Gerecht de besluiten van de Raad nietig verklaard tot bevriezing van de tegoeden van zeven Oekraïense persoonlijkheden, waaronder de voormalige president van Oekraïne Viktor Yanukovych, tegen wie in die staat strafprocedures wegens verduistering van overheidsmiddelen liepen. Het Gerecht verweet de Raad met name dat hij verzuimd had na te gaan of de Oekraïense autoriteiten de grondrechten zoals de rechten van de verdediging en het recht op effectieve rechterlijke bescherming in acht hadden genomen in die procedures.

Arrest Yanukovych/Raad e.a. van 11 juli 2019, T-244/16 e.a.

 

Aanvulling 2 september 2020
Uit de hoek van de internationale organisaties komt kritiek op de sanctiepraktijken. OHCHR (Office of the High Commissioner for Human Rights), UN Human Rights, heeft in mei 2019 de Amerikanen gekappitteld wegens hun sanctiemaatregelen, waarbij mensenrechten worden geschonden, lees: US sanctions violate human rights and international code of conduct, UN expert says. Het bericht:

US sanctions violate human rights and international code of conduct, UN expert says

GENEVA (6 May 2019) – An independent expert appointed by the Human Rights Council has expressed deep concern at the recent imposition of unilateral coercive measures on Cuba, Venezuela and Iran by the United States, saying the use of economic sanctions for political purposes violates human rights and the norms of international behaviour. Such action may precipitate man-made humanitarian catastrophes of unprecedented proportions.

“Regime change through economic measures likely to lead to the denial of basic human rights and indeed possibly to starvation has never been an accepted practice of international relations,” said Idriss Jazairy, the UN Special Rapporteur concerned with the negative impact of sanctions. “Real concerns and serious political differences between governments must never be resolved by precipitating economic and humanitarian disasters, making ordinary people pawns and hostages thereof.”

The implementation of Title III of the Helms Burton Act – allowing U.S. citizens to file lawsuits against Cuban entities and foreign companies over property seized and used following Fidel Castro’s 1959 revolution – ignored protests by the European Union and Canada and was a direct attack on European and Canadian companies in Cuba, where they are the top foreign investors.

“The resort by a major power of its dominant position in the international financial arena against its own allies to cause economic hardship to the economy of sovereign States is contrary to international law, and inevitably undermines the human rights of their citizens,” the Special Rapporteur said.

On 17 April the United States banned the Central Bank of Venezuela from conducting transactions in US dollars after 17 May, and will cut off access to US personal remittances and credit cards by March 2020.

“It is hard to figure out how measures which have the effect of destroying Venezuela’s economy, and preventing Venezuelans from sending home money, can be aimed at ‘helping the Venezuelan people’, as claimed by the US Treasury,” the expert said.

His statements follow claims in a recent report published by the Washington-based Centre for Economic and Policy Research that 40,000 people may have died in Venezuela since 2017 because of US sanctions.

Jazairy also said he was concerned the US would not renew waivers for international buyers of Iranian oil, despite protests from NATO ally Turkey, among others. Washington has demanded that all remaining States which benefited from waivers stop purchases on May 1, or face sanctions.

“The extraterritorial application of unilateral sanctions is clearly contrary to international law,” the expert said. “I am deeply concerned that one State can use its dominant position in international finance to harm not only the Iranian people, who have followed their obligations under the UN-approved nuclear deal to this day, but also everyone in the world who trades with them.

“The international community must come together to challenge what amounts to blockades ignoring a country’s sovereignty, the human rights of its people, and the rights of third countries trading with sanctioned States, all while constituting a threat to world peace and security.

“I call on the international community to engage in constructive dialogue with Venezuela, Cuba, Iran and the United States to find a peaceful resolution in compliance with the spirit and letter of the Charter of the United Nations before the arbitrary use of economic starvation becomes the new ‘normal’.”

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Sanctieregels en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s