Wwft-verplichtingen crypto aanbieders onder vuur | Bitonic uitspraak

Een van de fascinerendste witwaswetgevingsverschijnselen van de afgelopen tijd is dat het Ministerie van Financiën een vergunningplicht voor crypto-aanbieders in witwasbestrijdingswet Wwft [*] heeft ondergebracht, die verhullend ‘registratieplicht’ wordt genoemd. De Wwft is geen vergunningenwet.

Nu de cryptomunten een variant op geld zijn, is logisch om de vergunningplicht in de Wet op het financieel toezicht op te nemen, of een eigen parallelle wet (zie mijn consultatiebijdrage). Ik blijf het raadselachtig vinden waarom de wetgever aan de Wwft heeft vastgehouden.

Bij de totstandkoming van de regelgeving voor crypto aanbieders viel op dat zij zich actief met het proces bemoeiden. Dat is anders dan bij vele andere Wwft-plichtige ondernemingen die het over zich heen laten komen en hopen dat de regels ergens goed voor zijn. Ook na de inwerkingtreding van de nieuwe regels roerden de crypto aanbieders zich.

Bitonic kort geding

Crypto aanbieder Bitonic kwam in het nieuws met een kort geding, met als inzet de eis van DNB dat Bitonic de regels inzake screening tegen de sanctielijsten op een door DNB gewenste wijze moet naleven, in de uitspraak als ‘het registratievereiste’ aangeduid. Het registratievereiste is onderdeel van de vergunningvoorwaarden voor crypto aanbieders. Op 7 april werd uitspraak gedaan door de kort geding rechter, die oordeelt dat het registratievereiste niet evident onjuist of onrechtmatig is (daarvoor is meer onderzoek nodig). De rechter overweegt dat het in de rede ligt dat DNB met Bitonic in gesprek gaat over de wijze van naleving van de sanctieregels en draagt DNB op om binnen zes weken op het bezwaar van de crypto aanbieder te beslissen.

Op de site van de rechtspraak is een nieuwsbericht over de uitspraak te vinden:

Verzoek Bitonic is ontvankelijk maar geen schorsing registratievereiste
Rotterdam, 07 april 2021

De voorzieningenrechter van de rechtbank in Rotterdam heeft vandaag beslist dat het verzoek van Bitonic om een voorlopige voorziening ontvankelijk is. De door Bitonic gevraagde voorziening – het opschorten van het door haar ter discussie gestelde registratievereiste – wordt niet toegewezen. Wel wordt de voorziening getroffen dat DNB binnen zes weken op het bezwaar van Bitonic dient te beslissen, zodat Bitonic zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt over het registratievereiste.

Registratie
In november 2020 heeft De Nederlandse Bank (DNB) bij besluit cryptomuntenhandelaar Bitonic een registratie verleend als aanbieder van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en bewaarportemonnees (het aanbieden van cryptodiensten).
Deze registratie is verplicht op basis van artikel 23b, eerste en tweede lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Vereiste
Een van de vereisten die bij de registratie worden gesteld is dat Bitonic de identiteit van een klant vaststelt, controleert en screent tegen de sanctielijsten. Dat betekent volgens DNB dat Bitonic bij iedere transactie van en naar een externe wallet moet vaststellen dat deze persoon daadwerkelijk de ontvanger of verzender is. Hiertegen heeft Bitonic bezwaar gemaakt bij DNB. Bitonic stelt dat die vereiste geen deugdelijke wettelijke basis heeft en in strijd is met de privacyregelgeving.

Ontvankelijkheid
DNB stelt zich op het standpunt dat het registratievereiste rechtstreeks voortvloeit uit de wet en daarmee geen onderdeel uitmaakt van het besluit. De voorzieningenrechter is met Bitonic van oordeel dat uit het besluit volgt dat het registratievereiste onlosmakelijk met het besluit verbonden is en daarmee een zelfstandig onderdeel van het besluit is.
Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat er sprake is van een voldoende spoedeisend belang bij het beoordelen van het verzoek van Bitonic.
Dat bij elkaar betekent dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het verzoek van Bitonic ontvankelijk is.

Geen schorsing, eerst beslissing op bezwaar
De voorzieningenrechter geeft een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het registratievereiste.
Hoewel DNB zich op het standpunt stelt dat zij de ruimte aan aanbieders biedt om oplossingen te kiezen, is het uitgangspunt van DNB wel dat Bitonic bij elke transactie – ook bij transacties waarbij de cliënt cryptovaluta verzendt naar of ontvangt van zijn eigen wallet – de identiteit en de woonplaats van de tegenpartij vaststelt en vaststelt dat deze persoon ook daadwerkelijk de ontvanger of verzender is.
De vraag is of dat proportioneel en noodzakelijk is om de doelstellingen van de wetgeving na te leven. Dit betekent niet dat het registratievereiste evident onjuist of onrechtmatig is. Daarvoor is meer onderzoek nodig.
De voorzieningenrechter weegt de belangen af. Het registratievereiste wordt niet geschorst. Wel moet DNB het registratievereiste nader motiveren in de beslissing op bezwaar. Het ligt in de rede dat DNB in dat kader in gesprek gaat met Bitonic over de wijze waarop zij haar verplichtingen op grond van de Sanctieregelgeving naleeft.
De voorzieningenrechter draagt DNB op om binnen 6 weken op het bezwaar van Bitonic te beslissen.

De uitspraak staat hier.

Opvallend aan de zaak is dat DNB het verschaffen van de Wwft-vergunning koppelt aan de naleving van andere regels, namelijk de sanctieregelgeving. Het naleven van de sanctieregelgeving (registratievereiste) is een eis aan de Wwft-vergunning, die volgens Bitonic niet is gebaseerd op Europees recht, de Wwft en de Nederlandse sanctiewet.

Een bredere beoordeling – zo overweegt de voorzieningenrechter – is iets voor een bodemprocedure, maar hij betwijfelt of het registratievereiste correct is uitgewerkt:

6.3 Bij de voorzieningenrechter bestaan echter twijfels of DNB, gelet op de (Europese) wet- en regelgeving, het registratievereiste heeft kunnen uitwerken op de wijze waarop zij dat in dit geval heeft gedaan.

6.4 In het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 3 juni 2019 (Kamerstukken II 2018-2019, 35 245, nr. 4) is uitdrukkelijk opgenomen dat de Richtlijn het niet mogelijk maakt om de daarin voorgeschreven registratieplicht vorm te geven als een (verdergaande) vergunningplicht met voorafgaande toetsing. De maatregel moet proportioneel zijn ten opzichte van de lasten die dat meebrengt voor de dienstverleners. In de Memorie van Toelichting bij de Implementatiewet (Kamerstukken II 2018–2019, 35 245, nr. 3) is naar aanleiding van het aanvankelijke voorstel tot vergunningplicht onder meer op het gevaar gewezen dat er in Europa een ongelijk speelveld ontstaat omdat aanbieders van omwisseldiensten en bewaarportemonnees in landen buiten de Unie aan minder strenge eisen hoeven te voldoen. Voorts is opgemerkt dat nu het wetsvoorstel niet langer een vergunningplicht maar een registratieplicht bevat, de regulering van deze aanbieders in Nederland niet strenger is dan in andere lidstaten. Nederland voldoet met dit wetsvoorstel aan het (minimale) niveau van harmonisatie waartoe de Richtlijn verplicht.

De invulling die DNB aan het registratieregime heeft gegeven in het geval van Bitonic lijkt naar voorlopig oordeel kenmerken te vertonen van een vergunningsregime, nu de invulling van het registratievereiste is onderworpen aan een vrij ver gaande voorafgaande toetsing.

6.5 De in artikel 2 van de RtSw vereiste ‘adequate controle van de administratie van de instelling op het overeenkomen van de identiteit van een relatie met een (rechts)persoon of entiteit, als bedoeld in de Sanctieregelgeving’ is een open norm die door de instelling zelf dient te worden ingevuld. Hoewel DNB zich op het standpunt stelt dat zij de ruimte aan aanbieders biedt om oplossingen te kiezen, is het uitgangspunt van DNB wel dat Bitonic bij elke transactie – ook bij transacties waarbij de cliënt cryptovaluta verzendt naar of ontvangt van zijn eigen wallet – de identiteit en de woonplaats van de tegenpartij vaststelt en vaststelt dat deze persoon ook daadwerkelijk de ontvanger of verzender is. Uit de toelichting bij de RtSw valt niet direct af te leiden dat bij elke transactie met cryptovaluta door de onderneming geverifieerd zou moeten worden dat het cryptoadres c.q. de wallet ook aan de klant te koppelen is. Het registratievereiste betekent echter dat bij elke transactie – ongeacht het bedrag daarvan – middels bijvoorbeeld beeldbellen en/of een screenshot – moet worden gecontroleerd of dit adres wel bij de klant hoort. De vraag is of dat proportioneel is. Daarnaast brengt deze invulling een extra administratieve belasting voor zowel Bitonic als de klant met zich. De vraag is ook of het vereiste in het geval van Bitonic noodzakelijk is en of het de meest effectieve manier is om de doelstellingen van de wetgeving na te leven. Bitonic heeft zich op het standpunt gesteld dat zij vele andere maatregelen heeft getroffen om aan de Wwft en Sw te voldoen die effectiever zijn dan het door DNB gestelde registratievereiste. Bitonic heeft bij acceptatie van de klant zijn identiteit en woonplaats reeds vastgesteld en geverifieerd. Klanten kunnen de diensten uitsluitend afnemen indien zij deelnemen aan het reguliere betalingsverkeer. Bitonic handelt geen transacties in contanten af. Bitonic maakt voor de aankoop van bitcoins door klanten gebruik van IDEAL. Bij de verkoop van bitcoins accepteert Bitonic uitsluitend IBAN-rekeningnummers in de SEPA-bankenzone. De betaling en ontvangen betaalgegevens herbevestigen de identiteit van de klant en worden aanvullend gecontroleerd aan de hand van de klantgegevens. Voornoemde omstandigheden maken mogelijk het gevreesde risico dat transacties plaatsvinden naar een persoon die op een sanctielijst staat klein(er).

Op basis hiervan oordeelt de kort geding rechter dat er alle aanleiding is voor DNB om de bezwaren van Bitonic nader te onderzoeken in het kader van een bezwaarprocdure. Daarbij is de rechter bereid om een voorlopige voorziening te treffen waarmee wordt bewerkstelligd dat Bitonic zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt over het registratievereiste, inhoudend dat DNB moet spoed moet beslissen.

Nog meer op komst

Er is voor crypto partijen meer regelgeving op komst. Nu het een vorm van geld is gebeuren er zowel goede als slechte dingen mee (net als met gewoon geld) en ligt het voor de hand dat gelijksoortige regelgeving gewenst is.

FATF is er al langere tijd mee bezig (lees de pagina over virtual assets en zie onder meer dit) en Europa is aan het broeden (zie bijvoorbeeld dit rapport van april 2020). De Bank for International Settlements (BIS) bracht een paper uit over witwastoezicht op cryptoaanbieders, lees dit.

[*] Op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is een groot deel van het bedrijfsleven verplicht om criminaliteit op te sporen en te melden bij de overheid.

 

Diverse media schreven over de uitspraak, onder meer NRC, FD en De Volkskrant.

 


Aanvulling 21 mei 2021
Inmiddels is bekend geworden dat DNB het standpunt heeft gewijzigd. Zie het bericht van Bitonic. Verder is er over geschreven door onder meer het NRC.

 

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Wwft-verplichtingen crypto aanbieders onder vuur | Bitonic uitspraak

  1. r grootveld zegt:

    Wat is nu de functie van een crypto-aanbieder nog? En wat de functie van cryptovaluta? Hebben we niet gewoon te maken met een bank en een nieuwe vorm van geld? Wat is er nog over van de meerwaarde waar men zo over verrukt van was? En al is de hier beschreven eis wel wat erg strikt, ze dienen dan toch gewoon te voldoen aan de Wwft!? En sinds wanneer hebben we het over een Wwft-vergunning? Of is dat specifiek voor de crypto-aanbieders?

    Maar ik vind het sowieso nogal raar. Betekent het niet dat er gewoon nieuwe geldscheppers bij zijn gekomen? Die niet onder controle van de Nederlandse Bank staan (of anders de ECB). De productie van Bitcoins bij voorbeeld gaat gewoon door. Die komen terecht in de zakken van de ontsleutelraars. Die je dan vervolgens kunt inwisselen tegen normale valuta. Of moet je het zien als een bellegingsinstrument? Waarbij de ontsleutelaars aandelen produceren. Hoe dan ook, er ontstaat waarde uit niets. Vooral als men er mee gaat betalen. En als de staat belasting gaat heffen! ?Het gaat om niet misselijke bedragen -hoewel op de balans van de staat misschien peanuts.
    Ik meende dat een overheid elk initiatief uit de samenleving om geld te produceren niet zo maar zou accepteren (vals geld drukken!). Waarom zou ik niet een eigen circuit scheppen met IOY’s?

    Al met al komt het op mij toch over als een wankele aangelegenheid waarvan de gevolgen nauwelijks zijn te overzien.

    • Crypto aanbieders hebben iets nodig op grond van de Wwft, wat de wetgever een ‘registratie’ noemt maar de facto een vergunning is. Ik vind dat het niet in de Wwft thuis hoort, slechte beurt van het Ministerie van Financiën.
      Deze aanbieders spelen een gelijksoortige rol als banken, al blijf ik het concept cryptovaluta schimmig, zeker nu de valuta moeten worden ‘gemijnd'(‘mined’), met veel computerrekenkracht. Het maakt de indruk van een piramidespel.

      • BakkerBundy zegt:

        Allereerst: leuk artikel! Ik ben het met je eens inzake je stelling omtrent het verkapte vergunningsregime. Het argument dat je ‘cryptovaluta’ echter schimmig vindt, omdat het moet worden ‘gemijnd’, raakt mijns inziens echter kant noch wal. Bitcoin heeft een vaste marktkapitalisatie van 21 miljoen. Er worden nu ongeveer elke 10 minuten 6,25 Bitcoin gemijnd door ‘miners’. Dit worden er minder na elke ‘halvening’. Zonder verder diep op het protocol in het gaan, wil ik je meegeven dat de miners (en ook nodes) zich over de gehele wereld bevinden. Dit maakt het netwerk an sich decentraal. Meerdere van deze miners zijn ook beursgenoteerd. Centrale banken die hun balansen laten exploderen door ongebreideld geld ‘bij te drukken’ vind ik persoonlijk een stuk schimmiger, dan crypto (lees: Bitcoin) wat volgens vaste regels in omloop wordt gebracht en waarvan de hoeveelheid op voorhand vaststaat. Er bestaan zeker piramidespellen in de wereld van crypto, maar Bitcoin is dat zeker niet.

      • Dank voor je reactie. Het ‘mining’ gebeuren begrijp ik niet, daar zal ik me eens meer in moeten verdiepen. Datzelfde geldt voor het verhaal dat centrale banken (of andere banken) geld zouden maken. Het gewone geld gebeuren, met beurzen en centrale banken is al moeilijk genoeg. Helaas ontbreekt me de tijd…
        Het staat buiten kijf dat het goed is als er alternatieven komen voor banken, zeker nu banken bezig zijn zich terug te trekken uit diensten gericht op consumenten en midden- en kleinbedrijf.

  2. r grootveld zegt:

    De miners, die ik ontsleuteraars noemde bij gebrek aan beter, gebruiken inderdaad veel rekenkracht (en bergen energie, als het daar op aankomt; wat overigens geldt voor de gehele digitale dienstverlening). Zij ontsleutelen een of andere code die nodig is om een blockchain af te sluiten. Dat levert een systeem van op elkaar gestapelde met een hashcode beschermde blockchains waarin alle transacties liggen opgeslagen. En die keten staat op meerder, zo niet vele computers. Zo moet worden gegarandeerd dat er niet met de transacties kan worden geknoeid. Overigens kun je de rekenkracht voor het minen tegenwoordig huren. Wat ik een vreemde ontwikkeling vind die lijnrecht ingaat tegen de idealistische propaganda toen het systeem werd ingevoerd.
    De bezitters van Bitcoins hebben een portemonnee waarin zich hun Bitcoins bevinden en waar alleen zij bij kunnen. Een amerikaan (meen ik) is zijn code kwijt en de bitcoins die hij ooit verkreeg zitten nu achter slot en grendel. Terwijl ze inmiddels vele miljoenen waard zijn. Aardigheidje.
    Wat ik niet begrijp is die stapel. Ik begrijp dat alle transacties daarin liggen opgeslagen. En dan moet bij elke nieuwe transactie die gehele keten worden doorlopen. Die dus blijft groeien en nooit kan worden ingekort!? Zo begrijp ik het. Verder lijkt mij die hele cryptovaluta een bedenkelijke bubbel. Want er wordt niets gegarandeerd en als die markt instort zijn veel mensen de verliezers en een paar zijn er buitengewoon rijk van geworden. Ik heb het genoegen mogen smaken er een op tv te zien. Een opgeblazen nieuwe rijke die elke dag een nieuwe bolide koopt. Ook niet bepaald wat de goeroes bedoelden, lijkt me.
    En ja, banken scheppen geld. Ik begrijp ook niet goed hoe dat zit. Het lijkt er echter op dat dat aan diezelfde banken ten goede komt. Ze lenen dat geld bij voorbeeld uit. Als je daar over leest vliegen de miljarden je om de oren. Maar ik wil het niet meteen verdacht maken, aangezien ik er verder niet veel van weet.

Laat een reactie achter op r grootveld Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s