Witwasbestrijding door advocaten in België | AVG | `Witwaspreventie’ in de Codex Deontologie voor Advocaten

In België zijn de witwasbestrijdingsregels voor advocaten vastgelegd in Afdeling III.1.2. `Witwaspreventie’ van de Codex Deontologie voor Advocaten. Onlangs werd ik geattendeerd op de wijziging van die afdeling, die is gepubliceerd op een Belgische overheidswebsite.

Ik heb er een twitterdraadje over gemaakt:

 

Het reglement tot wijziging van de afdeling over witwaspreventie is interessant leesvoer omdat er uit blijkt dat het advocatenberoep in België anders georganiseerd is dan in Nederland. Ook de aanpak van de Belgen van de implementatie van de Europese antiwitwasrichtlijnen is geheel anders, de Europese witwasbestrijdingsregels worden kennelijk in de brancheregelgeving zelf opgenomen.

Algemene Verordening Gegevensbescherming in de witwasbestrijding
Men legt in de Codex de nodige details inzake de AVG vast. Voorbeelden (Verordening 2016/679 is de AVG):

Art. 86. Artikel 48, § 1 van Bijlage 1 van de Codex wordt vervangen als volgt:

” § 1. De verwerking van de persoonsgegevens krachtens de Wet door de advocaat, alsook door de Stafhouder, is onderworpen aan de bepalingen van Verordening 2016/679.
De verwerking van deze gegevens is noodzakelijk voor het vervullen van een taak van algemeen belang in de zin van artikelen 6, 1. e) en 23, e) en wat betreft de Stafhouder 23, h), van Verordening 2016/679, en is gegrond en noodzakelijk om de wettelijke verplichtingen na te leven die de advocaat en de Stafhouder krachtens de Wet in acht moeten nemen.
Deze verwerking is een noodzakelijke maatregel voor de voorkoming, de opsporing van het misdrijf witwassen van geld, de onderliggende misdrijven die hiermee verband houden en de financiering van terrorisme in de zin van artikel 23, d) van Verordening 2016/679.”

Lees ook artikel 91:

Art. 91. Artikel 49 van de Bijlage 1 van de Codex wordt vervangen als volgt:

” § 1. Elke advocaat is de verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens die hij krachtens de Wet verzamelt voor de in de artikelen 1 en 48 bedoelde doeleinden.
De in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens worden verzameld door de advocaat voor de vervulling van:

1° zijn verplichtingen inzake identificatie en verificatie, als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 20;
2° zijn verplichting tot identificatie van de kenmerken van de cliënt en van het doel en de aard van de zakelijke relatie of van de occasionele verrichting, als bedoeld in artikel 24; alsook
3° zijn verplichting tot doorlopende waakzaamheid, als bedoeld in artikel 25;
4° zijn verplichtingen inzake verhoogde waakzaamheid, als bedoeld in de artikelen 27 tot en met 30; en
5° zijn verplichting tot analyse van atypische verrichtingen, als bedoeld in de artikelen 34 en 35.

Op grond van het in artikel 41 vastgestelde mededelingsverbod en naast de uitzonderingen als bedoeld in de artikelen 14, lid 5, onder c) en d), 17, lid 3, onder b), 18, lid 2, en 20, lid 3, van Verordening 2016/679 wordt, teneinde de doelstellingen te waarborgen van artikel 23, lid 1, onder d) en e), van de voornoemde verordening, de uitoefening van de rechten als bedoeld in de artikelen 12 (transparante informatie, communicatie en nadere regels voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene), 13 (te verstrekken informatie wanneer persoonsgegevens bij de betrokkene worden verzameld), 15 (recht van inzage), 16 (recht op rectificatie), 19 (kennisgevingsplicht inzake rectificatie of wissing van persoonsgegevens of verwerkingsbeperking), 21 (recht van bezwaar), 22 (recht inzake profilering) en 34 (mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene) van deze verordening geheel beperkt voor verwerkingen van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, van dezelfde verordening en zoals vastgelegd in het eerste lid van deze paragraaf, die worden uitgevoerd door de advocaat als verwerkingsverantwoordelijke die belast is met een taak van algemeen belang op grond van de artikelen 1 en 48, teneinde:

1° de advocaat, de Stafhouder en de CFI in staat te stellen de verplichtingen na te komen waaraan zij op grond van de Wet zijn onderworpen; of
2° ervoor te zorgen dat het voorkomen, opsporen en onderzoeken van witwassen en financiering van terrorisme niet in gevaar worden gebracht, en het belemmeren van officiële of gerechtelijke informatieverzoeken, analyses, onderzoeken of procedures in het kader van de Wet te voorkomen.

Artikel 5 van de voornoemde Verordening 2016/679 is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde verwerkingen van persoonsgegevens, voor zover de bepalingen van dit artikel overeenstemmen met de rechten en verplichtingen als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22 van deze verordening.

Wanneer bij de Gegevensbeschermingsautoriteit een klacht wordt ingediend krachtens artikel 77 van Verordening 2016/679 met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde verwerking van persoonsgegevens, deelt zij de betrokkene uitsluitend mee dat de nodige verificaties werden verricht.

§ 2. De Stafhouder is de verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens die hij krachtens de Wet verzamelt voor de in de artikelen 1 en 48 bedoelde doeleinden.
De in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens worden verzameld door de Stafhouder voor de uitvoering van:

1° zijn toezichtsbevoegdheden, als omschreven in Boek IV, Titel 4 van de Wet;
2° zijn verplichtingen inzake nationale en internationale samenwerking, als omschreven in Boek IV, Titels 5 en 6 van de Wet; en
3° zijn bevoegdheden inzake administratieve sancties, als omschreven in Boek V, Titel 1 van de Wet.

Op grond van het in artikel 41 vastgestelde mededelingsverbod en van het beroepsgeheim als omschreven in artikel 89 van de Wet en in andere wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op de betrokken Stafhouder, en naast de uitzonderingen als bedoeld in de artikelen 14, lid 5, onder c) en d), 17, lid 3, onder b), 18, lid 2, en 20, lid 3, van Verordening 2016/679 wordt, teneinde de doelstellingen te waarborgen van artikel 23, lid 1, onder d), e) en h), van de voornoemde verordening, de uitoefening van de rechten als bedoeld in de artikelen 12 (transparante informatie, communicatie en nadere regels voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene), 13 (te verstrekken informatie wanneer persoonsgegevens bij de betrokkene worden verzameld), 15 (recht van inzage), 16 (recht op rectificatie), 19 (kennisgevingsplicht inzake rectificatie of wissing van persoonsgegevens of verwerkingsbeperking), 21 (recht van bezwaar) en 34 (mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene) van deze verordening geheel beperkt voor verwerkingen van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, van dezelfde verordening en zoals vastgelegd in het tweede lid van deze paragraaf, die worden uitgevoerd door de Stafhouder als verwerkingsverantwoordelijke die belast is met een taak van algemeen belang op grond van de artikelen 1 en 48, teneinde:

1° de Stafhouder en de CFI in staat te stellen de verplichtingen na te komen waaraan zij op grond van de Wet zijn onderworpen; of
2° ervoor te zorgen dat het voorkomen, opsporen en onderzoeken van witwassen en financiering van terrorisme niet in gevaar worden gebracht, en het belemmeren van officiële of gerechtelijke informatieverzoeken, analyses, onderzoeken of procedures in het kader van de Wet te voorkomen.

Artikel 5 van de voornoemde Verordening 2016/679 is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde verwerkingen van persoonsgegevens, voor zover de bepalingen van dit artikel overeenstemmen met de rechten en verplichtingen als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22 van deze verordening.

De Stafhouder bewaart de persoonsgegevens niet langer dan nodig voor de doeleinden waarvoor ze worden opgeslagen.
Deze paragraaf is van toepassing onverminderd andere wettelijke bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Stafhouder krachtens de Wet.
Wanneer bij de Gegevensbeschermingsautoriteit een klacht wordt ingediend krachtens artikel 77 van Verordening 2016/679 met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde verwerking van persoonsgegevens, deelt zij de betrokkene uitsluitend mee dat de nodige verificaties werden verricht.”

 

Het is te hopen dat de uitzonderingen op de AVG alleen gelden voor de verwerking van persoonsgegevens met betrekking tot de melding van wat we in Nederland ongebruikelijke transacties noemen. Het is nl. essentieel dat de personen wiens gegevens door witwasbestrijdingsplichtigen worden verwerkt daarvan op de hoogte zijn, inzage kunnen vragen en hun correctierecht kunnen uitoefenen.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Ubo-register en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s