Overschrijven

Er is geen sector die beter is in overschrijven dan de financiële sector. Dat geldt zowel voor de ondernemingen als voor de overheid.

Ik volg het onderwerp witwasbestrijding, onder meer omdat ik me afvraag wat het MKB moet met allerlei systemen die afkomstig zijn uit de bankwereld [1] en kom daar veel overschrijven tegen. Wat opvalt is dat de kamerstukken over witwasbestrijding uit het steeds herhalen van hetzelfde poortwachtersproza bestaan. Dat geldt voor de parlementaire stukken inzake wetsvoorstellen, maar ook voor beantwoording van kamervragen.
Als ik handiger was met IT zou ik een scriptje schrijven waarmee ik de officiële publicaties op herhalingen zou analyseren, om te zien wat er nieuw is en waarvan tekst is overgeschreven. Dus misschien moet ik maar eens een sabbatical nemen om me op de IT te storten.

Niet alleen het ministerie van financiën is goed in overschrijven. Ook De Nederlandsche Bank (DNB) en andere toezichthouders schrijven naar hartenlust over. Bijvoorbeeld in guidance documenten, waarin vrolijk wordt geciteerd uit de 4e Europese anti-witwasrichtlijn.

Eigen gedachten zijn met moeite te vinden. Kritiek moet met een lantarentje gezocht worden; misschien dat die alleen wordt gegeven in informele overleggen tussen de insiders.

Ondernemingen
Ondernemingen doen exact hetzelfde als de overheid, hopelijk is dat geen teken van het ontbreken van werkelijke belangstelling [2].

Degenen die die vergunningplichtig zijn op grond van Wet op het financieel toezicht (Wft) of zich moeten houden aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) herhalen de mantra’s uit het financiële recht. Zou het teveel moeite kosten om originele gedachten te produceren? Of wenst de toezichthouder terug te lezen dat de poortwachter zich van de poortwachtersrol bewust is?

Ook hun adviseurs, de vele naleefkundige dienstverleners (onder meer veel eenpitters afkomstig van banken en andere kleine ondernemingen) zijn goed thuis in de poortwachterstaal. Als het maar in de juiste taal is opgeschreven, dan moet de ‘compliance’ wel in orde zijn.

En dat opschrijven is nodig, want de financiële regelgeving rinkelt van ‘vastleggen’ en ‘documenteren’. Wie schrijft die blijft. Wat niet is opgeschreven is niet gebeurd.

Weglopen
Jammer is dat door de controlezucht de creativiteit volledig verloren gaat. Nu de financiële sector zich op de psychologen en gedragskundigen heeft gestort [3], is het misschien een ideetje om eens te onderzoeken of de financiële regelgeving er voor zorgt dat intelligente, integere en creatieve mensen zich afkeren van de financiële sector.

[1] Voorbeeld is dat de Wwft voorschrijft aan de ondernemingen die onder die wet vallen (Wwft-plichtigen) dat zij alle transacties van hun cliënten moeten monitoren. In de huidige Wwft staat het er als volgt: “een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en diens risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden“. Bij banken en betaalinstellingen kan ik me daar van alles bij voorstellen. Voor andere Wwft-plichtigen is het lastig respectievelijk onmogelijk.
Vanwege de ruime uitleg betreft dit niet alleen transacties waarbij de Wwft-plichtige zelf een rol heeft (zoals banken) maar ook transactie die zijn ‘waargenomen’ (bijvoorbeeld door administratiekantoren). Niet relevant is of de diensten van de betreffende ondernemer worden ‘misbruikt’, zodat het hier eigenlijk over privatisering van de opsporing gaat.
Zie over monitoring door administratiekantoren dit bericht.

[2] Die belangstelling is er wel voor vette verhalen over fraude, bijvoorbeeld in het clubblaadje van de financiële sector, het Financieele Dagblad. Over de keerzijde van het financiële toezicht en de witwasbestrijding wordt maar weinig geschreven, laat staan dat er onderzoek naar wordt gedaan.

[3] Zie bijvoorbeeld de AFM, die toezicht denkt te kunnen houden op gedrag en cultuur:

Daarmee is in tegenspraak dat diezelfde toezichthouder de ondernemingen vraagt om ‘risicobeheersing‘ en ‘beheerste en integere uitoefening van het bedrijf‘, ‘vastgelegd‘ in allerlei documenten, zoals het kantoorhandboek en systematische integriteitsanalyses (SIRA’s). Zelfs van kleine ondernemers verwacht de AFM dat zij kennis nemen van publicaties van het IMF.
Tot een open discussie over de zin en onzin van de regels en de uitvoeringspraktijk zijn toezichthouders en overheid niet bereid. Die ‘open foutencultuur’ lijkt alleen voor de onder toezicht staande ondernemingen te gelden. Zie over de ‘open foutencultuur’ ook mijn artikel Aan “leren van fouten”gaat vooraf dat regels uitvoerbaar, begrijpelijk en zinvol zijn.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s