Toegang notarissen en banken tot de basisregistratie personen | Wwft

Op 27 juli jl. is een internetconsultatie van start gegaan die loopt tot en met 7 september aanstaande onder de titel ‘Derdenbesluit BRP’.  Onderdeel daarvan is dat banken en notarissen toegang krijgen tot de basisregistratie personen, in verband met hun misdaadbestrijdingstaak op grond van de Wet ter voorkoming
van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Een en ander wordt als volgt toegelicht:

2.3 Het uitvoeren van cliëntenonderzoek, bedoeld in artikel 3 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (banken en notarissen)

2.3.1 Aanleiding

De ministers van Financiën en van Justitie en Veiligheid hebben verzocht om systematische gegevensverstrekking aan banken en notarissen ten behoeve van een goede uitvoering van het cliëntenonderzoek, bedoeld in artikel 3 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Toegang tot de BRP is met name van belang om het adres dat een cliënt opgeeft bij het aangaan van een zakelijke relatie (bijvoorbeeld het openen van een bankrekening) of bij de uitvoering van een incidentele transactie (bijvoorbeeld een verlijden van een notariële akte), te kunnen controleren.

2.3.2 Gewichtig maatschappelijk belang en noodzaak gegevensverstrekking

Het uitvoeren van het cliëntenonderzoek wordt aangewezen als een werkzaamheid met gewichtig maatschappelijk belang waarvoor gegevensverstrekking uit de BRP gerechtvaardigd is. Om te voorkomen dat het financiële stelsel wordt gebruikt voor het witwassen van crimineel verkregen geld of voor het financieren van terrorisme, zijn diverse financiële ondernemingen en verschillende beroepsbeoefenaars op grond van de Wwft verplicht een poortwachtersrol te vervullen (Wwft- instellingen). Zij dienen onderzoek te verrichten naar cliënten waarmee zij een zakelijke relatie aangaan of waarvoor zij een incidentele transactie verrichten. Op basis van de in het cliëntenonderzoek vergaarde gegevens dienen ongebruikelijke transacties te worden gemeld bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland), alwaar wordt beoordeeld of transacties zijn te relateren aan witwassen, financiering van terrorisme of onderliggende misdrijven. Het betreft hier geen werkzaamheden met een commercieel oogmerk, maar een maatschappelijke taak van de Wwft-instellingen in de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Naast het feit dat het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft een wettelijke plicht is, blijkt het gewichtig maatschappelijk belang ook uit de overheidsbemoeienis bij de uitvoering van de werkzaamheden. In dit verband wordt gewezen op het kabinetsplan waarin maatregelen zijn gepresenteerd om de aanpak van witwassen effectiever te maken.11 Met deze maatregelen wordt beoogd de barrières voor witwassen te verhogen, het toezicht op de naleving te vergroten en de opsporing en vervolging te versterken.

De systematische gegevensverstrekking is noodzakelijk. Met het cliëntenonderzoek dient te worden beoordeeld welke risico’s zijn gemoeid met een bepaalde zakelijke relatie of incidentele transactie. Bij de beoordeling van de cliënt moet onder meer diens identiteit en het doel van de gevraagde dienstverlening worden vastgesteld en geverifieerd. In het geval van een juridische entiteit dient een instelling ook de uiteindelijk belanghebbende (UBO) te identificeren. Niet alle cliëntgegevens kunnen met zekerheid geverifieerd worden aan de hand van documentatie van de cliënt zelf, dit geldt met name voor het woonadres van de cliënt. De onjuistheid van het opgegeven woonadres kan een belangrijke indicatie zijn dat mogelijk sprake is van misbruik van financiële dienstverlening. Het adres kan relevant zijn om de activiteiten van de cliënt en het beoogde doel van de zakelijke relatie te bepalen, maar ook om te achterhalen of de cliënt voor zichzelf of voor een ander handelt. Indien het adres zoals geregistreerd in de BRP niet overeenkomt met het door de cliënt opgegeven adres, is dit een indicatie dat de cliënt niet voor zichzelf maar voor een ander handelt.12 Ook kan er sprake zijn van een geografisch risico, omdat de klant niet meer in Nederland woont en zich heeft laten uitschrijven naar een land met een hoog risico op witwassen of terrorismefinanciering.13 Dit maakt dat een afwijkend BRP-adres ten opzichte van het door de cliënt opgegeven woonadres een belangrijke indicatie is voor mogelijk misbruik van de dienstverlening van Wwft-instellingen. Hier moet worden benadrukt dat een afwijkend BRP-adres niet direct leidt tot de conclusie dat sprake is van witwassen, financiering van terrorisme of onderliggende misdrijven. Het is uiteindelijk aan de FIU-Nederland om hier onderzoek naar te doen en aan dit onderzoek conclusies te verbinden.

2.3.3 Categorie van derden

De instellingen die onder de verplichtingen van de Wwft vallen zijn divers en omvangrijk. De categorie van derden aan wie gegevens verstrekt kunnen worden, is in dit besluit beperkt tot banken en notarissen. Deze beperking is in lijn met het verzoek van de ministers van Financiën en van Justitie en Veiligheid en het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens ter zake.14 De reden voor deze beperking is dat het verwachte effect van toegang tot de BRP voor banken en notarissen op het gehele (financiële) stelsel het grootst is. Bij veel zakelijke relaties of incidentele transacties is een bankrekening, en daarmee ook een bank, betrokken. Dit geldt ook in het geval dat de transactie uiteindelijk bij een andere Wwft-instelling plaatsvindt. Banken nemen aldus een centrale positie in binnen het poortwachtersstelsel onder de Wwft. Dit geldt ook voor notarissen. Zij voeren immers wettelijke taken uit met betrekking tot vastgoedtransacties, oprichting van rechtspersonen en aandelenoverdrachten. In het National risk assessments witwassen 201915 zijn witwassen via rechtsvormen en via vastgoedtransacties onder meer genoemd als witwasrisico’s met de grootste resterende potentiële impact voor Nederland. Voor notarissen geldt overigens dat zij reeds als bestuursorganen toegang hebben tot de BRP voor taken op grond van de Wet op het notarisambt (Wna). Het uitvoeren van cliëntenonderzoek valt echter niet onder de ambtshandelingen die de notaris als bestuursorgaan verricht. Dit betekent dat de notaris – als het gaat om het cliëntenonderzoek – onder de Wet BRP moet worden aangemerkt als ‘derde’.16 Gelet op het bovenstaande worden de werkzaamheden van banken en notarissen om het cliëntenonderzoek, bedoeld in artikel 3 van de Wwft uit te voeren, in bijlage 4 aangemerkt als werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang.

2.3.4 Clausulering van de werkzaamheden en beperking van de gegevensverstrekking

Raadpleging van de BRP door banken en notarissen is slechts toegestaan voor zover dat noodzakelijk is voor het goed kunnen uitvoeren van het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. Dit betekent dat de (adres)gegevens van een persoon slechts kunnen worden opgevraagd wanneer een natuurlijk persoon diensten waarop de Wwft van toepassing is, wil afnemen of wanneer een bank of een notaris wil vaststellen waar een bestuurder of de uiteindelijk belanghebbende (UBO) woont. De BRP mag uitdrukkelijk niet voor andere, commerciële doeleinden bevraagd worden. De aanwijzing bevat ten slotte een beperking van de categorieën gegevens die vanuit de BRP kunnen worden verstrekt aan banken en notarissen. Het betreft hier de algemene gegevens over de burgerlijke staat (waaronder naam en geboortedatum), de gegevens over de bijhoudingsgemeente en het adres in die gemeente en gegevens over het naamgebruik door de ingeschrevene.17 Deze gegevens zijn voor banken en notarissen noodzakelijk om het cliëntenonderzoek te kunnen uitvoeren.

 

[Noten]

11 Brief van de ministers van Financiën en Justitie en Veiligheid van 30 juni 2019, met bijlage Plan van aanpak witwassen, Kamerstukken II 2018/19, 31 477, nr. 41.

12 Het betreft hier een gegeven dat moet worden gecontroleerd op grond van artikel 3, tweede lid, onder f, Wwft.

13 Dit risico moet worden vastgesteld aan de hand van het cliëntenonderzoek, artikel 3, achtste lid, Wwft.

14 Advies inzake toegang tot gegevens voor poortwachters t.b.v. de aanpak van witwassen, Autoriteit Persoonsgegevens, 16 december 2019. Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 31 477, nr. 50.

15 Kamerstukken II 2019/20, 31477, nr. 52, p. 86-87.

16 Artikel 1.1, onderdeel u van de Wet BRP.

17 Artikel 2.7, eerste lid, onderdeel a, 1o, 7o, en 10o van de Wet BRP.

Lees over de privacy aspecten ook het onderdeel over de AVG (hoofdstuk 3).

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s