Trustkantoor met vaste notaris | uitspraak rechtbank Rotterdam 30 juli 2020

Op 30 juli jl. deed de rechtbank Rotterdam uitspraak inzake een trustkantoor dat bezwaar maakte tegen intrekking van de vergunning.

Bezwaar tegen intrekking was logischerwijs heilloos omdat het kantoor te maken kreeg met een FIOD-inval, haar fiscale verplichtingen niet nakwam en geen of of onvoldoende medewerking aan de Belastingdienst verleende. Voorts waren een aantal formele verplichtingen uit de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) niet nageleefd (*1). Dat de beschuldigingen voldoende zijn onderbouwd door DNB, is genoeg voor intrekking.

Het lijkt er op dat de fiscale troebelen het trustkantoor zelf betreffen en niet door het trustkantoor bestuurde rechtspersonen (doelvennootschappen).

Bijzondere rol notaris
De uitspraak is opmerkelijk vanwege de daarin beschreven rol van een notaris: in paragraaf 1.1 staat dat de Wtt-vergunning mede is verleend

op basis van de verklaring van [naam] dat hij nauw samenwerkt met zijn vaste notaris, die [eiseres 1] zal ondersteunen bij de identificatie en verificatie van cliënten en de ‘ultimate beneficial owners’

Ik vraag me af of de regelgeving voor notarissen wel een dergelijke nauwe verbondenheid met een trustkantoor toetstaat. En het is vreemd dat een Wtt-vergunning gebaseerd zou mogen worden op een zakelijke relatie met een notaris.

Het samenwerken met een verkeerde notaris, wordt door DNB als afzonderlijk gebrek verweten, aldus paragraaf 5.3 sub 8) van de uitspraak. Waarom een dergelijke samenwerking in strijd is met de Wtt en/of de Rib, is mij een raadsel. Mij lijkt dat het niet correct identificeren/verifiëren en niet-naleving van andere op de Wtt gebaseerde gebaseerde verplichtingen klachtwaardig zijn, respectievelijk reden kunnen zijn voor intrekking van een vergunning. De keuze van een ‘foute’ leverancier lijkt me meer een omstandigheid te zijn die wijst op niet naleving van Wtt-verplichtingen.

 

(*1) SIRA en procedurehandboek voldeden niet aan de eisen, compliancefunctie voldeed niet aan de eisen, auditfunctie was niet ingevuld, “Onvoldoende is gewaarborgd dat adequaat voortdurend cliëntonderzoek en adequate transactiemonitoring plaatsvindt” (niet duidelijk is waarom niet) en wijzigingen in antecedenten waren niet (tijdig) gemeld.

(*2) De notaris is later geschorst, zie laatste alinea paragraaf 2.1.1. en paragraaf 5.3 sub 8).

 

Dit artikel verscheen eerder op de site van Compliance Platform Trustkantoren.

 


Aanvulling 4 september 2020
Dat een strafrechtelijke veroordeling niet hoeft te worden afgewacht volgt ook uit de uitspraak van Rechtbank Rotterdam van 19 mei 2004, die pas op 9 juli jl. werd gepubliceerd.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Trustkantoren en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s