In november jl. werd het verslag van het commissiedebat van 9 oktober jl. over de sanctieregelgeving gepubliceerd. Daarin komen de plannen tot modernisering van de regels aan bod en andere samenhangende onderwerpen.
Opmerkingen leden van de Tweede Kamer
Onder meer wordt ten behoeve van het mkb gepleit voor meer eenvoud, voorbeeld (D66):
Vraag één is daarbij: wat vindt de minister van één sanctieloket voor alle bedrijven en het snel opzetten daarvan? Bedrijven en banken begrijpen het belang van sancties, maar de naleving is heel vaak complex. (…) Op de vraag of een internetbedrijf wel of niet onder de uitzondering viel, zei het ministerie eerder dit jaar dat het primair aan bedrijven is om te bepalen of uitzonderingen van EU-sanctiewetgeving op hen van toepassing zijn. Dat is voor het mkb vaak echt niet te doen. Zij hebben hulp van de overheid nodig. Daarom zeggen wij: één loket en één telefoonnummer.
Dat zijn verstandige woorden. Jammer dat deze houding bij de witwasbestrijding ontbreekt.
De vertegenwoordiger van het CDA dringt aan op aandacht voor de grondrechten (zie ook de vertegenwoordiger van het NSC):
Dit betekent onder andere ook het voorkomen dat sancties onbedoelde negatieve effecten hebben voor de burgerbevolking. Het is daarom goed dat de regering zich actief inzet om in de sanctieregimes humanitaire uitzondering op te nemen. In de praktijk zien we dat sancties impact hebben op humanitaire hulp. Financiële instellingen zijn bijvoorbeeld terughoudend in het samenwerken met ngo’s die actief zijn in gebieden waar sancties gelden. In 2022 is de VN-resolutie 2664 aangenomen die ervoor moet zorgen dat financiële transacties met betrekking tot humanitaire crises snel kunnen plaatsvinden. Op welke manier zorgt Nederland ervoor dat deze resolutie ook in de praktijk gaat werken? Is de minister bereid om zowel ngo’s als financiële instellingen meer duidelijkheid te geven over wat legaal is binnen het sanctieregime? Kunnen het opstellen van heldere richtlijnen en het aan ngo’s verstrekken van een garantiebewijs voor het vrijstellen van sancties hierbij helpen?
De VVD komt met de vraag of de EU niet net als de VS extraterritoriaal werkende regelgeving kan inzetten [1]:
Er is een belangrijk verschil tussen de Amerikanen en de Europeanen. Bij de Amerikanen zie je dat zij bezig zijn met het inzetten van exterritoriale instrumenten. Met andere woorden zeggen zij: “Frankrijk, Nederland, België: u moet meedoen, anders krijgt u problemen met het sanctiepakket.” Dat zie je natuurlijk heel sterk in relatie tot bijvoorbeeld Iran en de discussie die we daar de afgelopen jaren over hebben gevoerd. Het is daarmee wel een effectief middel dat de Amerikanen inzetten om hun beleid vorm te geven. Hoe kijkt de minister daarnaar in relatie tot een grote economische mogendheid, als de Europese Unie, die vergelijkbare dingen zou kunnen terugdoen? Ik bedoel dan niet specifiek naar de Amerikanen, maar in de breedte naar andere landen of bedrijven.
Het naleven van sancties wordt wel lastiger als er andere elementen worden toegevoegd, zoals het voorstel om de levering van landbouwmachines aan Rusland te beperken, waar de CDA-vertegenwoordiger het over had.
Andere onderwerpen die aan bod kwamen zijn onder meer: de handhavingscapaciteit van de Nederlandse overheid, de onteigening van Russische eigendommen, het vrijgeven van gesanctioneerd vermogen, het ontbreken van sancties tegen Israël.
De minister
In zijn reactie laat de minister van Buitenlandse Zaken weten dat de eerder aangekondigde moderniseringsplannen doorgaan, inclusief het onverstandige plan voor meer bureaucratie voor juristen terwijl het nut daarvan niet is aangetoond:
Ik ben in de eerste plaats bezig met de nieuwe Sanctiewet die met nieuwe bevoegdheden de wetgeving up-to-date moet houden. Die is nu in de maak. De consultatiereacties worden verwerkt en er is een uitvoeringstoets die wordt verwerkt. De Autoriteit Persoonsgegevens gaat dit najaar ook nog een toets doen en dan gaat de wet rond de jaarwisseling naar de Raad van State voor advies. We gaan de tweede tranche ook meenemen. Het nieuwe EU-antiwitwaspakket met betrekking tot de financiële instellingen willen we goed doen aansluiten en tegelijkertijd verwerken. Er zit een aantal structurele verbeteringen in de nieuwe sanctiewet, namelijk een centraal meldpunt, bestuursrechtelijke handhaving die mogelijk is naast het strafrechtelijke, en uitbreiding van toezicht naar juridische beroepsgroepen, dus ook advocaten, notarissen en dergelijke. Ook kan er een aantekening worden gemaakt in het Handelsregister van bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel als een bedrijf een link heeft met gesanctioneerde personen of entiteiten. Er kan een bewindvoerder worden aangesteld bij het bevriezen van economische middelen en ten slotte kunnen er grondslagen worden verbeterd voor informatie-uitwisseling. Daar zijn we allemaal mee bezig in die nieuwe sanctiewetgeving. Ik kijk ook of er punten zijn die naar voren kunnen worden gehaald, zoals het centrale meldpunt.
(hopelijk weet de minister dat het EU-antiwitwaspakket niet alleen voor financiële instellingen geldt).
De minister spreekt ook over het Europese aspect van de sanctieregels, zoals vergelijking van de systemen binnen de EU en de effectiviteit (met de mantra’s van de peerreviews en best practices), extra bureaucratie door middel van bedrijfsvoeringsregels en due diligence en ondersteuning van het bedrijfsleven.
Over omzeiling wordt uitvoerig gesproken. De minister legt uit hoe het zit met Russische eigenaren van bevroren vermogen die op afstand zijn gezet. Ook de handhaving en het namen & shamen van omzeilers komt aan de orde, waarbij er volgens de minister een rol is voor de media en maatschappelijke organisaties:
Bestuurlijke boetes kunnen worden gepubliceerd, ongeacht de hoogte, zodat het zichtbaar wordt gemaakt. Dat kan ingrijpende gevolgen hebben voor de betrokkenen, maar het is wel van belang om het zichtbaar te maken. Er moet wel een wettelijke grondslag voor zijn. Daar gaan we in voorzien via die wetgeving. Ik denk niet dat naming-and-shaming alleen een kwestie van de overheid is. Ik denk dat daar ook een rol ligt voor bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties. De media doen het al. Wat betreft maatschappelijke organisaties kan ik me bijvoorbeeld herinneren dat er in de tijd van de apartheid ook een ngo in Amsterdam was die in de gaten hield wat voor scheepsbewegingen er richting Zuid-Afrika waren. Soms waren die bewegingen gesanctioneerd. Soms hadden ze ladingen die niet direct gesanctioneerd waren, maar waarvan men het wel van belang vond die zichtbaar te maken. Ik denk dat maatschappelijke organisaties daar ook een rol in te spelen hebben. Denk aan organisaties als SOMO en dergelijke, die dat vaak op allerlei terreinen al doen.
Opmerkelijk is dat het toezicht door DNB op de naleving door financiële instellingen niet goed geregeld zou zijn, want de minister zegt:
De heer Paternotte vroeg ook naar een financial intelligence desk bij De Nederlandsche Bank. Hoe kun je daarmee omgaan? De Nederlandsche Bank houdt een vorm van systeemtoezicht en kijkt met name naar witwassen, maar je zou wat dit betreft misschien ook meer kunnen kijken naar bedrijfsvoering. Dat zit niet automatisch in de systematiek van De Nederlandsche Bank, maar meldingen over eventuele sanctieomzeiling kunnen door zogeheten poortwachters wel gemeld worden bij de Financial Intelligence Unit, de FIU. Die kijkt vooral naar AML/CFT, in vakterminologie antiwitwassen en terrorismefinanciering. Ik zie dat daar echt wel actief het een en ander aan gebeurt. Ik heb een aantal jaar geleden zelf de cursus Toezicht Banken gevolgd bij De Nederlandsche Bank. Een heel groot deel van het huiswerk dat je meekreeg, ging over deze problematiek.
De minister signaleert een een praktijk van overcompliance en de-risking door met name banken als het hulporganisaties betreft. De oplossing wordt door het ministerie nog steeds gezocht in overleg met banken, nonprofit organisaties en bedrijven [2].
Onteigening is een heet hangijzer, waarover de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken, de CAVV, advies is gevraagd.
Lees de complete tekst voor alle deelthema’s die aan de orde kwamen.
Noten:
[1] Reactie minister: “De heer Van der Burg vroeg naar de Amerikaanse maatregelen tegen financiële instellingen in derde landen. Hoe kijken we daartegen aan? We hebben daar goed contact over met G7-partners, waaronder de VS. In het veertiende EU-sanctiepakket is ook een maatregel opgenomen waarmee de EU sancties kan opleggen aan banken in derde landen die sanctieomzeiling faciliteren. We zetten daar dus zo’n stapje. We zien ook dat dit een afschrikwekkend effect heeft, want banken zijn daardoor huiverig om met het Russische militair-industrieel complex Rosoboronexport en dergelijke bedrijven te werken en om die te bedienen. We houden nauw contact met de VS. Het uitgangspunt van Nederland is op zich niet dat we exterritoriaal willen werken. We hebben namelijk zelf vaak bezwaren over hoe de VS dat doet. In de Amerikaanse Senaat was er bijvoorbeeld onlangs, ik geloof op 25 september, een mogelijke stemming over sancties tegen het Internationaal Strafhof met exterritoriale werking. Gelukkig is die stemming uitgesteld. Het komt waarschijnlijk pas in het volgende Congres, dus na de verkiezingen en de periode van de lame duck, aan de orde. Ik denk dat de heer Paternotte preciezer weet hoe het werkt in de VS dan ik op dit moment. Het is wel echt een zorg. We hebben een hele grote zorg over mogelijke Amerikaanse sancties die in het Huis al zijn goedgekeurd maar in de Senaat nog niet, met exterritoriale werking met betrekking tot het Internationaal Strafhof. We maken ons ook zorgen over overcompliance door bedrijven. Denk even aan bedrijven die de IT voor het Strafhof faciliteren of de verzekeringen en dergelijke. Er zijn dus momenten dat wij liever niet willen dat andere sancties met een dergelijke werking worden ingesteld. We moeten daar dus heel voorzichtig mee zijn.”
[2] De minister: “We proberen het aan te pakken door deel te nemen aan rondetafels met banken over financiële toegang voor ngo’s, en ook door te kijken hoe we wat dat betreft de gevolgen van sancties beter in kaart kunnen brengen. Wat zijn de ongewenste nevenactiviteiten? Daar zijn we op het ogenblik ook mee bezig, samen met een particuliere organisatie.”
Over overcompliance in relatie tot de VS: “Bedrijven met belangen in de VS houden vaak rekening met VS-sancties. (…) Alleen voor Syrië geldt sinds 2012 een specifiek verbod op het leveren van drie bepaalde goederen. Als het gaat over de bouw van nieuwe centrales en dergelijke, dan kan het niet, maar voor bestaande centrales kan er wel worden geleverd wanneer dat is toegestaan. Ook hier noem ik weer dat er sprake is van overcompliance, soms door banken en andere betrokken organisaties.“.
Naar aanleiding van een opmerking van het NSC-kamerlid: “Dat zal ik oppakken en dat ga ik bestuderen. Ik zal navragen hoe dat zit en of er bijvoorbeeld met bepaalde leveranciers die aan overcompliance doen, of met banken of andere instellingen die bij hun transacties zijn betrokken, kan worden gecommuniceerd. Ik neem aan dat dit deels al gebeurt. We hebben ook contact met hulporganisaties om die problemen te signaleren.“

