Bij het ministerie van Financiën ontbreekt een open foutencultuur | antwoord op Wwft kamervragen

De Minister van Financiën verstuurde op 6 september antwoorden op door de Eerste Kamer gestelde vragen over de Wwft.

Die vragen betroffen onder meer de problemen die de leden van deze Kamer zelf ondervinden omdat zij door de Europese en Nederlandse wetgever tot hoog risico op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering zijn gebombardeerd (‘PEP’, politiek prominente persoon). Dat is natuurlijk flauwekul eerste klas, maar als je dat hardop zegt wordt je voor maffiamaatje uitgemaakt [*].

In de antwoorden van de minister staan de nodige herhalingen ten opzichte van eerdere antwoorden op kamervragen, wat ook wordt veroorzaakt door het feit dat de vragenstellers onvoldoende kennis over de Wwft hebben.

In de beantwoording komen we de bekende thema’s tegen zoals:

  • Het gegevensdelen tussen Wwft-plichtigen van dezelfde categorie, zodat banken, accountants en dergelijke, onderling gegevens kunnen uitwisselen over verdachte personen. Dit is zeer gevaarlijk nu al duidelijk is dat Wwft-plichtigen niet in staat zijn om hun misdaadbestrijdingstaken goed te vervullen (onvoldoende kennis, vaardigheden), wat door alle bancaire uitglijers wordt geïllustreerd. Als mensen ten onrechte (en dat risico is groot!) in het uitwisselingscircuit terecht komen, zijn ze voor hun leven getekend.
  • Het dubbele werk van de Wwft, dat de minister gewoon vindt. Het kost een vermogen en levert zeer weinig op. De klanten van Wwft-plichtigen mogen het betalen, als een soort private belasting, en verantwoording afleggen is er niet bij. Nederland accepteert klakkeloos alle onverstandige regels die uit Europa komen en is niet bereid om zich in te zetten voor verbeteringen.
  • De zogenaamde geschiktheid van Wwft-plichtigen voor de misdaadbestrijdingstaken die zie op grond van de Wwft hebben. Dit mantra wordt telkens weer door de minister herhaald. Maar van herhaling wordt iets dat onwaar is niet waar. Het ontbreekt bij de Nederlandse en Europese overheid aan een open foutencultuur.
  • Er wordt geen stokje gestoken voor het door banken en andere Wwft-plichtigen disproportioneel opvragen van persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens, zie bijvoorbeeld het antwoord op vraag 4. Uit angst voor boetes wordt veel te veel opgevraagd en bewaard, wat dan vervolgens overal gaat rondslingeren. Oftewel: de dataminimalisatieplicht van de AVG (die ook op Wwft-onderzoek van toepassing is) wordt met voeten getreden.
  • In de vijfde vraag komt aan de orde dat als een PEP deel uit maakt van een bestuur van een stichting, de mede-bestuurders ook PEP zijn geworden. Dit is een illustratie van doorgeschoten controlezucht die nergens toe leidt. Mijn advies aan de Europese en Nederlandse wetgever is dan ook om zich hier niet met een jantje van leiden af te maken (zoals de Minister van Financiën in het antwoord op de vraag doet), maar er voor te zorgen dat mede-bestuurders geen PEP meer zijn.
  • Hoewel van algemene bekendheid is dat de Wwft-maatregelen van banken veel geld kosten en weinig opleveren, blijft de minister vasthouden aan de gedachte dat banken een Wwft-risicobeleid kunnen ontwikkelen en dat dit iets oplevert (zie antwoord op vraag 6). Accountantskantoor EY heeft een beperkt onderzoek gedaan en het door de politiek gewenste antwoord gegeven. De werkelijkheid is anders.

Het door ING Bank weigeren van stichtingen als klant wordt door de minister vergoeilijkt (antwoord vraag 8).

Het is duidelijk dat een open foutencultuur bij het ministerie van Financiën ontbreekt. De surveillance-maatschappij is in aantocht, waaraan dit ministerie een belangrijke bijdrage levert (samen met het ministerie van Veiligheid).

 

[*] De lijst van personen die volgens Europa ‘PEP’, doet zeer willekeurig aan. De meeste leden van het parlement zullen geen risico’s op witwassen en terrorismefinanciering opleveren, zodat het onzinnig is hen als categorie in ‘hoog risico’ onder te brengen. Het is kolderiek dat ouders en kinderen van parlementsleden een hoog risico zouden zijn.
Er ontbreken in de PEP-definitie belangrijke groepen personen die een veel hoger risico vormen, onder meer door hun specialistische kennis, zoals financieel-economische rechercheurs en douane-medewerkers, die een grote kennis hebben van fraudemethoden en dus een veel hoger risico vormen dan parlementsleden.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s