AVG en het gebruik van strafrechtelijk verkregen persoonsgegevens voor de belastingheffing

De AVG kwam aan de orde in een uitspraak [1], waarin strafrechtelijk onderzoek door de FIOD was gedaan naar een belastingadviseur, waarbij gegevens van eiser in de procedure (‘X’) werden aangetroffen. De strafrechtelijke vervolging van de belastingadviseur werd gestaakt.

De FIOD verschafte de gegevens inzake X echter wel aan de Belastingdienst, die vervolgens naheffingsaanslagen oplegde. X was van mening dat de strafrechtelijk verkregen gegevens niet door de Belastingdienst mochten worden gebruikt en verzocht de Belastingdienst de gegevens te wissen [2]. Na ongegrondverklaring van het bezwaar stelde X beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank constateert dat de Wet politiegegevens een grondslag biedt voor verschaffing van gegevens aan de belastinginspecteur en dat daarnaast de AVG van toepassing is. Hoewel de gegevens oorspronkelijk om strafrechtelijke redenen zijn verkregen, is het toegestaan om de gegevens voor belastingheffingsdoeleinden in te zetten, aldus overweging 18:

18. De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat het doel van de verdere verwerking, nadat de persoonsgegevens onder de FIOD zijn gaan berusten, het heffen en innen van belastingen was. Dat is een ander doel dan het strafrechtelijke doel waarvoor de gegevens oorspronkelijk zijn verzameld. Een dergelijke verdere verwerking van de persoonsgegevens voor een ander doel moet voldoen artikel 6, vierde lid, van de AVG. Daarin staat dat die verdere verwerking onder meer rechtmatig is als zij berust op een Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepaling die in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel vormt om de doelstellingen van artikel 23, eerste lid, van de AVG te waarborgen. Een van deze doelstellingen is (onder e) een belangrijke doelstelling van algemeen belang van de Unie of een lidstaat, met name een belangrijk economisch of financieel belang van de Unie of van een lidstaat, met inbegrip van fiscale aangelegenheden.

In de volgende overweging wordt geoordeeld dat het heffen en innen van belastingen voldoet aan de in het citaat bedoelde doelstelling, zodat de verwerking van persoonsgegevens een AVG-grondslag heeft [3]. Het beroep van X wordt ongegrond verklaard.

 

Noten
[1] Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland 9 mei 2022.
[2] Op grond van de artikelen 17, eerste lid, onder d, 17, tweede lid, en 19 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
[3] Artikel 6 lid 1 juncto lid 4 AVG.

 

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s