Op dit blog schreef ik eerder over ondermijnende overheidssites, nl. over het gemeentelijke initiatief ‘Meld een vermoeden’ (28 oktober 2020) en over de rel rond dit initiatief (17 augustus jl.) die daarna ontstond. Ook besteedde ik aandacht aan de Ondermijning App (15 januari 2019) en de reactie van het RIEC (29 oktober 2020).
Inmiddels is bekend geworden dat de gemeente Den Haag stopt met de klik-app voor burgers. De gemeente schrijft in een bijlage bij een brief van de burgemeester het volgende over het initiatief (gekleurde markering door mij):
Uitkomsten pilot Meld een Vermoeden-app
De pilot “Meld een Vermoeden-app” is gestart als onderdeel van de focusaanpak ondermijning in de Weimarstraat en omgeving. Met deze aanpak richt de gemeente zich, samen met de politie, op een relatief klein gebied waarbij tot op pandniveau er extra aandacht en inzet is (zie ook de vergunningplicht ex artikel 2:98 APV). De meldingen vanuit deze app kwamen centraal binnen bij de gemeente. De informatie zou helpen bij het voeren van de regie op een totaalaanpak, omdat er een completer beeld kan ontstaan van wat er (mogelijk) speelt in de wijk. Zo zou vanuit de focusaanpak de voortgang beter kunnen worden gemonitord.Meldingen
In precies een jaar tijd (van 1 oktober 2020 tot 1 oktober 2021) zijn er 99 Meld een Vermoeden meldingen binnengekomen bij de gemeente vanuit de app. De meeste meldingen (74) waren anoniem en van de overige meldingen (25) had de melder de eigen gegevens bekend gemaakt. Zeker vier personen deden vaker dan 1 keer een melding in de app.Kijkend naar de content vallen twee zaken op. Bijna twee derde (63%) van de meldingen betreft, na beoordeling door de professionals, géén signaal over – mogelijke – ondermijnende activiteiten (lees: criminele activiteiten zoals witwassen of malafide bedrijvigheid). Deze meldingen gingen voornamelijk over verschillende vormen van overlast in de openbare ruimte en het niet houden aan de destijds geldende coronamaatregelen. Melders vinkten desondanks voor het ‘type melding’ het vaakste aan: malafide bedrijvigheid (32 keer), drugshandel/-pand (15 keer) en overbewoning (8 keer).
Zodra duidelijk was waar de melding over ging (ondanks soms summier beschreven feiten en omstandigheden), werd bezien welke organisatie aan de slag kon met deze melding. Het grootste aantal meldingen (61) is uitgezet bij de politie van basisteam Segbroek, gevolgd door de Haagse Pandbrigade (HPB) met 21 meldingen. Maar ook het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) en de transformatiemanager Weimarstraat/Beeklaan ontvingen meldingen. Ook gingen sommige meldingen naar zowel de politie als een gemeentelijke afdeling om de inhoud daarvan uit te zoeken en/of op te pakken.
Diverse acties volgden op de meldingen. Zo zijn er door de politie en HPB bijna 20 controles uitgevoerd. Denk hierbij aan een controle bij een woning door de HPB, een politie surveillance opdracht op basis van een signaal over dealen of bestuurlijke controles van een onderneming tijdens een Integrale Handhavings Actie. Ook hebben de wijkagenten van het gebied Weimarstraat veel meldingen (28) in behandeling genomen. De beschrijving van veel meldingen was vaak erg summier. Een verduidelijking op deze meldingen was doorgaans niet mogelijk omdat de meeste melders anoniem waren. Dat maakte dat op veel signalen, op het delen met betrokken partners na, geen verdere actie ondernomen kon worden.
Over het algemeen kan gesteld worden dat het beeld van de meldingen veelal bevestigde wat de gemeente en politie ook in het gebied signaleerden. Ondernemingen die al onder de aandacht stonden van gemeente en politie konden op basis van een melding een extra ‘vinkje’ krijgen, waarmee de puzzel completer werd. Voor zover nu bekend, hebben de meldingen niet één op één geleid tot strafrechtelijke verdenkingen of aanhoudingen. Wel vielen een aantal meldingen samen met andere signalen (zoals een binnengekomen melding van Meld Misdaad Anoniem of signaal van professionals). Die stapeling draagt bij in de prioritering van een casus.
Werking app
De app zelf heeft in het pilotjaar goed gefunctioneerd en vertoonde geen storingen. Er zijn door gebruikers ook geen problemen gemeld. Wel leert de pilot dat de wijze waarop de app is ingericht de gebruiker onvoldoende stimuleerde een inhoudelijk goede melding te (kunnen) doen. Het vrije invulveld ‘beschrijving melding’ werd veelal summier ingevuld waardoor een adequate opvolging niet mogelijk is. Ook zal in de app meer aandacht moeten zijn voor het thema privacy, waarover hieronder meer.Privacy en data
Privacy en dataverwerking zijn vraagstukken die de aandacht verdienen. In een artikel van het Financieel Dagblad werd deze zomer kritisch gekeken naar privacy risico’s rond deze app, die ook door andere gemeenten wordt gebruikt.De gemeente Den Haag heeft een “Data protection impact assessment” (DPIA) uitgevoerd, welke zich richtte op de app Meld een Vermoeden en het achterliggende backofficeproces. Deze risicoanalyse leverde een rapportage met een aantal aanbevelingen op. De rapportage schetst de privacy risico’s van de gegevensverwerking en beschrijft maatregelen om deze risico’s te verminderen. Het gaat daarbij concreet om zaken als governance, afspraken over data-minimalisatie en de opslag en bescherming van gegevens. De DPIA deed aanbevelingen aan zowel de gemeente als de app-ontwikkelaar. Hoewel acute privacy- en data risico’s niet werden vastgesteld, moest wel geconstateerd worden dat het werken met privacygevoelige informatie nooit helemaal risicovrij kan zijn.
Doeltreffendheid
Betrokken professionals van gemeente en politie gaven aan dat de app een extra investering vergde, die niet altijd in verhouding stond met wat het opleverde in de aanpak van specifiek ondermijning. Het grootste deel van de meldingen ging niet over ondermijning. Over het algemeen hoorden de meldingen thuis bij of de politie of de HPB. De centrale plek waar de meldingen van de app echter landde was de gemeente, die daarmee als een extra schakel in het afhandelen van de meldingen werd ervaren, wat tevens extra administratieve lasten voor zowel de gemeente als de politie gaf. Daarnaast zijn HPB en politie vanuit de basis juist ingericht met eigen, laagdrempelige contact- en meldkanalen (zowel online als telefonisch). Zo is op het gebied van ondermijning de politie specialistisch ingericht met de tiplijn Team Criminele Inlichtingen en uiteraard de wijkagent. Ook kan gemeld worden bij Meld Misdaad Anoniem (MMA), waarbij wordt opgemerkt dat MMA (net als de app) voorziet in de mogelijkheid tot anoniem melden maar er is hier sprake van een belangrijk verschil. Bij MMA komt de melding tot stand na een uitvoerige bevraging van de melder door een speciaal daartoe opgeleid teamlid. De melding bevat een weergave van de relevante feiten die naar voren zijn gekomen, met uitzondering van informatie die herleidbaar is naar de melder. Voor de meld een Vermoeden-app is de gemeente hier niet dusdanig op geëquipeerd. Geconcludeerd wordt dat de app, in de vorm zoals in de pilot gebruikt, specifiek voor de aanpak van ondermijning beperkt doeltreffend is.Doelmatigheid
Met de tijdelijke middelen uit het Ondermijningsfonds van het ministerie van Justitie en Veiligheid is de technische doorontwikkeling van de applicatie bekostigd (€70.000) alsmede de backoffice (inzet personeel) georganiseerd. Bij een eventuele voortzetting (dan wel uitbreiding) worden de volgende kostenposten geïndiceerd:– Licentiekosten. De pilot maakte een tijdelijke constructie mogelijk. Bij voortzetting komen er nieuwe licentiekosten bij: jaarlijks €20.000.
– Technische aanpassingen in de app voor optimaler gebruik, inhoudelijke afbakening, privacy: tussen de €20.000 en €30.000.
– Structurele personele inzet voor de backoffice. Een administrator, projectleider en accounthouder vanuit de gemeente waren aan de pilot verbonden.
Mede overwegende het aantal van 99 meldingen die in het pilotjaar zijn gedaan, lijkt de doelmatigheid van de app in de toekomst bescheiden.Conclusie
Via de app zijn in de pilot-periode 99 meldingen gedaan. Uit de evaluatie blijkt dat het merendeel (63%) van de meldingen geen ondermijning betrof. De overige meldingen bevestigen een beeld van ondermijning dat gemeente en politie al hadden in dit gebied. Verder geven betrokken professionals van gemeente en politie aan dat de verwerking en opvolging van de meldingen uit de app een extra investering vergt (zeker op het administratieve vlak). Daarnaast vragen privacywaarborgen aandacht ten aanzien van de gegevensverwerking van meldingen. Het werken met privacygevoelige data is altijd een aandachtspunt en vraagt om een zorgvuldige werkwijze. Uit de opgeleverde DPIA-rapportage blijkt dat er enerzijds extra (financiële) investeringen nodig zijn om de privacy nog beter te waarborgen, waardoor anderzijds de mogelijkheid om bepaalde informatie onderling uit te wisselen verder afneemt. Dit zal concreet betekenen dat het aantal bruikbare meldingen afneemt, wat de doeltreffendheid van het instrument verder beperkt. Op basis van de evaluatie wordt geconcludeerd dat de pilot onvoldoende doelmatig en doeltreffend bleek om (structureel) voort te zetten.
Of de vele andere gemeenten die met de app ‘Meld een vermoeden’ experimenteren, daarmee stoppen, is onbekend.
De gang van zaken geeft aan dat ondoordachte automatisering niet helpt bij misdaadbestrijding.
Meer informatie:
Gemeente Den Haag:
- Brief burgemeester van 14 december 2021.
- Bijlage 3 over de app.
FD (betaalmuur):
- Valse vermoedens, FD 26 december 2021.
- Gemeente Den Haag staakt proef met klik-app voor burgers, FD 21 december 2021.
- Gemeenten moedigen burgers aan om over elkaar te klikken via omstreden app, FD 16 augustus 2021.
Het Ministerie van Veiligheid moedigt gemeentelijke misdaadbestrijding via dit soort methodes juist aan, zie onderstaand protocol.
- Model privacy protocol binnengemeentelijke gegevensdeling, 20 februari 2020.

