Deelname aan consultatie inzake voorstel tot wijziging Wwft | AMLD4, AMLD5

Op 7 januari jl. heb ik mee gedaan aan de consultatie inzake het voorstel voor de Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn. In het consultatiedocument wordt voorgesteld om onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) aan te passen. De wijzigingen worden veroorzaakt door Europese regelgeving en hebben onder meer betrekking op virtuele valuta en op de kunsthandel.
De consultatie loopt nog tot en met 15 januari a.s.

Mijn bijdrage is hierna te vinden, zowel als html tekst als – geheel onder aan – als te downloaden pdf en MS Word bestand. Bij indiening was ik de zesde persoon die reageerde.

In mijn commentaar heb ik onder meer aangedrongen op een centrale lijst van ‘schurkenstaten’.

Mijn consultatiereactie

CONSULTATIEDEELNAME

Aan: het Ministerie van Financiën
Van: Ellen Timmer
Datum: 7 januari 2019
Onderwerp: consultatie Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn, aangekondigd op https://www.internetconsultatie.nl/wijzigingamld4

Mijne dames en heren,

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan deze consultatie. De voorgestelde wijzigingen betreffen onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en zijn een gevolg van de door de 5e antiwitwasrichtlijn gewijzigde 4e antiwitwasrichtlijn.

Het consultatievoorstel zal hierna ook als ‘het voorstel’ worden aangeduid.

Na een algemene inleiding en het onderbrengen van de vergunningplicht van aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta c.a. bespreek ik een aantal onderwerpen uit het consultatievoorstel.

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

I. Algemene inleiding
De gang van zaken rondom de witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding geeft grote zorgen voor de grote groep ondernemers, hierna ‘Wwft-plichtigen’, die geacht worden zich aan de Wwft te houden. Problemen waarmee zij kampen:

* De regels veranderen zeer snel en zijn ingewikkeld.
* De regels zijn bedacht voor banken en worden geacht voor een diverse groep van ondernemingen op dezelfde manier uitvoerbaar te zijn.
* Wwft-plichtigen worden geacht van allerlei versnipperde informatie kennis te nemen, zowel afkomstige van de Nederlandse overheid en Nederlandse toezichthouders, als van de Europese Commissie, FATF, MONEYVAL, de Egmont groep en allerlei andere illustere partijen.
* De kwaliteit van de regels is niet naar behoren. Het Nederlandse parlement is onvoldoende kritisch op de kwaliteit van de Europese en Nederlandse regels. De parlementaire behandeling is deels het toneel van politieke marketing waarbij schandalen naar de voorgrond worden gehaald. Aandacht voor de praktijk ontbreekt.
* Wetenschappelijk onderzoek naar de uitvoerbaarheid van de regels door alle verschillende ondernemersgroepen ontbreekt totaal. Dat zelfs banken niet in staat zijn de regels goed na te leven geeft te denken.

Mijn persoonlijke indruk is dat de Europese en Nederlandse wetgever regels maken voor ‘de ZuidAs’. Aan gewone Wwft-plichtigen, zoals administratiekantoren, notarissen en handelaren niet wordt gedacht.

De overheid wil alle Wwft-plichtigen tot onbezoldigd opsporingsambtenaar, ‘poortwachter’ bombarderen. Wat van de ‘poortwachter’ wordt verwacht, is voor een groot deel van de Wwft-plichtigen (misschien voor iedereen) onmogelijk en onhaalbaar.

Een uitgebreide wetenschappelijke analyse van de regelgeving is hoogst noodzakelijk. Daarbij moet worden nagegaan hoeveel zin het heeft om deze bankenwet uniform aan alle Wwft-plichtigen op te leggen. Verder moeten de uitwassen van de regels worden onderzocht, zoals de ‘pseudo-ubo’, die hierna aan de orde komt.

In algemene zin:
Ik ben niet tegen bestrijding van criminaliteit. Wel moeten de regels intelligent en proportioneel zijn. Aandacht voor ‘gedrag en cultuur’ en voor private misdaadbestrijding mag geen alibi zijn om slechte regels te maken.

Versnipperde informatievoorziening
Één van de problemen van de Wwft is de versnipperde informatievoorziening. Zowel het Ministerie van Financiën als de verschillende toezichthouders brengen allen hun eigen leidraden, handleidingen en andere uitingen uit. Al die uitingen zijn onsamenhangend, niet met elkaar in overeenstemming en zorgen er voor dat de mensen die bij de Wwft-plichtigen het nalevingswerk moeten doen, veel te veel tijd kwijt zijn met uitzoeken hoe het moet. Ook op de kwaliteit van de uitingen is soms het nodige aan te merken. [1]

Nog erger wordt het nu de Nederlandse instanties soms ook naar buitenlandse bronnen, zoals FATF, de Egmont groep [2] en de Europese Commissie verwijzen.

Het is gewenst dat de overheidsvoorlichting sterk verbetert, om te beginnen doordat de gegevens over ‘schurkenstaten’ (zie hierna onder IV.C) via overheid.nl aan alle burgers ter beschikking worden gesteld.

 

II. Virtuele valuta c.a. (hoofdstuk 3a. voorstel)
In het consultatievoorstel wordt voorgesteld om de vergunningplicht voor aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees onder te brengen in een nieuw hoofdstuk 3a. van de Wwft.

Uit de consultatietoelichting blijkt op geen enkele manier waarom dit onderwerp niet wordt geregeld in de wet waarin het thuis hoort, te weten de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het onderwerp hoort in die wet thuis, ten eerste omdat de wisseldiensten en het aanbieden van bewaarportemonnees financiële diensten zijn. Verder is de Wwft een wet waarin aan een grote groep ondernemers de verplichting wordt opgelegd een cliëntenonderzoek met het oog op witwassen/terrorismefinanciering uit te voeren, alsmede ongebruikelijke transacties te melden. Een vergunningplicht met betrekking tot virtuele valuta en bewaarportemonnees hoort in die wet niet thuis.

Alternatief is een aparte toezichtwet voor aanbieders van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees tot stand te brengen, naar het model van de Wft.

Aanbeveling
Graag verzoek ik u de hier bedoelde vergunningplicht in de Wft of in een afzonderlijke wet onder te brengen.

 

III. Doelgroep van de wet (Wwft-plichtigen)
Wederom vindt een uitbreiding plaats van de al grote groep ondernemingen die zich aan de Wwft moeten houden.

 

A. Definitie ‘belastingadviseur’ (artikel I onderdeel B voorstel)
De huidige tekst van artikel 1a, vierde lid sub a luidt:

natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als belastingadviseur zelfstandig onafhankelijk beroepsactiviteiten uitoefenen, dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, voor zover zij anderszins zelfstandig onafhankelijk daarmee vergelijkbare activiteiten beroeps- of bedrijfsmatig verrichten;

Volgens het voorstel wordt de nieuwe tekst:

natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als belastingadviseur zelfstandig onafhankelijk beroepsactiviteiten uitoefenen, dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen voor zover zij anderszins zelfstandig in hoofdzaak, onafhankelijk, al dan niet via andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen, daarmee vergelijkbare activiteiten beroeps- of bedrijfsmatig verrichten;

De nieuwe tekst wordt minimaal toegelicht. De woorden “in hoofdzaak’ lijken weinig toe te voegen, dat volgt al uit het beroeps- of bedrijfsmatig uitoefenen van activiteiten als belastingadviseur (of vergelijkbaar).

Vraag 1
Volgens de voorgestelde tekst kan er ook sprake zijn van het geven van belastingadvies (“daarmee vergelijkbare activiteiten”) “via andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen”. Wat betekent dit?

In de door de 5e antiwitwasrichtlijn gewijzigde 4e antiwitwasrichtlijn staat iets anders dan thans wordt voorgesteld. Daar staat:

iedere persoon die zich ertoe verbindt als voornaamste bedrijfs- of beroepsactiviteit, rechtstreeks of via andere met hem gelieerde personen materiële hulp, bijstand of advies op belastinggebied te verlenen

Naar aanleiding daarvan het volgende.

Vraag 2
In de voorgestelde tekst ontbreekt dat de indirecte dienstverlening moet plaats vinden via “met hem gelieerde” personen. Dat betekent dat het consultatievoorstel daardoor een veel ruimere groep onder de Wwft wordt gebracht, dan door 4e antiwitwasrichtlijn wordt vereist. Welke reden heeft uw Ministerie voor deze keus?

Aanbeveling
Overigens roept de tekst van de 4e antiwitwasrichtlijn de vraag op wat er onder “materiële hulp, bijstand of advies” moet worden verstaan. Als die terminologie in de Wwft zou worden overgenomen is een zorgvuldige en uitgebreide toelichting gewenst.

 

B. Verkopers en kopers (artikel I onderdeel B voorstel)
Bijzonder aan de Wwft is dat in sommige gevallen geen sprake van een cliëntenonderzoek maar van een ‘wederpartijenonderzoek’. Dat is al aan de orde bij verkopers en kopers van zaken [3], aldus artikel 1a lid 4 sub i Wwft:

i. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 10.000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat;

Daar komen nu volgens het consultatievoorstel de beroeps- of bedrijfsmatige verkopers en kopers van kunstvoorwerpen bij:

k. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig kunstvoorwerpen opslaan of handelen als koper of verkoper van kunstvoorwerpen, voor zover betaling van deze kunstvoorwerpen plaatsvindt voor een bedrag van €10.000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat;

Vraag
Nu er de nodige enthousiaste verzamelaars van kunstvoorwerpen zijn, verzoek ik uw Ministerie toe te lichten op welke manier wordt bepaald dat van beroeps- of bedrijfsmatig handelen sprake is.

 

IV. Cliëntenonderzoek
In hoofdstuk 2 van de Wwft zijn de regels inzake het cliëntenonderzoek opgenomen. Ook daarin worden wijzigingen aangebracht.

 

A. Pseudo-ubo (artikel I onderdeel F voorstel)
In artikel 3 lid 2 sub b. verschijnt dankzij de 4e antiwitwasrichtlijn het fenomeen “het hoger leidinggevend personeel”.

Tekstvoorstel artikel 3 lid 2 sub b.
De consultatietekst is onbegrijpelijk want er staat:

“indien de cliënt lid is van het hoger leidinggevend personeel,”

Dat kan niet juist zijn. In de Wwft wordt dat hoger leidinggevend personeel gedefinieerd als:

hoger leidinggevend personeel:
a. personen die het dagelijks beleid van een instelling bepalen; of
b. personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een instelling, die een leidinggevende functie vervullen direct onder het echelon van de dagelijks beleidsbepalers en die verantwoordelijk zijn voor natuurlijke personen wier werkzaamheden van invloed zijn op de blootstelling van een instelling aan de risico’s op witwassen en het financieren van terrorisme;

en is derhalve gekoppeld aan de Wwft-plichtige, niet aan de cliënt of wederpartij van de Wwft-plichtige, bij wie het cliëntenonderzoek wordt uitgevoerd. Er wordt immers zowel in a. als in b. gesproken over “instelling”, dat is de Wwft-plichtige onderneming.

Hier wreekt zich dat de definitie van de uiteindelijk belanghebbende niet in de Wwft is opgenomen, terwijl die definitie wel in de 4e antiwitwasrichtlijn staat.

Aanbeveling
Neem de definitie van de uiteindelijk belanghebbende alsnog in de Wwft zelf op en zorg voor een afzonderlijke definitie van de leidinggevende als uiteindelijk belanghebbende (vaak ‘pseudo-ubo’ genoemd).

Voorts is de vraag wat de reden is voor de merkwaardige omschrijving inzake het onderzoek naar de pseudo-ubo,

redelijke maatregelen te nemen om de identiteit te verifiëren van de natuurlijke persoon die lid is van het hoger leidinggevend personeel, waarbij de genomen maatregelen en de ondervonden moeilijkheden tijdens het verificatieproces worden vastgelegd

De toelichting op dit onderdeel (pagina 26) verschaft geen helderheid. Er wordt tekst uit de 4e antiwitwasrichtlijn en uit parlementaire stukken herhaald, zonder specifiek op de Nederlandse context in te gaan.

De vraag rijst waarom leden van het statutaire bestuur tot uiteindelijk belanghebbende moeten worden bestempeld, als zij geen financieel belang hebben anders dan hun salarisaanspraken. Daarmee hangt de vraag samen inzake de gedachte dat iedere rechtspersoon een uiteindelijk belanghebbende zou moeten hebben. Voor zover mij bekend is deze vraag noch tijdens de behandeling op Europees niveau, noch in de Nederlandse parlementaire behandeling aan de orde gekomen.

Vraag 1
Graag verzoek ik uw Ministerie uitvoerig toe te lichten waarom statutair bestuurder als uiteindelijk belanghebbende moeten worden aangemerkt als er geen ‘echte’ uiteindelijk belanghebbende is en verzoek ik u met name aandacht te besteden aan de vraag waarom stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen allen een uiteindelijk belanghebbende zouden moeten hebben, ook als zij klassieke not-for-profit activiteiten hebben en zij niets te maken hebben met illegale praktijken.
Kunt u voorts onderbouwen dat dit voorschrift proportioneel is als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming, met name als het voor de not-for-profit gaat. Immers, als gevolg van dit voorschrift zullen gegevens over de pseudo-ubo’s binnen Europa en in de hele wereld gaan circuleren en kunnen daar onjuiste conclusies uit worden getrokken.

Voorbeeld 1:
Bij een ziekenhuis in de vorm van een stichting zijn de leden van het statutaire bestuur ‘uiteindelijk belanghebbende’ in de zin van de Wwft, tenzij een ander als ‘uiteindelijk belanghebbende’ kan worden aangewezen, waarbij gedacht kan worden aan de Minister van Medische Zorg en Sport.
Kan worden aangegeven waarom de misdaadbestrijding gediend is met het aanwijzen van bestuurders of de minister als uiteindelijk belanghebbende.

Voorbeeld 2:
Vele scholen hebben de vorm van een stichting. Stel dat het bestuur drie leden heeft, dan zijn deze drie bestuursleden allen ‘uiteindelijk belanghebbende’, behoudens als de Minister van Onderwijs als uiteindelijk belanghebbende zou kwalificeren.
Kan worden aangegeven waarom de misdaadbestrijding gediend is met het aanwijzen van bestuurders of de minister als uiteindelijk belanghebbende?

De pseudo-ubo als PEP
Het aanmerken van bestuurders tot uiteindelijk belanghebbende heeft bij de toetsing of betrokkene een politiek prominente persoon (‘PEP’) is vreemde gevolgen, ten minste als de antwoorden die op 27 november 2018 zijn gegeven op vragen van het lid Bruins van de Tweede Kamer [4] juist zijn.

Die vragen betroffen een ubo die PEP is. Dat kan zich bij kapitaalvennootschappen voordoen, maar ook bij stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen. Bij reguliere not-for-profit stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen zijn de statutair bestuurders uiteindelijk belanghebbende. Als één van die bestuurders een PEP is, heeft dat volgens de gegeven antwoorden tot gevolg dat de mede-bestuurders daardoor PEP worden, niet alleen binnen de betreffende rechtspersoon, maar ook elders.

Voorbeeld:
* Een stichting exploiteert tien scholen in Zuid-Holland.
* De stichting heeft een bestuur van drie personen. Aangezien dit ‘klassieke’ not-for-profit is, betekent dat, dat deze drie bestuurders alle drie ‘ubo’ van de stichting zijn. Één van deze drie bestuurders is de dochter van een lid van de Tweede Kamer, zij is daardoor een ‘politiek prominente persoon’, een PEP. Daarmee wordt de gehele stichting hoog risico in de zin van de witwasbestrijding voor de bank, de accountant, het administratiekantoor, de juridische dienstverleners en andere Wwft-plichtigen.
* Overigens heeft het zijn van PEP ook consequenties voor de dochter van het Tweede Kamerlid zij, aangezien zij door de bank en andere financiële dienstverleners als hoog risico moet worden aangemerkt en extra gemonitord op signalen van corruptie, witwassen en terrorismefinanciering.
* De uitleg van ‘naaste geassocieerde’ heeft tot gevolg dat de twee mede-bestuursleden zelf ook ‘PEP’ geworden zijn. Als gevolg daarvan moeten ook zij door hun eigen bank c.s. als hoog risico worden aangemerkt.

Een en ander maakt een hoogst merkwaardige indruk.

Vraag 2
Kunt u toelichten welk misdaadbestrijdingsbelang gediend is met het in de not-for-profit aanmerken van mede-bestuurders als PEP?
Kunt u voorts onderbouwen dat dit voorschrift proportioneel is in relatie tot de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Immers, als gevolg van dit voorschrift zullen gegevens over de pseudo-ubo’s binnen Europa en in de hele wereld gaan circuleren en kunnen daar onjuiste conclusies uit worden getrokken.

 

B. Bewijs van inschrijving in het ubo-register (artikel I onderdeel G)
De Wwft schrijft voor dat Wwft-plichtigen niet mogen afgaan op het ubo-register. Dus voor hen vervult het register geen relevante rol. Wwft-plichtigen lijken een andere rol te hebben, nl. controleur van de juistheid van de inhoud van dat register. Dat element volgt wel uit de 4e antiwitwasrichtlijn, maar is niet in dit voorstel opgenomen.

Hier wordt voorgesteld om in artikel 4 een nieuw tweede lid van artikel 4 toe te voegen, inhoudend:

2. Bij het aangaan van een nieuwe zakelijke relatie met een cliënt als bedoeld in artikel 3, derde of vierde lid, beschikt de instelling over een bewijs van inschrijving van de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt in het register, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007.

Deze eis kan alleen worden gesteld als het handelsregister op grond van de nog in aantocht zijnde regels inzake het ubo-register een uittreksel kan worden afgegeven met de gegevens van de geregistreerde ubo’s. Dit onderwerp hoort daarom niet thuis in dit voorstel, maar in het voorstel dat het ubo-register regelt.

Aanbeveling
Verwijdering van dit onderdeel uit het voorstel.

 

C. Schurkenstaten, artikel 9 Wwft (artikel I onderdeel J voorstel)
De Europese Commissie heeft op grond van de 4e antiwitwasrichtlijn “staten met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme”, oftewel ‘schurkenstaten’, aangewezen. In de Wwft werkt dat door in artikelen 8 en 9.

De Wwft-plichtigen moeten op grond van artikel 8 lid 1 sub b. Wwft alert zijn bij cliënten die “woonachtig zijn, gevestigd zijn dan wel hun zetel hebben” in schurkenstaten.

“Verband houden met”
Artikel 9 Wwft heeft in het voorstel een nieuwe tekst gekregen, waarbij de relatie met specifieke cliënten (als genoemd in artikel 8 lid 1 sub b. Wwft) wordt losgelaten. De tekst van het voorstel schrijft een verscherpt cliëntenonderzoek voor inzake “transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties die verband houden met” schurkenstaten.
De werking hiervan is veel ruimer en heeft tot gevolg dat iedere Wwft-plichtige bij al zijn cliënten/wederpartijen moet nagaan of dat aan de orde is.

Een toelichting op wat “verband houden met” betekent, ontbreekt.

Aanbeveling
Licht uitvoerig toe wat wordt bedoeld met “verband houden met” in artikel 9 lid 1 aanhef.

Not-for-profit
Onder de schurkenstaten zitten de nodige ontwikkelingslanden en landen die in oorlogstoestand verkeren (bijvoorbeeld Jemen). Zoals bekend ondervinden not-for-profit-organisaties die in ontwikkelingslanden en onrustige landen werken veel hinder van de internationale antiwitwasregels.

Verzoek
Kan worden toegelicht welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat ontwikkelingswerk wordt verhinderd of belemmerd door de Wwft?

 

D. Lijst van schurkenstaten (artikel I onderdeel J en K voorstel)
De lijst van schurkenstaten wijzigt periodiek, voor zover ik kon nagaan is de laatste versie van 22 oktober 2018 [5] en ziet de lijst er als volgt uit:

High-risk third countries
I. High-risk third countries which have provided a written high-level political commitment to address the identified deficiencies and have developed an action plan with FATF.

1 Afghanistan
2 Bosnia and Herzegovina
3 Guyana
4 Iraq
5 Lao PDR
6 Syria
7 Uganda
8 Vanuatu
9 Yemen
10 Ethiopia
11 Sri Lanka
12 Trinidad and Tobago
13 Tunisia
14 Pakistan

II. High-risk third countries which have provided a high-level political commitment to address the identified deficiencies, and have decided to seek technical assistance in the implementation of the FATF Action Plan, which are identified by FATF Public Statement.

Iran

III. High-risk third countries which present ongoing and substantial money-laundering and terrorist-financing risks, having repeatedly failed to address the identified deficiencies and which are identified by FATF Public Statement.

Democratic People’s Republic of Korea (DPRK)

 

Voor een groot deel van de Wwft-plichtigen is de actuele versie van deze lijst nauwelijks te vinden.

Bovendien schrijft de Wwft voor dat de bijlagen bij de 4e antiwitwasrichtlijn worden geraadpleegd. Volgens bijlage III van de 4e antiwitwasrichtlijn moet acht geslagen worden op:

a) landen die op basis van geloofwaardige bronnen zoals wederzijdse beoordelingen, gedetailleerde evaluatierapporten, of gepubliceerde follow-uprapporten, worden aangemerkt als een land zonder effectieve AML/CFT-systemen;
b) landen die volgens geloofwaardige bronnen significante niveaus van corruptie of andere criminele activiteit hebben;
c) landen waarvoor sancties, embargo’s of soortgelijke maatregelen gelden die bijvoorbeeld door de Unie of de Verenigde Naties zijn uitgevaardigd;
d) landen die financiering of ondersteuning verschaffen voor terroristische activiteiten, of op het grondgebied waarvan als terroristisch aangemerkte organisaties actief zijn.

Welke landen dit zijn weten de meeste Wwft-plichtigen niet. Aangezien de overheid verplicht is tot het verschaffen van informatie en guidance om de Wwft-plichtigen in staat te stellen hun verplichtingen goed na te leven, stel ik voor om het nieuwe artikel 9a zoals in het voorstel staat, aan te vullen, als hierna vermeld.

Aanbeveling
Formuleer de tekst van artikel 9a Wwft als volgt:

Artikel 9a
1. Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk publiceren een lijst met de exacte functies van prominente publieke functies, met inbegrip van Europese en internationale prominent publieke functies. Deze lijst wordt actueel gehouden.
2. Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk publiceren een lijst van staten die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie zijn aangewezen als staten met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme. Deze lijst wordt actueel gehouden.
3. Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk publiceren een lijst van staten als bedooeld in bijlage III sub 3. (Geografische risicofactoren) van de vierde anti-witwasrichtlijn. Deze lijst wordt actueel gehouden.
4. De in leden 1. tot en met 4. bedoelde gegevens worden opgenomen in een database die openbaar toegankelijk is voor iedere burger en die verwijzingen bevat naar de juridische bronnen van de die gegevens en waarin ook van tijd tot tijd de versies van de lijsten zijn na te gaan.

 

Tot slot
Ik hoop dat u acht zult slaan op deze consultatiereactie.
NB Ik had geen gelegenheid op alles te reageren.

[Noten]
1 Zie onder andere mijn artikel over de BFT-leidraad voor Accountancy Vanmorgen https://ellentimmer.files.wordpress.com/2018/11/wwft-bft-laat-kans-liggen-art-et-a-vm-nov-2018.pdf
2 Over een recente publicatie schreef ik dit artikel: https://ellentimmer.wordpress.com/2018/12/24/wwft-101/
3 Civielrechtelijk moet hier over zaken worden gesproken.
4 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2018/11/27/antwoorden-kamervragen-over-politiek-prominente-personen-pep/antwoorden-kamervragen-over-politiek-prominente-personen-pep.pdf
5 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:02016R1675-20181022

Meer informatie:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d. en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s