Zorgvuldig afpakken | de biologische wietteler

In het strafrecht kan de overheid crimineel verkregen voordeel ‘afpakken’, officieel heet dat een ‘ontnemingsvordering’.

Dat afpakken moet dan wel zorgvuldig gebeuren. In een op 21 augustus jl. door de rechtspraak bekend gemaakte zaak was dat niet het geval.

Een biologische wietteler werd in 2015 veroordeeld voor het beroepsmatig telen van hennepplanten en -stekken, zonder oplegging van straf of maatregel. Intussen had het openbaar ministerie een afpak-vordering ingesteld, die voor een bedrag ter grootte van € 233.282,60 door de rechtbank werd toegewezen. In hoger beroep schatte het openbaar ministerie het wederrechtelijk verkregen voordeel van de  wietteler op € 477.901,79, een fiks bedrag.

Het Hof Arnhem-Leeuwarden is van mening dat de onderbouwing van die grote vordering op drijfzand berust:

Het hof is van oordeel dat de onderbouwing van de ontnemingsvordering door de politie – welke berekening door het openbaar ministerie is gevolgd – onvoldoende is afgestemd op de specifieke aspecten van de kwekerij van veroordeelde, namelijk het op biologische wijze kweken van hennepplanten, zonder dat gebruik wordt gemaakt van verduistering en/of kunstlicht. De algemene en niet op alle door veroordeelde geteelde planten toegesneden informatie van de zadenbank Sensi Seeds, en de algemene ervaring van verbalisanten acht het hof onvoldoende betrouwbaar om als grondslag te dienen voor de aannames die in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel zijn gedaan. Ook anderszins, bijvoorbeeld aan de hand van de foto’s die zich in het dossier bevinden, kan niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van zodanig overvloedige opbrengsten als die waar volgens het openbaar ministerie sprake van is geweest. Daarnaast is er ook geen financieel onderzoek naar veroordeeldes vermogenspositie geweest op grond waarvan illegale inkomsten vastgesteld hadden kunnen worden. Dit betekent dat het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel geen grondslag kan zijn voor een realistische schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde.
Het hof baseert zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel daarom op de verklaring van veroordeelde nu dat de enige concrete aanwijzing is omtrent de opbrengst van de kwekerij. Deze opbrengst minus de door de veroordeelde gemaakte kosten brengt mee dat het voordeel op nihil wordt gesteld.

Meer informatie: bericht op rechtspraak.nl, uitspraak Hof Arnhem-Leeuwarden. Eerder schreef ik over een afpakzaak die bij het Europese Hof in behandeling is.

 

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Strafrecht en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s