Het bizarre integriteitsrecht | de statutair bestuurder als uiteindelijk belanghebbende (Wwft)

Terwijl we nog in afwachting zijn van de definitieve versie van de Vierde Europese Antiwitwasrichtlijn, verschijnen er berichten waaruit blijkt welke bizarre vormen de witwasbestrijding heeft aangenomen.

In Nederland wordt de richtlijn geïmplementeerd via de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), waaraan een groot aantal Wwft-plichtigen zich moeten houden, zoals verzekeraars, makelaars, garagebedrijven, banken en accountants.

In een artikel van 8 februari jl. dat ik tegenkwam las ik bijzondere dingen:

  • Volgens de auteurs moet iedere onderneming ten minste één ubo hebben. Ik vraag me dan af of dat zo is en zo ja waarom. Het is vreemd om iemand als ubo aan te merken zonder financieel belang. Tot nu toe heb ik in Europese bronnen geen toelichting kunnen vinden.
  • Als er onder de huidige Wwft geen ubo is, moet er volgens de auteurs van het artikel ten minste één worden aangewezen. De auteurs van het artikel adviseren de voorzitter of een lid van de raad van bestuur in te schrijven als ubo. Waarom dat moet, wordt niet uitgelegd (de raad van bestuur is al in het handelsregister ingeschreven en heeft niet altijd aandelen of certificaten in het bedrijf).
  • De auteurs adviseren ondernemingen – vanwege alle informatie die gevraagd wordt door Wwft-plichtigen – om een informatieset te maken met onder meer originele uittreksels uit het handelsregister en gecertificeerde kopieën van het paspoort van zowel de ubo als de voorzitter van de raad van bestuur. Ook dat is bijzonder: als er een ubo is, is de voorzitter van de raad van bestuur dat niet. De vertegenwoordiger van een rechtspersoon moet wel geïdentificeerd worden, maar zijn identiteitsbewijs mag op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens niet worden opgeslagen.

Al ik eerder kwam ik tegen dat er juristen zijn die denken dat een rechtspersoon zonder ubo niet mogelijk is. Naar aanleiding daarvan heb ik tijdens de Wwft-consultatie vragen gesteld met betrekking tot stichtingen, zie dit bericht.

Het is een vreemde zaak dat statutair bestuurders bij gebrek aan beter tot ubo worden gebombardeerd. Het is hoog tijd dat de Europese en Nederlandse wetgever aan het volk gaan uitleggen wat daar de reden voor is en waar dat goed voor is.

Meer informatie:


Aanvulling 1 maart 2017

Zie een apart bericht van 20 februari jl. over mijn twitter correspondentie met Europarlementariër Sargentini.

Op 27 februari jl. verscheen in Het Financieele Dagblad een opinie van mevrouw Birgit Snijder-Kuipers, de vermoedelijke auteur van het hierboven uit Mondaq geciteerde artikel, waarin zij onder meer constateert dat op grond van de Vierde Europese antiwitwasrichtlijn een ‘pseudo-ubo’ moet worden geregistreerd. Waarom Europa dit wil, wordt door haar niet toegelicht. Zij signaleert wel dat de feitelijke openbaarheid van de persoonsgegevens van ubo’s mogelijk in strijd is met Europese grondrechten.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Ubo-register en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Het bizarre integriteitsrecht | de statutair bestuurder als uiteindelijk belanghebbende (Wwft)

  1. GJ Inden zegt:

    Inderdaad vreemd dat bestuurder(s) bij een stichting (er is sprake van een doelvermogen) bij gebrek aan beter worden aangemerkt als (de) UBO. Dat zie je bijvoorbeeld ook terug op bijvoorbeeld het modelformulier over de UBO’s dat bij de ING moet worden ingeleverd. Is daar een bankenrichtlijn over? Het is natuurlijk bij een gesloten systeem als de (Nederlandse) stichting wel het bestuur (bestuurder) dat de zeggenschap uitoefent over het (doel)vermogen, mits in de statuten anders is bepaald. Maar het bestuur is niet de uiteindelijke belanghebbende. In het formulier wordt aangenomen dat als de UBO (nog) niet bekend is, de bestuurder dat is op grond van het zeggenschapscriterium. Dit schept de verwarring.

    • De vraag van banken naar de ubo is gebaseerd op de huidige antiwitwasregelgeving. In de huidige antiwitwasregelgeving is het nog niet zo dat een statutair bestuurder van rechtspersoon automatisch een ubo is als er geen ‘andere’ ubo is te vinden. Er moet worden nagegaan of een bestuurder als ubo kwalificeert, dat is op dit moment soms wel en soms niet het geval.
      Waarom de Europese wetgever er voor kiest om bestuurders zonder financieel belang ubo te maken, is volstrekt vaag en een toelichting of onderbouwing is nergens te vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s