In de op 21 mei jl. door het Europese hof gewezen uitspraak in de Italiaanse Across Fiduciaria zaak [1] komt onder meer de toegang tot de gegevens van uiteindelijk begunstigden (ubo’s) van entiteiten aan de orde [2]. Die toegang is gebaseerd op de huidige misdaadbestrijdingsrichtlijn.
Opmerkelijk is dat het hof meent dat transparantie ten goede komt aan de misdaadbestrijding (voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering) en dat iedereen met een ‘legitiem belang’ toegang tot ubo-gegevens zou mogen krijgen.
Daar zullen criminelen en andere ongure types blij mee zijn, want dat biedt ook hen de mogelijkheid om aan ubo-gegevens te komen.
In de uitspraak wordt opgemerkt dat de toegang op grond van legitiem belang niet in strijd is met artikelen 7 en 8 van het Europese Handvest, zie overwegingen 75 en verder [3]. Het algemeen belang rechtvaardigt de inbreuk op de privacy, maar er moeten wel waarborgen zijn [4]. Het hof veronderstelt dat transparantie nuttig is [5] en herhaalt dat de pers, maatschappelijke organisaties en degenen die een transactie willen aangaan een legitiem belang hebben [6], maar zwijgt over mogelijkheden die criminelen c.s. daardoor wordt geboden.
De uitspraak is relevant voor het antiwitwaspakket dat volgend jaar in werking treedt en waarin de tekst over de toegang tot het ubo-register grotendeels overeenkomst met de tekst van de huidige richtlijn.
Noten:
[1] Arrest van 21 mei 2026, Nederlandstalige versie site hof in de gevoegde zaken C‑684/24 en C‑685/24, ECLI:EU:C:2026:410.
[2] De uitspraak handelt ook over de vraag wanneer sprake is van een trust of trustachtige. Bij trusts en trustachtigen is het aantal mensen dat als ubo wordt gekwalificeerd veel groter dan bij andere entiteiten. Het zal me benieuwen of het gebruik van de trust (sowieso al een exotische rechtsvorm) in de EU inmiddels is afgenomen.
[3] De conclusie staat in overwegingen 93 en 95.
[4] Aldus overwegingen 103 en verder.
[5] Zie onder meer overweging 105.
[6] Aldus overwegingen 115, 116.

