Het blijft bijzonder dat volgens EU-lidstaten en vele instanties aldaar, de inwoners en staatsburgers van de EU geen aanspraak kunnen maken op grondrechtelijke bescherming tegen schadelijke extraterritoriale regelgeving van een niet-EU land (inleiding FATCA & Citizenship-Based Taxation).
Het lijkt er op dat alleen in België een moedige instantie is – de Gegevensbeschermingsautoriteit – die tegen de stroom in durft te roeien (lees mijn artikel over het besluit van april 2025).
Tussenvonnis Marktenhof
Tegen de beslissing van de Gegevensbeschermingsautoriteit van april 2025 is hoger beroep ingesteld bij het Marktenhof (la Cour des Marchés). Dit hof heeft op 26 november jl. een tussenvonnis in het Frans (pdf) uitgesproken, waarin een groot aantal vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Van deze uitspraak heb ik een inofficiële Nederlandse vertaling gemaakt, die hier (pdf) te vinden is. Ik houd me aanbevolen voor verbeteringssuggesties voor juridische taalliefhebbers.
Nieuwsbericht Gegevensbeschermingsautoriteit
Op de site van de Gegevensbeschermingsautoriteit is melding gemaakt van het tussenvonnis in nieuwsberichten in het Frans (de taal van het vonnis), Nederlands en Engels.
De tekst van het Nederlandstalige nieuwsbericht:
Fatca: het Marktenhof legt 13 prejudiciële vragen voor aan het HvJ-EU
Het Marktenhof heeft beslist om 13 prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) in het kader van het FATCA-dossier. Met deze beslissing wil het Hof essentiële verduidelijkingen verkrijgen over de verenigbaarheid van het FATCA-akkoord met het Unierecht en over het kader dat van toepassing is op doorgiften van gegevens naar de Verenigde Staten.
Context
In 2023 oordeelde de Geschillenkamer van de GBA in haar beslissing 61/2023 dat de doorgiften van persoonsgegevens van Belgische “Accidental Americans” door de FOD Financiën aan de Amerikaanse belastingadministratie, zoals voorzien in het intergouvernementeel FATCA-akkoord, onrechtmatig waren, en verbiedt deze doorgiften. Volgens de GBA voldeden deze verwerkingen niet aan verschillende beginselen van de AVG, in het bijzonder die met betrekking tot doorgiften van gegevens buiten de EU.
Dossierhistoriek
- De FOD Financiën stelde beroep in tegen beslissing 61/2023 bij het Marktenhof.
- Bij arrest van 20 december 2023 (2023/AR/801) vernietigde het Marktenhof deze beslissing en verwees het dossier terug naar de Geschillenkamer, anders samengesteld, om opnieuw te oordelen.
- Naar aanleiding daarvan nam de Geschillenkamer op 24 april 2025 beslissing 79/2025.
- Ook tegen deze nieuwe beslissing stelde de FOD Financiën een beroep tot vernietiging in.
- Vandaag heeft het Marktenhof een tussenarrest uitgesproken en beslist om 13 prejudiciële vragen aan het HvJ-EU te stellen.
Prejudiciële vragen aan het HvJ-EU
Een eerste reeks vragen heeft tot doel na te gaan of een akkoord zoals FATCA verenigbaar was met het Unierecht dat gold vóór 24 mei 2016, in het bijzonder met richtlijn 95/46/EG, en meer specifiek de beginselen van doelbinding, gegevensminimalisatie en beperkte bewaartermijnen, — alsook met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Het Marktenhof vraagt het HvJ-EU eveneens of een dergelijk akkoord in overeenstemming is met artikel 26.1, d) of artikel 26.2 van richtlijn 95/46/EG, en onder welke voorwaarden, in termen van passende waarborgen.Een tweede reeks vragen betreft artikel 96 van de AVG (dit artikel bepaalt dat internationale overeenkomsten die vóór de AVG zijn gesloten, van kracht blijven voor zover zij in overeenstemming waren met het recht van de Unie zoals dat vóór 24 mei 2016 van toepassing was): wat is het materiële toepassingsgebied van deze bepaling, rust de bewijslast van de voorwaarden van artikel 96 op de verwerkingsverantwoordelijke, is artikel 96 acceptabel voor zover het een permanent overgangsregime mogelijk wordt, zoals uiteengezet in beslissing 79/2025, en welke rol is er voor de nationale rechter.
In een derde reeks vragen richt het Marktenhof zich vooral op het kader voor doorgiften naar derde landen onder de AVG. Het Hof vraagt zich onder meer af waarom er geen adequaatheidsbesluit bestaat, wat de gevolgen daarvan zijn, hoe artikel 46 AVG moet worden geïnterpreteerd en welke passende waarborgen vereist zijn.
Het Hof besluit de lijst met vragen met een vraag over artikel 49.1, d) AVG, waarmee het het volledige “cascade-mechanisme” van hoofdstuk V van de AVG doorloopt.De GBA is verheugd dat deze belangrijke vragen met een Europese dimensie nu aan het HvJ-EU worden voorgelegd.
Het volledige arrest van het Marktenhof is hier beschikbaar (alleen beschikbaar in het Frans).
Reactie vereniging van Accidental Americans
De procedure is gevoerd door de Belgische vereniging van Accidental Americans, L’ASBL Accidental Americans Association of Belgium (AAAB) en wordt gesteund door l’Association des Américains Accidentels (AAA), die een persbericht (pdf) publiceerde waarin verheugd wordt gereageerd op de beslissing.
Media
In de media en bij juristenkantoren is enige aandacht voor het tussenvonnis, onder meer: the American, Everest. Het tussenvonnis lijkt nog niet tot Nederlandstalige media te zijn doorgedrongen.
Aanvulling 6 januari 2026
Aan het bovenstaande heb ik de passage over de inofficiële Nederlandse vertaling toegevoegd.

