Verder werd tijdens de persconferentie gemeld dat het aantal hoog risico-personen wordt uitgebreid. Alle witwasbestrijdingsplichtigen moeten die personen intensief financieel surveilleren (transactiemonitoring) en uitgebreid persoonsgegevens over hen verzamelen om na te gaan of zij crimineel (kunnen) zijn. Het grootste gedeelte van deze personen is niet crimineel en wordt zonder goede redenen door bedrijven lastig gevallen, respectievelijk geweigerd als klant wegens de hoge kosten gemoeid met het cliëntenonderzoek.
Burgemeesters en hun ouders, kinderen en ‘naaste geassocieerden’
Allereerst zullen burgemeesters van grote gemeenten ‘politiek prominente persoon’ (‘PEP’) worden, samen met hun ouders, kinderen en ‘naaste geassocieerden’. Een van de gevolgen is dat alle witwasbestrijdingsplichtigen een intensieve financiële surveillance op al deze mensen moeten gaan toepassen.
Vermogende particulieren
Ten tweede zullen ‘vermogende particulieren’ per definitie hoog risico gaan worden, met als gevolg een intensieve financiële surveillance. Hoe groot het vermogen moet zijn om in die categorie te vallen, werd op de persconferentie niet mee gedeeld.
Schending grondrechten
Doordat een veel te ruime groep mensen wordt aangewezen als ‘hoog risico’ op criminaliteit (respectievelijk het hebben van crimineel geld), worden hun mensenrechten geschonden. Het is hoog tijd dat dit door burgerrechtenorganisaties wordt aangekaart.
Aanvulling 18 februari 2024
Zie over PEPs de brief van de minister van Financiën van 13 februari:
PEPs
Het kabinet had in het BNC-fiche aangegeven in te zetten op een proportionele verhouding tussen de inspanningen die instellingen dienen te verrichten en het risico dat PEPs, hun familieleden en naaste geassocieerden vormen. Zowel de Commissie, de meerderheid binnen de Raad, als het Europees Parlement waren voorstander voor uitbreiding van het PEP-begrip. Naast PEP’s op nationaal niveau worden nu ook de “hoofden” van lokale overheden met 50.000 inwoners als PEP aangemerkt. Ook bestuurders en commissarissen van staatsdeelnemingen worden aangemerkt als PEP’s. Dit wordt ook van toepassing op bestuurders en commissarissen van bedrijven waarin lokale en regionale overheden een controlerend belang hebben en die een omzet hebben groter dan €5 miljoen. De broers en zusters van staatshoofd, ministers en staatssecretarissen worden ook als PEP geclassificeerd. Voor sommige categorieën PEP’s, zoals staatshoofden en regeringsleiders, wordt de minimumperiode waarin zij na hun aftreden PEP blijven verlengd van een tot twee jaar. Al met al wordt het aantal PEP’s dus flink vergroot. Tegelijkertijd biedt de verordening wel ruimte om het verscherpte cliëntenonderzoek meer risicogebaseerd in te vullen. Daarmee is er ruimte voor een meer proportionele benadering in de praktijk.
Het zal me benieuwen wat het risicogebaseerde verscherpte cliëntenonderzoek zal inhouden.
Ik blijf het een schandaal vinden dat mensen die geen primaire PEP (minister, enz.) zijn (zoals ouders en kinderen van de primaire PEP, daar komen nu ook broers en zussen bij) het stempel krijgen dat zij een hoog risico op criminaliteit vormen. Ook de verlenging van de minimumperiode voor bepaalde primaire PEPs heeft gevolgen voor hun familieleden en naaste geassocieerden.
Aanvulling 22 juli 2024
Op WSJ verscheen het artikel U.K. Financial Regulator Tells Banks to Go Easier on Politicians, naar aanleiding van optreden van de Engelse toezichthouder, de Financial Conduct Authority. Het is het bekende slappe gedoe: niet erkennen dat het PEP-concept volledig fout is (het is flauwekul dat alle PEPs pose “the unique risks”) en dat complete herziening nodig is.

