Brief over de toekomst van het handelsregister | Datavisie

Enige tijd geleden is een internetconsultatie gehouden over de toekomst van het handelsregister. Op deze consultatie zijn 46 reacties gekomen. Naar aanleiding van de reacties is in augustus jl. een rapport uitgebracht, dat hier is te vinden.

Onlangs heeft de minister van EZK een brief aan de Tweede Kamer gezonden, waarin hij de uitkomsten samenvat en aangeeft wat er verder gaat gebeuren. Punten uit de brief zijn onder meer:

  • Ingeschrevenen ergeren zich aan de overlast die een gevolg is van de inschrijving, enerzijds ongewenste commerciële benadering, anderzijds agressie tegen personen (doxing, intimidatie en bedreiging). Het is helder dat ingrijpende maatregelen nodig zijn.
  • Er dient rekening te worden gehouden met de huidige regelgeving, die onder meer in het belang van de rechtszekerheid is geschreven en soms door Europa is voorgeschreven (zoals het ubo-register). Het handelsregister vervult ook een functie in de criminaliteitsbestrijding.
  • Met name het woonadres levert veel problemen op. Van de 1.435.604 eenmanszaken zijn er 1.250.935 gevestigd op het woonadres. Een aanzienlijk aantal kapitaalvennootschappen (waarschijnlijk zal het vnl. om bv’s gaan) is op een woonadres gevestigd (iets meer dan een derde). Ook bij andere rechtsvormen komt vestiging op het woonadres vaak voor.
  • In de brief worden diverse opties en maatregelen besproken. Onder meer wordt de optie van een virtueel vestigingsadres aan de orde gesteld en de afscherming van bepaalde beroepsgroepen, zoals journalisten.
  • Nuttig is dat de minister vermeldt dat de ‘betaalmuur’ niet relevant is voor de databescherming (zoals ten onrechte in het kader van de parlementaire geschiedenis van het ubo-register door de Minister van Financiën werd beweerd):

Anderzijds wordt het inbouwen van een ‘betaalmuur’, zoals eveneens van toepassing voor de meer uitgebreide informatieproducten uit het HR, wel benoemd als instrument om privacy te beschermen. Ook dat is geen juiste conclusie. De gegevens van een geregistreerde persoon worden niet beschermd, of minder openbaar, doordat een afnemer er een vergoeding voor moet betalen. Het moeten doen van een betaling maakt wél dat de identiteit van de afnemer van gegevens indien nodig in ieder geval door bevoegde autoriteiten kan wordt teruggevonden en brengt zo een zekere, zij het beperkte, mate van wederkerigheid in de transparantie. Het vereisen van een betaling zou zodoende een ontmoedigend effect zou kunnen hebben op onrechtmatig gebruik van gegevens, maar dat lijkt niet een heel sterk effect.

  • Op degenen die ‘open data’ promoten en daar de bescherming van persoonsgegevens voor willen laten wijken wordt uitgebreid ingegaan, waarbij terecht wordt opgemerkt dat privacy en veiligheid niet kunnen worden afgewogen tegen geld:

Een tweede aandachtspunt is het maximaliseren van baten, eveneens los van de vraag waar deze baten neerslaan. Proponenten van ‘open data’ betogen dat hun benadering heel positief uitwerkt op bedrijvigheid en economische groei en voeren daarvoor veelal groeicijfers uit andere landen aan. Daarbij is niet altijd duidelijk of naast het ‘open’ maken van bepaalde gegevensverzamelingen nog andere factoren de gemeten groei hebben beïnvloed, en of men mag verwachten dat dit effect ook hier zou worden gereproduceerd als het HR wordt omgevormd tot ‘open data’. Ook moet de vraag worden gesteld of de maatschappelijke kosten van verminderde privacy en gevoelde of reële onveiligheid in die cijfers is meegenomen, nog los van de vraag of privacy en veiligheid mogen worden afgewogen tegen geld. Uit de uitgevoerde verkenning blijkt in ieder geval dat veel reacties zien op ervaren overlast door bepaalde vormen van gebruik van HR-data, waarbij ongewenste benadering voor direct marketing, her-publicatie van openbare HR-data door derden (o.a. bedrijvengidsen en kaart-applicaties) en diverse vormen van bedreiging specifiek en veelvuldig worden benoemd. Dit vormt minimaal een maatschappelijke kostenpost en mogelijk een fenomeen dat nagenoeg tot iedere prijs moet worden bestreden.

  • Het onderwerp datahandel door de Kamer van Koophandel komt aan de orde en de discussie met de huidige afnemers van handelsregisterinformatie, onder meer in:

Ook wordt daarmee een beweging gemaakt in een richting die steeds sterker ook  vanuit de EU wordt afgedwongen. Een belangrijk voordeel van een bekostiging uit  publieke middelen zou zijn dat daarmee zelfs de schijn van ‘datahandel’ [20] die KVK  op dit moment zo frequent tegengeworpen wordt, van tafel gaat. Ten opzichte van  marktpartijen die bedrijfsmatig HR-informatie verwerken, wordt de schijn van  belangenverstrengeling en (valse) concurrentie weggenomen. KVK beperkt zich  ten opzichte van hen tot de rol van het basisregister, de bron van informatie over  ondernemingen en rechtspersonen, en kan daarbij ook in het belang van privacy  en veiligheid strikte gebruiksregels stellen en handhaven. De commerciële afnemers met doelen en bedrijfsprocessen die toelaatbaar zijn onder de AVG  hebben er geen hinder meer van dat ze voor ieder gebruik opnieuw terug moeten  naar het HR als bron, wanneer de informatie daar gratis verkrijgbaar is. 

[20] De term is ook in de verkenning weer veel gebruikt. KVK wordt regelmatig verweten data ongebreideld te  verstrekken uit oogmerk van winstmaximalisatie. Dit is niet juist. KVK verstrekt gegevens waar de aanvrager een  wettelijk recht op heeft en heeft in die gevallen ook geen weigeringsgrond. KVK hanteert daarvoor de door de  minister van EZK vastgestelde tarieven, die slechts gedeeltelijk kostendekkend zijn om geen barrières op te  werpen voor de toegankelijkheid van HR-informatie.

Komend voorjaar zullen een nadere consultatie en een expertsessie worden georganiseerd om te komen tot een beleidsvoorstel met een juist evenwicht tussen transparantie en databescherming.

Het is verheugend dat de problematiek van het handelsregister in de volle breedte wordt bekeken en het is te hopen dat er verstandige voorstellen inzake de toekomst van het handelsregister worden gedaan.

 


Aanvulling 24 december 2021
De veronderstelling van de Kamer van Koophandel dat zij zich kunnen baseren op het databankenrecht is door de rechter onder uit gehaald. Het geeft aan dat er dringend regelgeving nodig is om de persoonsgegevens in het handelsregister beter te beschermen en misbruik en datahandel tegen te gaan.
Zie FD, Dataleveranciers winnen geding tegen KvK (betaalmuur).

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, ICT, privacy, e-commerce, Ubo-register en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s