Hoe nu verder met de Wet Damocles | brief 1 december 2021

Aan de Wet Damocles besteed ik op dit blog aandacht, aangezien de toepassing van deze wet [1] in de praktijk betekent dat onschuldige personen worden getroffen door de sluiting van een woning of bedrijfsruimte. Deze Wet Damocles sanctie is officieel geen strafsanctie maar werkt in de praktijk wel zo uit, net zoals soms met de last onder dwangsom het geval is. Het is een uiting van de moderne onbarmhartige overheid.

Onschuldige personen zijn onder meer verhuurders die geconfronteerd worden met de sluiting van een woning of bedrijfsruimte waarin door huurders in strijd met de Opiumwet is gehandeld; verder raakt het huisgenoten die niet bij drugsdelicten betrokken zijn (zoals ouders van een in drugs dealend kind).

Op 1 december jl. gaf de minister van Veiligheid in een  brief zijn beleidsreactie op het WODC-rapport dat eerder is uitgebracht en waar ik eerder over schreef. Verder werden vragen over de wet beantwoord.

Geen straf?
In de brief wordt wederom herhaald dat dat de sluitingsbevoegdheid geen straf zou zijn maar een ‘herstelmaatregel’. Dit is in algemene zin onjuist, omdat bij vele sluitingen geen sprake is van een drugspand, maar van een bewoner of gebruiker die in drugs handelt, zonder dat zo’n pand in de ‘loop’ zit [2]. De positie van de onschuldige betrokkenen (de verhuurder, de ouders van het drugs dealende kind) wordt volledig buiten beschouwing gelaten.

Gelukkig is eindelijk bij de rijksoverheid doorgedrongen dat de sluitingsmaatregel zeer schadelijke effecten kan hebben, daar is in de brief nu aandacht voor. Het is verstandig dat wordt aanbevolen meer van de last onder dwangsom gebruik te maken.

Opmerkelijk is dat verondersteld wordt dat afspraken kunnen worden gemaakt over de toepassing van de Wet Damocles. In de brief wordt het als volgt beschreven:

De onderzoekers zien dat lang niet alle gemeenten afspraken hebben gemaakt met woningcorporaties en/of particuliere verhuurders over de toepassing van artikel 13b Opiumwet. Verhuurders voelen zich hierdoor gedupeerd en burgemeesters lopen hierdoor een belangrijke partner mis in de aanpak van drugscriminaliteit. Het sluiten van woningen en lokalen is geen doel op zich, dat doel is immers het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling. Als deze doelen ook bereikt kunnen worden door de ontbinding van de huurovereenkomst of door het opleggen van een relatief korte sluitingsduur zodat de verhuurder een grond voor buitengerechtelijke ontbinding heeft, dan kan dat de voorkeur verdienen, zo stellen de onderzoekers. 

Hoogst merkwaardig dat er afspraken zouden worden gemaakt over de sancties die de gemeente aan verhuurders oplegt (zoals woningcorporaties en particuliere verhuurders).

Het moet anders
De brief geeft aan hoe fout de overheid met criminaliteitsbestrijding bezig is. De focus zou er op moeten liggen om onschuldige betrokkenen niet te treffen en hen te helpen bij het voorkomen van criminaliteit. De sancties dienen de criminelen te treffen, ongeacht of het strafsancties of bestuursrechtelijke ‘herstelmaatregelen’ zijn die de facto als sanctie uitwerken.

Dat zal het vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat ten goede kunnen komen.

 

Noten

[1] Het betreft een artikel in de Opiumwet (artikel 13b) op grond waarvan de burgemeester een woning of pand mag sluiten.
[2] Vandaar het ‘succes’ dat op pagina 2 wordt beschreven, “De onderzoekers constateren op basis van interviews dat na toepassing van artikel 13b Opiumwet weinig sprake is van recidive“. Het is de vraag of dat succes wordt veroorzaakt door de sluiting. Waarschijnlijk was het ook zonder sluiting vaak gebeurd.

 


Aanvulling 20 december 2021
Zie over de Wet Damocles ook de uitspraak van 8 december 2021 van de Raad van State, over de sluiting van een bedrijfspand.

In die uitspraak wordt onder in algemene zin ingegaan op het tijdsverloop na het sluitingsbevel (bestuurswangbesluit):

5. De Afdeling ziet naar aanleiding van dit betoog aanleiding om duidelijkheid te bieden voor de rechtspraktijk over hoe moet worden omgegaan met tijdsverloop na het nemen van een bestuursdwangbesluit op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Tijdsverloop kan ertoe leiden dat sluiting van een pand op grond van deze bepaling redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Als een burgemeester een pand nog niet feitelijk heeft gesloten en daar nog wel toe wil overgaan, moet hij daarom opnieuw een beoordeling maken van de noodzaak van het alsnog sluiten als meer dan één jaar is verstreken sinds de datum dat de sluiting volgens het bestuursdwangbesluit in zou zijn gegaan. De burgemeester heeft gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1259. In die zaak was echter binnen een jaar na de ingangsdatum die genoemd stond in het bestuursdwangbesluit tot sluiting overgegaan. De burgemeester daarnaast op gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2229. In die uitspraak merkte de Afdeling een brief die afspraken weergeeft over de feitelijke sluiting en die zijn gemaakt na het nemen van het bestuursdwangbesluit niet aan als een besluit. Deze uitspraak is niet onverenigbaar met het hiervoor overwogene. Voor zover bij bedoelde brief een afwijkende ingangsdatum was gekozen, was deze ook hier namelijk gelegen binnen een jaar na de oorspronkelijke ingangsdatum.

De beoordeling van de noodzaak om na het verstrijken van meer dan een jaar als hiervoor aangegeven alsnog te sluiten is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Als er nog een procedure loopt tegen het bestuursdwangbesluit, moet ingevolge artikel 6:19 van de Awb een besluit waarin de noodzakelijkheid opnieuw is beoordeeld van rechtswege worden meegenomen in die procedure. Als er geen procedure loopt, kan tegen dit besluit bezwaar worden gemaakt.

Het betekent dat in het geval dat de burgemeester een nieuwe sluitingsdatum en -duur wil vaststellen, hij moet onderbouwen waarom op deze datum naar zijn oordeel nog steeds wordt gerechtvaardigd dat de sluiting plaatsvindt en dat deze plaatsvindt voor de te bepalen sluitingsduur. Hierbij dient te worden ingegaan op de vraag waarom de doeleinden die de Opiumwet met sluiting beoogt te dienen nog steeds een sluiting zouden rechtvaardigen.

Aanvulling 31 december 2021
Zie ook het artikel in het ED, Moeder van zoon die 78 gram coke thuis bewaarde en huis op slot zag gaan, bij Raad van State; ‘Dat zo je grondrechten kunnen worden afgepakt’, 26 december 2021. De advocaat wordt geciteerd met “De Damocleswet is er om criminaliteit tegen te gaan, niet om gewone burgers te ruïneren“.

Aanvulling 20 februari 2022
Uit het verslag van een vergadering over de Wet Damocles blijkt dat de leden van de commissie van de Tweede Kamer totaal geen interesse hebben voor de vraag of met de maatregel wel de juiste personen worden geraakt.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Bestuurlijke sancties, Grondrechten, rechtsstaat e.d. en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s