Mag een Nederlands bedrijf discrimineren vanwege Amerikaanse sanctieregels?

Dit voorjaar oordeelde het College voor de Rechten voor de Mens over nationaliteitsdiscriminatie op grond van Amerikaans sanctierecht. Blijkens de aankondiging [1] mocht het Nederlandse bedrijf op basis van de Cubaanse nationaliteit discrimineren, omdat hier een uitzondering zou gelden.

In de aankondiging staat:

Nationaliteit
Een werkgever mag geen onderscheid maken op grond van nationaliteit bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Het College stelt vast dat Prodrive dat onderscheid wel maakt op grond van nationaliteit. Sollicitanten die de nationaliteit hebben van een land waarop de EAR-beperkingen van toepassing zijn, zoals in dit geval de Cubaanse nationaliteit, zonder dat zij ook beschikken over de Nederlandse nationaliteit of een permanente verblijfsvergunning, neemt Prodrive namelijk niet aan voor functies waarbij zij toegang hebben tot Amerikaanse dual-use technologie.

Wettelijke uitzondering van toepassing?
Direct onderscheid op grond van nationaliteit is niet verboden als het is gebaseerd op algemeen verbindende voorschriften (onder meer wetten en besluiten) of geschreven of ongeschreven regels van internationaal recht. Prodrive doet een beroep op deze uitzondering. Volgens het College kan deze uitzondering niet worden toegepast in dit geval, omdat de regels in de EAR Amerikaans nationaal recht betreft en niet onder het bereik van deze uitzondering valt. Als de Awgb strikt wordt toegepast, betekent dit dat het door Prodrive gemaakte onderscheid op grond van nationaliteit dus verboden is.
Daarnaast heeft Prodrive nog aangevoerd dat het verbod tot onderscheid in dit geval alsnog buiten toepassing moet blijven vanwege de EAR-beperkingen, omdat zij en de bij haar werkzame werknemers het risico lopen om strafrechtelijk te worden vervolgd bij overtreding daarvan. Het College beoordeelt daarom of het in dit geval toch onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid om de Awgb strikt toe te passen. Het College concludeert dat Prodrive voldoende aannemelijk maakt dat dit risico reëel is en dat dit gevolgen kan hebben voor haar internationale bedrijfsvoering en de vrijheid van de bij haar werkzame personen.

Zorgwekkend is dat op deze manier grondrechten schendende Amerikaanse praktijken kunnen doorgaan [2].

De VS heeft een zeer grote hoeveelheid extraterritoriaal werkende regelgeving, zoals exportrestricties, sanctieregelgeving en de financiële uitwisselingswet FATCA [3], met een zeer brede reikwijdte. Gevolg daarvan is dat onschuldige burgers worden benadeeld zonder dat sprake is van een Amerikaans veiligheidsbelang of ander belang [4].
Dat lijkt hier aan de orde, omdat het hebben van de Cubaanse nationaliteit niet betekent dat betrokkene een risico vormt voor de veiligheid van de VS.

Ik vraag me af of het wel in overeenstemming is met de in Nederland geldende grondrechten (zoals EVRM, Handvest) dat grondrechten schendende regels van een ander land worden nageleefd.

Toename nationaliteitsdiscriminatie
Nationaliteitsdiscriminatie neemt de afgelopen tijd sterk toe. Zo moeten witwasbestrijdingsplichtigen op grond van de nieuwe antiwitwasverordening alle nationaliteiten van hun klanten registreren, terwijl van algemene bekendheid is dat nationaliteit niets met criminaliteit te maken heeft. Die registratie acht de Europese wetgever kennelijk nodig om discriminerende maatregelen te kunnen toepassen.

 

Noten:

[1] Aankondiging: Geen discriminatie door Prodrive Technologies B.V. vanwege het niet opnieuw in dienst nemen van een zwangere sollicitant met de Cubaanse nationaliteit voor de functie van technician.

[2] Het College schrijft: “Gevolg hiervan is dat verweerder en de bij haar werkzame personen zich blootstellen aan strafrechtelijke sancties in een democratische rechtsorde van een ander land als zij de Awgb naleven.“. Heeft de VS wel een democratische rechtsorde? En als het een democratische rechtsorde zou hebben dan kunnen er nog steeds grondrechten schendende regels worden gemaakt.

[3] Lees mijn inleiding over de slachtoffers van FATCA.

[4] Dit is ook aan de orde in de Citibank zaak die het College voor de Rechten van de Mens behandelde, lees mijn artikel. Daar mocht de Citibank van het College een betaling blokkeren aan een gewoon Nederlands bedrijf, alleen omdat het de naam draagt van een plaats in Syrië. Met misdaadbestrijding of naleving van sanctieregels heeft dat natuurlijk helemaal niets te maken.

Onbekend's avatar

About Ellen Timmer

Weblog: https://ellentimmer.com/ ||| Microblog: https://mastodon.nl/@ellent ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, Sanctieregels en getagd met , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie