Dun & Bradstreet uitspraak Europees hof over geautomatiseerde besluitvorming

Op 27 februari 2025 deed het Europese hof uitspraak in de zaak van datahandelaar Dun & Bradstreet (zaak C‑203/22). De Nederlandstalige versie van de uitspraak is hier te vinden.
Onderwerp van de procedure is de kredietwaardigheidsbeoordeling bij de aanschaf van een telefoonabonnement van ongeveer 10 euro per maand. Een samenvatting is op GDPR Hub te vinden.

Uitleg van de geautomatiseerde besluitvorming
Het hof oordeelt dat de consument (‘betrokkene’) bepaalde informatie hoort te krijgen:

de betrokkene wanneer er sprake is van geautomatiseerde besluitvorming, waaronder profilering, in de zin van artikel 22, lid 1, van die verordening, in het kader van het recht op „nuttige informatie over de onderliggende logica” van de verwerkingsverantwoordelijke kan verlangen dat deze aan de hand van relevante informatie en in beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm uiteenzet welke procedure en beginselen er concreet zijn toegepast om geautomatiseerd gebruik te maken van de persoonsgegevens van die persoon teneinde daaruit een bepaald resultaat te verkrijgen, zoals een kredietprofiel

Toelichting:

  • ‘die verordening’ is de AVG,
  • de ‘verwerkingsverantwoordelijke’ is de datahandelaar, hier Dun & Bradstreet.

Beroep op bedrijfsgeheimen
In de zaak beriep de datahandelaar zich op bedrijfsgeheimen, waarover het hof oordeelde:

wanneer de overeenkomstig die bepaling aan de betrokkene te verstrekken informatie volgens de verwerkingsverantwoordelijke (mede) ziet op door die verordening beschermde gegevens van derden of bedrijfsgeheimen (…) deze verwerkingsverantwoordelijke die beweerdelijk beschermde informatie dient mee te delen aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit of rechterlijke instantie, die de betrokken rechten en belangen tegen elkaar moet afwegen om de omvang van het in artikel 15 AVG neergelegde recht van inzage van de betrokkene vast te stellen.

Anders gezegd: als er terecht beroep op een bedrijfsgeheim of beschermde gegevens van derden wordt gedaan, moet de datahandelaar de informatie aan onafhankelijke toezichthouder of aan de rechter mee delen, zodat deze kan beoordelen welke informatie aan de consument kan worden verstrekt.

Deze uitspraak kan een rol spelen in de Swedbank zaak, die ik eerder meldde.

Onbekend's avatar

About Ellen Timmer

Weblog: https://ellentimmer.com/ ||| Microblog: https://mastodon.nl/@ellent ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Europa, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, ICT, privacy, e-commerce en getagd met , , , , , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie