Moet de accountant de jaarrekening ‘opstellen’ en ‘deponeren’?

De inhoudsindicatie van de uitspraak van Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 13 september 2022 begint met een opmerkelijke tekst (markering door mij):

De accountant die opdracht krijgt tot het opstellen en deponeren van de jaarrekening van een rechtspersoon, verbindt zich in beginsel tevens om die jaarrekening tijdig op te maken en om te bewerkstelligen dat deze vervolgens ook tijdig kan worden gepubliceerd.

Accountants stellen geen jaarrekeningen van besloten vennootschappen (bv’s) op, op zijn hoogst stellen ze een jaarrekening samen op basis van de gegevens van de klant, waarna het bestuur van de klant de jaarrekening opmaakt (artikel 2:210 lid 1 BW). Ook het deponeren is een handeling die het bestuur van de klant dient te verrichten (artikel 2:394 BW), maar waarbij de accountant wel kan ondersteunen.

Opmaken door de accountant?
Het Hof schrijft in overweging 3.1 dat aan het accountantskantoor, in de uitspraak aangeduid als ‘[de N.V.]’ opdracht is gegeven de jaarrekening op te maken en herhaalt die terminologie elders, onder meer in overwegingen 3.34 en verder. Hoogst merkwaardig, zou het Hof boek 2 BW niet hebben gelezen?

Deponeren door de accountant?
Volgens overweging 3.23 zou de rechtbank hebben geoordeeld dat het accountantskantoor

niet is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst door de jaarrekening te laat openbaar te maken

Kennelijk wordt verondersteld dat het deponeren niet meer de verantwoordelijkheid van het bestuur van de bv is. Dat is eveneens bijzonder.

Wel of niet te laat? Artikel 2:210 lid 5 BW
Het is een opvallende zaak omdat het accountantskantoor opdracht heeft ontvangen na afloop van het boekjaar (2016), op een tijdstip dat de deponeringstermijn van het desbetreffende boekjaar voorbij was, als je uitgaat van een kortere termijn bij het samenvallen van aandeelhouder en bestuur (artikel 2:210 lid 5 BW), daar ging de rechtbank van uit.
Het Hof denkt er in overwegingen 3.27 en verder anders over en komt in overweging 3.30 tot de conclusie dat de termijn voor deponering pas op 31 december 2017 zou zijn verstreken.

Vervolgens gaat het Hof over tot beoordeling van de stelling van eiser in de procedure (de opdrachtgever, als [de B.V.] aangeduid) dat het accountantskantoor:

jegens [de B.V.] tekort is geschoten in de nakoming van de aan haar verstrekte opdracht tot tijdige deponering van de jaarstukken

en aansprakelijk is voor de schade. Het Hof is van oordeel dat de niet-tijdige deponering aan het accountantskantoor is te wijten, omdat het kantoor onvoldoende dringend om tijdige aanlevering van gegevens zou hebben verzocht (‘persoon B’ is vertegenwoordiger van eiser):

Mede in het licht van de opmerking van [persoon B] in zijn e-mail van 2 november 2017 aan [de N.V.] dat hij er vanuit ging dat publicatie uiterlijk in februari 2018 diende plaats te vinden, had het – als onderdeel van haar verplichting om voor een tijdige publicatie te zorgen – op de weg van [de N.V.] gelegen, om [de B.V.] er bij het opvragen van de ontbrekende stukken indringend op te wijzen dat 31 december 2017 de uiterste termijn was voor openbaarmaking van de jaarrekening en dat om die reden een onverwijlde aanlevering van de verzochte bescheiden nodig was. Dat [de N.V.] aldus heeft aangedrongen op een spoedige overlegging van de benodigde bescheiden en heeft gewezen op de noodzaak daarvan, is door [de N.V.] niet gesteld en is ook overigens niet uit de stukken gebleken. Nu [de N.V.] aldus [de B.V.] niet heeft doordrongen van de urgentie van een tijdige overlegging van de gevraagde stukken, verwerpt het hof het verweer van [de N.V.] dat zij door nalatigheid van [de B.V.] niet tijdig genoeg over de noodzakelijke administratieve bescheiden van Hotel [X] kon beschikken en dat om die reden de te late publicatie van de jaarrekening niet aan haar schuld is te wijten.

Het Hof concludeert dat het accountantskantoor wanprestatie heeft gepleegd en komt aan de hand van de feiten tot de conclusie dat er causaal verband is tussen de wanprestatie en de door eiser gevorderde schadevergoeding.

Een bijzondere uitspraak. Ik ben benieuwd wat de rechtspersonenrechtspecialisten er van vinden.

Er zal best een rol zijn voor het accountantskantoor om de klant te waarschuwen dat tijdig opgemaakt en gedeponeerd moet worden, maar het opmaken en deponeren is toch echt de verantwoordelijkheid van het bestuur van de bv.

 

Meer informatie:

Over Ellen Timmer

Weblog: https://ellentimmer.com/ ||| Microblog: https://mastodon.nl/@ellent ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.], Jaarverslaggeving, Rechtspersonenrecht en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s