De Verenigde Staten legt via banken haar regels op aan de hele wereld. Dat gebeurt niet alleen bij de ‘accidental Americans’ die te lijden hebben onder FATCA.
Ook de sanctieregelgeving van de Amerikanen is een groot probleem voor banken, aangezien die sanctieregels tegen ‘criminele regimes’ soms veel verder gaan dan grondrechtelijk acceptabel is. Een voorbeeld daarvan werd op 15 januari jl. via een artikel van Camil Driessen in het NRC bekend.
Volgens dit artikel zegt ING de bankrekening van een ondernemer op omdat hij begin 2016 is mee geweest met een handelsmissie naar Cuba en omdat zijn consultancy betalingen ontvangt van bedrijven die „gelieerd zijn aan partijen die handel doen met Cuba”. Dit zou in strijd zijn met de Amerikaanse sanctieregels (en is niet in strijd met Europees recht).
De handelswijze van ING geeft aan hoe ver de arm van Uncle Sam reikt, via extraterritoriaal werkende onbetamelijke regelgeving [*]. Banken zijn zo bang door de VS van het financiële stelsel te worden afgesloten, dat zij bereid zijn om grondrechten van burgers en ondernemers te schenden.
Lees over de angst van banken voor de VS ook mijn artikel Banken zijn doodsbang voor de VS | FATCA en de nieuwe discriminatie. Dat artikel gaat over FATCA, maar bij de sanctieregelgeving werkt het precies hetzelfde.
[*] De onbetamelijkheid zit onder meer in de veel te ruime reikwijdte.

