Wwft-bureaucratie | risicoprofiel per klant | hoog tijd voor wetenschappelijk onderzoek

Naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) levert omvangrijke bureaucratische lasten op voor alle ondernemers die onder deze wet vallen, zoals handelaren, makelaars, domicilieverleners, verhuurders van safes, juridisch adviseurs en administratiekantoren. Zie voor een overzicht van alle Wwft-plichtigen deze pagina op de site van FIU-Nederland.

One-size-fits-all wet
Een van de kenmerken van de Wwft is dat het een one-size-fits-all wet is. Oorspronkelijk is de wet bedacht voor banken en andere (grote) financiële instellingen.
Vervolgens is de wet zonder enige aanpassing uitgebreid naar een groot aantal andere ondernemingen. Onderdeel van deze wet is dat de Wwft-plichtige moet bewijzen de verplichtingen op grond van deze wet te hebben nagekomen. Dat wordt tot uitdrukking gebracht door de vele malen dat wordt vermeld dat er moet worden ‘vastgelegd’.

Risicoprofiel per klant
Onder meer verplicht deze wet alle Wwft-plichtigen tot het per klant opstellen van een risicoprofiel. Dit onderwerp kwam recent aan de orde in een uitspraak over een betaalinstelling maar is relevant voor alle andere Wwft-plichtigen.

In deze zaak verschilde een betaalinstelling van mening met Wwft-toezichthouder DNB. De betaalinstelling vond dat schriftelijke vastlegging van een risicoprofiel per klant niet nodig was.

Zie hierna een citaat uit de uitspraak, waarbij ‘[eiseres]” de betaalinstelling is:

Schriftelijk vastgelegd risicoprofiel

7. [eiseres] betoogt dat zij artikel 3, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wwft niet heeft overtreden. Op grond van de Wwft bestaat geen verplichting een schriftelijk risicoprofiel op te stellen en vast te leggen in het dossier en bij aanvang van de relatie werd wel degelijk onderscheid gemaakt tussen cliënten op basis van de relevante risico’s. Daarnaast heeft [eiseres] aan haar monitoringsverplichting voldaan.
Ook dit betoog slaagt niet.

7.1 Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wwft verricht een instelling ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme cliëntenonderzoek.
Op grond van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wwft, zoals luidend in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2012, stelt het cliëntenonderzoek de instelling in staat om, voor zover mogelijk, een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te voeren, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en van zijn risicoprofiel, met in voorkomend geval een onderzoek naar de bron van het vermogen.
Op grond van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wwft, zoals luidend in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014, stelt het cliëntenonderzoek de instelling in staat om een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en diens risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden.

7.3 Uit de memorie van toelichting op dit artikellid (TK 2007-2008, 31 238, nr. 3, blz. 18) volgt dat het van belang is dat de instelling periodiek toetst of de cliënt nog voldoet aan het risicoprofiel, zoals dat is opgesteld bij aanvang van de dienstverlening. Instellingen kunnen immers alleen ongebruikelijke transacties opmerken als ze een goed beeld hebben van de betreffende cliënt. Indien uit bepaalde transacties blijkt dat de cliënt afwijkt van het profiel, dient de instelling na te gaan welke risico’s dit oplevert.
Uit de wettekst en de toelichting daarop volgt naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat een betaalinstelling bij aanvang van de dienstverlening een risicoprofiel van de (nieuwe) cliënt moet opstellen.

Verder wordt de betaalinstelling verweten dat het eigen kantoorhandboek niet werd nageleefd:

7.4 DNB heeft [eiseres] kunnen verwijten dat zij in de overtredingsperiode in drie (van de zeven) door DNB onderzochte dossiers ([dossier 1], [dossier 2] en [dossier 3]) bij aanvang van de relatie geen schriftelijk risicoprofiel van de cliënt heeft vastgelegd in het dossier. In de overige onderzochte dossiers heeft [eiseres] de risico-indeling niet uitgevoerd op basis van de juiste indicatoren, te weten de criteria die in het Handboek KYC (know your customer; ken uw cliënt) van [eiseres] zijn opgenomen en die betrekking hebben op de Wwft (witwassen), maar op basis van criteria die gelieerd zijn aan fraude. Dat de dossiers volgens [eiseres] wel zijn ingedeeld in een bepaalde risico-categorie is onvoldoende om te spreken van een risicoprofiel aan de hand waarvan het handelen van de cliënt voortdurend kan worden gemonitord. Als niet duidelijk is waarom tot een bepaalde categorisering is gekomen, is ook niet duidelijk welke specifieke risico’s (vooral) van belang zijn in het kader van de door [eiseres] te verrichten controles in het kader van de naleving van de Wwft. De rechtbank is dan ook van oordeel dat DNB [eiseres] terecht heeft tegengeworpen dat zij onvoldoende cliëntenonderzoek heeft uitgevoerd en dat [eiseres] in haar bedrijfsvoering artikel 3, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder d, van de Wwft heeft overtreden. 

Wellicht dat van een betaalinstelling meer kennis mag worden verwacht dan van een administratiekantoor. Het probleem dat een groot deel van de Wwft-plichtigen uit het MKB onvoldoende kennis heeft van criminaliteit om een goed risicoprofiel te maken, blijft.

Aanbod van naleefkundige producten
Op dit moment worden door aanbieders van naleefkundige diensten, die hun kennis hebben opgedaan in de financiële sector, kant-en-klare kantoorhandboeken, systematische integriteitsrisicoanalyses (‘SIRA’s’) en en risicoanalyses op klantniveau aangeboden. De aanbieders pretenderen daarmee de Wwft-plichtigen te ontzorgen. De vraag is of dat het geval is.

Het lijkt er op dat de betaaldienstverlener uit de uitspraak hierboven een kantoorhandboek heeft gekocht. Dat leid ik af uit “In de overige onderzochte dossiers heeft [eiseres] de risico-indeling niet uitgevoerd op basis van de (…) de criteria die in het Handboek KYC“.

Het kopen van kant-en-klare producten werkt niet als er binnen de Wwft-plichtige onderneming onvoldoende kennis is omtrent de Wwft respectievelijk als de Wwft onhaalbare eisen stelt aan het desbetreffende type onderneming. (Even los van de vraag of juridische confectie wel adequaat is.)

Onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gewenst
Het is hoog tijd dat er onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar de zin van het uitrollen van op de grote ondernemingen in de financiële sector geïnspireerde regelgeving op het gebied van preventie en opsporing van criminaliteit, naar allerlei andere ondernemingssectoren met geheel andere kenmerken.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Wwft-bureaucratie | risicoprofiel per klant | hoog tijd voor wetenschappelijk onderzoek

  1. r. grootveld zegt:

    Als mede-eigenaar van een klein administratiekantoor tbv eenmanszaken en VOF’s maak ik mij (als man van de praktijk) zorgen. Ik probeer serieus de zaken zo in te richten dat ik kan voldoen aan de eisen gesteld door de Wwft. Maar de wet is verstrekkend en ingewikkeld en ik ben geen jurist. Verder ontbreken ons de middelen om professionele hulp in te schakelen.
    Ik ben het vaak eens met uw analyse. Maar ik krijg niet de indruk dat men er in Den Haag mee zit dat het met name voor kleine ondernemingen zonder specialistische kennis in huis bijna onmogelijk wordt om haar zaken voort te zetten zonder een aanmerkelijk risico de wet te overtreden. En enige coulance verwacht ik ook niet. Want de prioriteit ligt bij het uitroeien van het kwaad (zullen we maar aannemen dat die spierballen goed verkopen?).
    Is er hoop dat men tot bezinning komt en de hele wet eens langs de meetlat legt voor de verschillende groepen die daar onder vallen?

    MVG,
    R. Grootveld.
    Administratiekantoor Koc te Amsterdam.

    • Geachte heer Grootveld,

      Dank voor uw bericht.
      Helaas zie ik op dit moment geen kritische stemmen ten aanzien van het one-size-fits-all systeem van de witwasbestrijding. Het ministerie van financiën verschuilt zich achter ‘Europa’ en Europa kiest er welbewust voor om grote en kleine ondernemingen over één kam te scheren.

      Mvg, Ellen Timmer

Laat een reactie achter op Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s