Verschoningsrecht advocaat en notaris onder overheidsvuur

Het verschoningsrecht van advocaat en notaris liggen al langer onder vuur. De discussie is weer aangezwengeld in de brief van de staatssecretaris van financiën van 17 januari jl. De minister kondigt aan dat het verschoningsrecht beperkt zal worden, een en ander ondanks de kritiek dat dit verschoningsrecht helemaal niet zo ver gaat en uitholling wordt gevreesd.

Passage over verschoningsrecht in de brief

Dit is de passage:

3.3 Aanpassen verschoningsrecht

Notarissen, advocaten, bekleders van een geestelijk ambt, artsen en apothekers komt op basis van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) een wettelijk fiscaal verschoningsrecht toe.10 Aan het verschoningsrecht ligt het algemene rechtsbeginsel ten grondslag dat bij bepaalde vertrouwenspersonen het maatschappelijk belang dat de waarheid aan het licht komt moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden.

Bovengenoemde functionarissen hebben op basis van het in de AWR neergelegde wettelijke fiscale verschoningsrecht het recht te weigeren om te voldoen aan de informatieverplichtingen ten behoeve van de belastingheffing van derden, voor zover zij daarvan uit hoofde van hun werkzaamheid als zodanig kennis hebben genomen. Dit houdt concreet in dat zij, anders dan andere administratieplichtigen, hun administratie (voor zover het die werkzaamheden betreft) niet in het kader van een derdenonderzoek door de Belastingdienst beschikbaar hoeven te stellen en ook geen gegevens en inlichtingen over derden hoeven te verstrekken. Indien de Belastingdienst deze gegevens en inlichtingen over derden niet ontvangt van de notaris of advocaat wordt in bepaalde gevallen niet toegekomen aan een juiste en volledige belastingheffing, wanneer deze inlichtingen niet van de belastingplichtige verkregen worden. De reikwijdte van de wettelijke bepaling over het fiscale verschoningsrecht is op dit moment naar mijn mening dan ook zeer breed en in ieder geval voor advocaten en notarissen te ongericht. Naar mijn mening moet bijvoorbeeld worden voorkomen dat bepaalde fiscaal relevante feiten, zakelijke handelingen en transacties aan het oog van de Belastingdienst worden onttrokken door daarvoor een geheimhouder te gebruiken. Verder vind ik, net als op dit moment geldt ter zake van het notariaat, dat de Belastingdienst meer inzicht moet kunnen hebben in de financiële transacties die door advocaten voor een cliënt worden verricht via een (bijzondere) rekening.11

Ook in internationaal verband is gesteld dat het Nederlandse fiscale verschoningsrecht te breed is.12 De huidige reikwijdte van de wettelijke omschrijving van het fiscale verschoningsrecht verhoudt zich slecht tot de internationale standaard bij de uitwisseling van inlichtingen op verzoek, waaraan Nederland zich door middel van internationale afspraken heeft verbonden. In dat kader moet de Belastingdienst namelijk juist in staat zijn om bij veel partijen de relevante fiscale informatie op te vragen en over te dragen aan de verzoekende partij. Bij het eerdergenoemde peer review dat het Global Forum in 2011 over Nederland heeft uitgevoerd, is geconstateerd dat de reikwijdte van het Nederlandse fiscale verschoningsrecht in belastingzaken onduidelijk is geformuleerd en zich verder lijkt uit te strekken dan voorzien is in de internationale standaard voor transparantie en de uitwisseling van informatie voor belastingdoeleinden. Nederland heeft daarom de aanbeveling gekregen om het fiscale verschoningsrecht te verduidelijken, in die zin dat de reikwijdte van de wettelijke bepaling wordt ingeperkt. In het rapport wordt – in overeenstemming met artikel 26 van het OESO-modelverdrag en de toelichting daarbij – de aanbeveling gedaan om in ieder geval ten aanzien van advocaten duidelijk te maken dat het fiscale verschoningsrecht alleen geldt ter zake van vertrouwelijke communicatie die is geproduceerd met het doel van het zoeken en verschaffen van juridisch advies of met het doel van gebruik in bestaande of overwogen juridische procedures.13 In de tweede helft van 2017 zal Nederland worden herbeoordeeld op dit punt. Over de resultaten daarvan zal ik uw Kamer te zijner tijd informeren.

Ik heb gezien het voorgaande het voornemen om de reikwijdte van het wettelijke fiscale verschoningsrecht te richten op bepaalde juridische werkzaamheden. Dit moet ertoe leiden dat de Belastingdienst over de informatie, niet zijnde de met een bepaald doel en in een bepaalde fase geproduceerde vertrouwelijke communicatie, kan beschikken om het juiste bedrag aan belasting vast te stellen. Het fiscale verschoningsrecht blijft dan gehandhaafd ter zake van bepaalde juridische werkzaamheden van de advocaat en notaris. Een optie die ik hierbij overweeg, is om (gedeeltelijk) aan te sluiten bij de formulering in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Het verschoningsrecht blijft in dat geval gelden voor de werkzaamheden die advocaten en notarissen voor een cliënt verrichten betreffende de bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding (vgl. artikel 1, tweede lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme ). Over de inhoud en vorm van de aanpassing zal ook de mening van de beroepsorganisaties de Nederlandse Orde van Advocaten en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie worden ingewonnen.

Ik ben van plan om een voorstel tot aanpassing van het fiscale verschoningsrecht

nog dit jaar in consultatie te brengen.


Voetnoten
10 Artikel 53a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
11 Artikel 25, achtste en negende lid, van de Wet op het notarisambt.
12 OECD (2013), Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes Peer Reviews: The Netherlands 2013: Combined: Phase 1 + Phase 2, incorporating Phase 2 ratings, OECD Publishing.
13 “It is recommended that the Netherlands’ authorities make it clear that the privilege which can be claimed by lawyers under Article 53(a) of the GSTA only relates to confidential communication produced for the purpose of seeking or providing legal advice or produced for the purpose of use in existing or contemplated legal proceedings” Ibid, p. 81.

Meer informatie:

De Nederlandse Orde van Advocaten schrijft op Twitter:

 

 

Aanvulling 27 januari 2017
Zie over dit onderwerp ook:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s