Uit de uitspraak van het Europese hof van 11 juni jl. blijkt dat – anders dan wat de betreffende bank veronderstelde – plaatsing op een Amerikaanse sanctielijst op zichzelf onvoldoende is voor weigering van een bankrekening, lees het persbericht (Engelstalig) en de uitspraak. Bij het hof tref ik ook een Nederlandstalige versie aan, de conclusie van het hof luidt:
Het Hof (Vierde kamer) verklaart voor recht:
Artikel 16, lid 4, van richtlijn 2014/92/EU (…), gelezen in samenhang met richtlijn (EU) 2015/849 (…),
moet aldus worden uitgelegd dathet de lidstaten niet toestaat kredietinstellingen te verplichten een aanvraag van een consument voor toegang tot een betaalrekening met basisfuncties af te wijzen op de enkele grond dat deze consument is opgenomen op een lijst van personen tegen wie door een derde land beperkende maatregelen zijn opgelegd, zonder dat de betrokken kredietinstelling een geïndividualiseerde beoordeling heeft verricht van het aan de beoogde zakelijke relatie verbonden risico van witwassen van geld of terrorismefinanciering.

