Digitale autonomie staat op de agenda, onder meer naar aanleiding van de Solvinity zaak.
De stichtingen The Firewall, Privacy First en Human Rights in Finance.EU (HRIF.EU) procedeerden in de Solvinity zaak.
Eric Smit deed op de site van The Firewall verslag van de zitting van 6 juli jl. in Londense hebzucht in een Rotterdamse rechtszaal. Lees over de uitkomst bij Privacy First: Rechtbank houdt verbod op Amerikaanse overname van DigiD-leverancier Solvinity in stand. HRIF.EU publiceerde Solvinity overname: geen spoed, maar HRIF.EU blijft in de bezwaarfase mét medestrijders de goede afloop bewaken!
Aanvulling 6 september 2026
Ontvankelijkheid in dit soort procedures is altijd een issue. Dat blijkt uit de uitspraak van rechtbank Rotterdam van 25 augustus 2026 in een Solvinity procedure. Daarin oordeelt de rechtbank dat de stichting Human Rights in Finance.EU niet-ontvankelijk is. De inhoudsindicatie op rechtspraak.nl luidt:
De Stichting Human Rights in Finance.EU heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris tot een overnameverbod van Solvinity. De stichting wil daarmee bereiken dat zij wordt toegelaten in de bezwaarprocedure van Solvinity c.s. Volgens de staatssecretaris is de stichting geen belanghebbende en is daarom haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De stichting heeft beroep ingesteld en gevraagd om een voorlopige voorziening, waaronder de maatregel dat zij als partij wordt toegelaten aan de hoorzitting in het bezwaar van Solvinity c.s. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek af. Zij is met de staatssecretaris van oordeel dat de stichting geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2 lid 1 en lid 3 Awb. Haar zeer ruim geformuleerde statutaire doelstellingen zien op grondrechten in relatie tot kwesties die zijn te relateren aan het economisch transactieverkeer. De staatssecretaris heeft onder meer geoordeeld dat DigiD geen verband houdt met die doelstellingen maar met een veilige communicatie met (semi-)overheidsorganisaties. Bovendien heeft de staatssecretaris op basis van de beschikbare informatie vastgesteld dat de werkzaamheden van de stichtingen zijn geconcentreerd op het voorbereiden en voeren van procedures, wat voor een algemeen belangorganisatie niet telt als feitelijke werkzaamheden als bedoeld in art. 1:2 lid 3 Awb. Daarnaast stelt de voorzieningenrechter vast dat er geen rechtstreeks en actueel belang voorligt als bedoeld in art. 1:2 lid 1 Awb nu de stichting helemaal geen bezwaar heeft tegen het overnameverbod, maar daar juist een voorstander van is.

