Wwft-toezichthouders mogen FIU-Nederland informeren | Wwft

Onlangs is een wijzigingsnota ingediend in het kader van het voorstel Wijzigingswet financiële markten 2018, waarin wordt voorgesteld dat de Wwft-toezichthouders FIU-Nederland mogen informeren als zij “feiten ontdekken die kunnen duiden op witwassen of financieren van terrorisme“, ook als die feiten worden ontdekt bij ander toezicht waarmee zij belast zijn:

Artikel 25
1. Indien de medewerkers van een toezichthoudende autoriteit, dan wel de in artikel 24, tweede lid, bedoelde deken, bij de uitoefening van hun taak op grond van deze wet of enige andere wet feiten ontdekken die kunnen duiden op witwassen of financieren van terrorisme, licht de toezichthoudende autoriteit onder wiens verantwoordelijkheid zij hun taak uitoefenen, dan wel de in artikel 24, tweede lid, bedoelde deken, de Financiële inlichtingen eenheid in, zo nodig in afwijking van de toepasselijke wettelijke geheimhoudingsbepalingen, voor zover de gegevens of inlichtingen dienstig zijn voor de uitoefening van de wettelijke taken van de Financiële inlichtingen eenheid.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van medewerkers van De Nederlandsche Bank N.V., voor zover zij betrokken zijn bij de verwisseling, intrekking en aftekening van bankbiljetten als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de Bankwet 1998

Dit wordt als volgt toegelicht:

In artikel 25, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), zoals dit luidt na implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn,3 is de verplichting tot het melden van feiten die duiden op witwassen of financieren van terrorismefinanciering bij de Financiële inlichtingen eenheid onbedoeld versmald tot feiten die zijn ontdekt door de personen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Wwft. Op grond van artikel 36, eerste lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn dient deze verplichting zich echter ook uit te strekken tot feiten die zijn ontdekt bij de uitoefening van taken die op grond van een andere wet aan de toezichthoudende autoriteiten toekomen. Om die reden wordt in het eerste lid van artikel 25 Wwft verduidelijkt dat de meldplicht ook geldt ten aanzien van feiten die door medewerkers van een toezichthoudende autoriteit worden ontdekt bij de uitoefening van een taak op grond van andere wetten. Als gevolg hiervan is de redactie van artikel 25 Wwft aangepast en kan ook het huidige tweede lid van artikel 25 Wwft, dat strekt tot het melden van feiten die zijn ontdekt bij de uitoefening van het toezicht op de effectenmarkten, valutamarkten en financiële derivatenmarkten, komen te vervallen. Nu deze taken toekomen aan de AFM en de AFM tevens als toezichthoudende autoriteit op grond van de Wwft wordt aangemerkt, volstaat de algemene verwijzing naar de uitoefening van taken onder verantwoordelijkheid van een toezichthoudende autoriteit in het eerste lid. Wel wordt voor de volledigheid in een nieuw tweede lid van artikel 25 Wwft geëxpliciteerd dat de meldplicht uit het eerste lid ook van toepassing is op het verwisselen van bankbiljetten door medewerkers van DNB, op grond van de Bankwet 1998. Artikel 36, eerste lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn beperkt zich immers niet tot de uitoefening van toezichthoudende taken.

Vindplaats: tweede nota van wijziging in het dossier 34859

Onbekend's avatar

About Ellen Timmer

Weblog: https://ellentimmer.com/ ||| Microblog: https://mastodon.nl/@ellent ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagd met , , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie