De Europese Commissie wordt geacht de implementatie en de effectieve toepassing van de in 2015 aangenomen Europese antiwitwasregelgeving (vierde antiwitwasrichtlijn, AMLD4) te evalueren. Volgens de brief van de minister van Financiën van 22 mei 2024 heeft de Commissie bij die evaluatie grote steken laten vallen:
Nederland heeft in de fase van wederhoor verschillende bezwaren naar voren gebracht (zie bijlage 4). Deze bezwaren zagen, onder andere, op de reikwijdte, de methodologie en op verschillende feitelijke onjuistheden. Het belangrijkste bezwaar is dat in het onderzoek gegevens worden gebruikt die dateerden van vóór de implementatie van de Vierde anti-witwasrichtlijn in de Nederlandse wetgeving en dat op basis daarvan conclusies zijn getrokken over hoe Nederland de richtlijn zou toepassen. Deze bezwaren hebben helaas niet geleid tot aanpassing van het rapport.
Niet alleen wordt van onjuiste feiten uitgegaan. Nog erger is dat de fouten – nadat er commentaar is geleverd – niet worden gecorrigeerd. Dat geeft te denken over de kwaliteit van wat Europa doet op het gebied van de privatisering van de criminaliteitsbestrijding.
Voormelde brief van 22 mei 2024 staat op de agenda van het commissiedebat Bestrijding witwassen en terrorismefinanciering van 22 januari a.s. onder het kopje ‘RapportenAMLD4 Evaluatie’.
NB Overigens zijn de evaluaties door onder meer de Europese Commissie, de Raad van Europa en FATF om allerlei redenen hoogst twijfelachtig van waarde, onder meer omdat niet het hele concept wordt beoordeeld en er geen aandacht wordt besteed aan de vraag of de bedrijven aan wie overheidstaken worden uitbesteed daar wel geschikt voor zijn.

