Wat is er in de WHO aan de hand?

Tijdens de plenaire vergadering van de Tweede Kamer van gisteren zijn vragen gesteld over de deelname door Nederland aan de jaarvergadering van de WHO komend weekend. In het verslag van de vergadering is te lezen dat leden van de Tweede Kamer zich afvragen wat tijdens die vergadering gaat gebeuren, nu wordt voorgesteld dat de WHO vergaande bevoegdheden zal krijgen. Zie in het verslag onder meer:

De voorzitter:
U heeft een tweede verzoek.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ja, dat heb ik. Aanstaand weekend wordt namelijk in Genève de 75ste World Health Assembly gehouden, oftewel de jaarvergadering van de WHO. De Kamer is hierover niet geïnformeerd door het kabinet, terwijl er vergaande besluiten op de agenda staan, over de financiële bijdrage van de lidstaten aan de WHO en over aanpassingen van het verdrag uit 2005, dat juridisch bindend is voor Nederland. Als die voorstellen worden aangenomen, kan de WHO volgens mij eenzijdig de noodsituatie uitroepen voor Nederland. Dat gaat veel te ver. Daarom wil ik een debat, voorafgegaan door een brief.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik steun dit van harte, want het is eigenlijk best onduidelijk wat dit allemaal precies inhoudt. Heel veel mensen in het land maken zich hier zorgen over. Ik steun dus dit verzoek. (…)

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. Over het verdrag voor pandemische preventie heb ik samen met mevrouw Pouw-Verweij vragen gesteld in februari. In maart kwam de toezegging van de regering dat wanneer er teksten komen, die gedeeld worden, en ook de inzet. Ik zou de regering willen vragen om zo spoedig mogelijk mede te delen hoe het daarmee staat. In deze brief staat ook dat gedacht wordt dat het verdrag ergens in 2024 ondertekend wordt. Dan hangt het niet op een dag, zou ik zo zeggen. Maar aangezien er veel vragen over zijn, zou ik wel willen vragen hoe het ermee staat. Welke teksten komen er? Hoe zullen wij daar als Kamer over geïnformeerd worden, conform het eerdere verzoek?

Conclusie is dat er om een brief wordt gevraagd.

Vragen 16 mei 2022 over WHO bevoegdheden
Eergisteren zijn er door een lid van de Tweede Kamer vragen gesteld over de WHO vergadering, waarvan de tekst hier is te vinden. De vragen gaan onder meer over de juridische bindendheid van de International Health Regulations (IHR, 2005) en de bevoegdheden van de WHO.

Antwoorden 1 april 2022 op vragen over WHO bevoegdheden
In antwoord op eerdere vragen antwoordde de minister van gezondheid:

Ik ben bekend met het initiatief van de WHA om de pandemische paraatheid te versterken. Het is echter nog niet vastgesteld onder welk artikel van de WHO-Constitutie het nog uit te onderhandelen instrument zal komen te vallen.

Op vragen over de Nederlandse autonomie en soevereiniteit omtrent pandemische paraatheid werd als volgt geantwoord:

Antwoord 10 (…)
In december 2021 heeft de Europese Commissie – volgens de daarvoor geldende procedure op basis van artikel 219 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (WVEU) – een aanbeveling uitgebracht, waarin zij de Raad verzocht om een machtiging voor de onderhandelingen over, onder meer, het internationaal pandemie-instrument binnen het WHO-kader. De Raad heeft die machtiging bij Besluit 2022/451 aan de Commissie verleend. Het besluit machtigt de Commissie om, voor aangelegenheden die onder de EU-bevoegdheid vallen, te onderhandelen over het internationaal pandemie-instrument. De onderhandelingsrichtsnoeren – in de bijlage bij het besluit – schetsen de doelstellingen en beginselen van dat verdrag. Deze richtsnoeren kunnen indien nodig worden herzien en verder ontwikkeld, afhankelijk van het verloop van de onderhandelingen. Hoe de praktische uitwerking van de wisselwerking over nationale competenties er precies uit zullen zien, is nog niet vastgelegd. In ieder geval zal de volksvertegenwoordiging in staat zijn haar grondwettelijke controlerende taak uit te voeren, omdat zowel instemming met de ratificatie van het instrument door de Staten-Generaal als instemming met de eventuele aanpassingen in de nationale wet- en regelgeving noodzakelijk zijn. Daarnaast zal ook de Raad van Ministers op Europees niveau het verdrag moeten goedkeuren.
Nederland zal zich bij de onderhandelingen inzetten voor een verdrag dat zoveel mogelijk aansluit bij onze inzet voor pandemische paraatheid en een veiligere wereld.

en:

Antwoord 13
Infectieziekten stoppen niet bij grenzen en daarom is internationale samenwerking en solidariteit cruciaal om een pandemie het hoofd te bieden. De inhoud van het eventuele pandemie-instrument staat nog niet vast en de onderhandelingen daarover zullen mogelijk tot in 2024 doorlopen. De inzet van Nederland zal nog nader vorm krijgen, maar is erop gericht om tot bindende afspraken te komen voor het verbeteren van de preventie, paraatheid en aanpak van pandemieën door lidstaten en die aansluiten bij de visie van Nederland op dit vlak en waarbij nauwe samenwerking is met multilaterale instellingen, met name de WHO. Pas aan het einde van de onderhandelingen kan worden bepaald of Nederland partij wenst te worden bij het instrument en of de regering dit ter goedkeuring zal voorleggen aan de Staten-Generaal.
Inzake Europese wetgeving aangaande de implementatie van aspecten van dit verdrag, die vallen onder de competentie van de Europese Unie, geldt dat het recht tot het doen van voorstellen voor nieuwe wetgeving ligt bij de Europese Commissie. Het is vervolgens aan de lidstaten en het Europees Parlement om hierover te oordelen.

Antwoorden 23 maart 2022
Lees ook deze antwoorden.

Meer bevoegdheden internationale organisaties
Het lijkt er op dat internationale organisaties steeds meer rechtstreeks werkende bevoegdheden krijgen.

Het is niet verrassend dat de WHO een van die organisaties is, nu enige tijd geleden een wijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg) werd geconsulteerd waarin werd voorgesteld resoluties van de WHO gelijk te stellen met onder democratische controle tot stand gekomen wetten, lees dit blog.

 


Aanvulling 23 mei 2022
Bij EJIL verscheen op 18 mei jl. het artikel The far-reaching US proposals to amend the International Health Regulations at the upcoming 75th World Health Assembly: A call for attention door Dr Silvia Behrendt. Haar slotopmerking:

This short review of the US proposals to amend the IHR would like to end with a call on members of the WHA to discuss and carefully consider the implications of the proposed amendments before endorsing and adopting them. Have technocratic, biomedical approaches, developed and implemented from the top down primarily through executive action, worked well in response to Covid-19, justifying a further extension and centralisation of global emergency powers at WHO? And, if WHO’s powers are extended in this way, is there a need to also answer the question quis custodiet ipsos custodes (who guards the guards?), and to thus set up mechanisms ensuring that WHO complies with its obligations under the IHR and its Constitution, as well as its responsibilities for human rights deriving from customary international human rights law?

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Grondrechten, rechtsstaat e.d. en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s