Het is treurig dat de Tweede Kamer het onverstandige wetsvoorstel over donateurs’transparantie’ heeft geagendeerd voor de vergadering van dinsdag 4 februari (overmorgen).
De ingediende amendementen (voor zover nu bij mij bekend) laten zien dat de leden van de Tweede Kamer niet door hebben dat zij zagen aan de grondvesten van de rechtsstaat en aan de positie van de nonprofit in de Nederlandse samenleving. Er zijn amendementen ingediend door leden van de oppositie:
- Mutluer van GL-PvdA: 1, 2;
- Van Nispen van de SP: 1, 2;
- Mutluer/Van Nispen: 1, 2; en
- Diederik van Dijk van de SGP).
Uit de coalitie is maar één amendement (Six Dijkstra van NSC) voorgesteld.

Opvragen donateursgegevens niet door de burgemeester – amendement Mutluer
Er is maar één amendement dat iets doet aan de principes van het voorstel, nl. het amendement van Mutluer, waarin wordt voorgesteld dat niet de burgemeester, maar het openbaar ministerie donatiegegevens mag opvragen in bijzondere situaties:
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Het openbaar ministerie kan, bij ernstige twijfel of de wet of de statuten te goeder trouw worden nageleefd dan wel het bestuur naar behoren wordt gevoerd, een maatschappelijke organisatie om informatie verzoeken over geografische herkomst, doel en omvang van een of meer donaties. Als daaruit blijkt van substantiële donaties, kan het openbaar ministerie tevens persoonsgegevens opvragen, indien de verwerking daarvan noodzakelijk is voor de goede uitoefening van deze bevoegdheid.
2. In het tweede lid wordt “de burgemeester” vervangen door “het openbaar ministerie” en wordt “diens taakuitoefening” vervangen door “zijn taakuitoefening”.
3. In het derde lid wordt “De burgemeester” vervangen door “Het openbaar ministerie”.
4. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt “De burgemeester” vervangen door “Het openbaar ministerie”.
b. In onderdeel a wordt “het ondersteunen van burgemeester bij diens taakuitoefening” vervangen door “het ondersteunen van het openbaar ministerie bij zijn taakuitoefening”.
c. De onderdelen b en d vervallen, onder verlettering van onderdeel c tot onderdeel b.
d. In onderdeel b (nieuw) wordt de puntkomma aan het slot vervangen door een punt.5. In het vijfde lid wordt “de burgemeester” vervangen door “het openbaar ministerie”.
6. In het zesde lid wordt “de burgemeester” telkens vervangen door “het openbaar ministerie”.
7. Na het zesde lid wordt een lid ingevoegd, onder vernummering van het zevende lid tot achtste lid, luidende:
7. Artikel 297, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, is van overeenkomstige toepassing.
Zie voor de gevolgen van het amendement dit pdf-bestand met markering van de wijzigingsvoorstellen.
Het amendement verandert niets aan de ongewenste situatie dat maatschappelijke organisaties financiële persoonsgegevens van hun donateurs moeten gaan registreren en zeven jaar bewaren; en dat donaties in natura, zoals vrijwilligerswerk en voedsel voor de voedselbank, moeten worden geregistreerd, waar nog bij komt dat de details in een algemene maatregel van bestuur worden geregeld (artikelen 2 en 6 van het Wtmo-voorstel).
Ook wordt er niets gedaan aan artikel 3 lid 7 (in het voorstel van Mutluer hernummerd tot lid 8), waarin een zeer grote groep instanties hetzelfde mag als het OM, zonder dat er een behoorlijke onderbouwing voor is.
Artikel 4a van het Wtmo-voorstel wordt door Mutluer niet aangepast. Het is een artikel waarvan de vraag is of het wel nodig is in het licht van andere bevoegdheden op grond van het Nederlandse recht, waarbij de rechtsbescherming ook nog ondermaats is (zie lid 4, geen hoger beroep).
Het vreemde artikel 5 in het Wtmo-voorstel over de ‘tussenpersoon’ wordt evenmin verwijderd.
De andere amendementen
De andere amendementen gaan over evaluatie en een jaarlijkse monitor, over beveiliging van de donatiegegevens en over een (onbekende) minimumdrempel voor te registreren donaties, respectievelijk een minimumdrempel van € 15.000. Deze amendementen zorgen er niet voor dat het voorstel een afgewogen geheel wordt.
Kritiek Privacy First
Privacy First heeft in mei 2024 uitvoerige en onderbouwde kritiek geleverd in een brief (pdf), zie ook de aankondiging. In januari heeft de organisatie nog een reminder gestuurd, lees de brief (pdf) en de aankondiging. Hoewel de brieven aan de leden van de Tweede Kamer zijn gestuurd, is er met de fundamentele kritiek die Privacy First heeft geuit niets gedaan.
Lees bijvoorbeeld de kritiek op de bijzondere bevoegdheden op pagina 5 en verder. Over artikel 3 is opgemerkt (mo = maatschappelijke organisatie):
Opvallend is dat in de toelichting op artikel 3 lid 1 niet wordt toegelicht waarom de burgemeester gegevens over donaties nodig zou hebben voor de handhaving van de openbare orde. Privacy First veronderstelt dat voor de handhaving van de openbare orde relevanter is welke mensen actief zijn voor de mo en welke activiteiten de mo heeft, dan wie de donateurs van de mo zijn. Nu een volwaardige onderbouwing ontbreekt, haalt dat de grondslag onder de bevoegdheid weg.
Verder is in het commentaar vermeld dat een enorme groep andere instanties dan de burgemeester de donateursgegevens mag opvragen, eveneens zonder onderbouwing:
Waarom deze grote groep instanties donateursgegevens nodig zou hebben voor de uitvoering van hun taken en om welke taken het gaat, wordt niet gespecificeerd in het wetsvoorstel en niet onderbouwd in de toelichting die zich voornamelijk richt op de onwenselijkheid van bepaalde vormen van ondermijning. Voorts wordt in de toelichting niet onderbouwd waarom deze instanties niet al voldoende bevoegdheden op grond van hun eigen regelgeving zouden hebben om in voorkomende gevallen informatie bij een mo over donateurs op te vragen.
Eveneens is onbegrijpelijk waarom de burgemeester en alle andere instanties op grond van lid 4 van artikel 3 de donateursgegevens met een grote groep andere instanties zouden mogen delen, terwijl niet blijkt welke relevantie die donateursgegevens voor die andere instanties hebben. De passage over waardering en validering van de gegevens is onbegrijpelijk.
Privacy First concludeert dat artikel 3 van het voorstel daardoor strijdig is met o.a. de AVG:
Privacy First wijst er ten overvloede op dat zowel de AVG als het Europees Handvest eisen stellen aan de wettelijke basis om persoonsgegevens te mogen verwerken (artikel 6 lid 1 sub c) en e) en lid 3): het doel van de verwerking moet in de wet worden vastgesteld en de verwerking dient noodzakelijk te zijn voor de vervulling van een taak van algemeen belang of voor de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is verleend. Daarvan is in het voorgestelde artikel 3 geen sprake.
Voorts wijst Privacy First er op dat de AVG en het Handvest vereisen dat er adequate rechtsbescherming is voor de natuurlijke personen die gevolgen ondervinden van de verwerking van hun persoonsgegevens. In het wetsvoorstel is geen regeling getroffen ten behoeve van de mo en de donateurs van de betreffende mo, die met de toepassing van artikel 3 te maken zouden krijgen.
Inzake artikel 4 van het voorstel heeft Privacy First er op gewezen dat het OM al bevoegdheden heeft op grond van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Naar aanleiding van artikel 4a van het voorstel is gemeld dat bij ingrijpende bevoegdheden een volwassen rechtsbescherming hoort:
Overigens acht Privacy First het twijfelachtig dat in lid 4 het hoger beroep wordt beperkt en past een dergelijke beperking voor een specifieke groep (mo’s) niet in een volwassen rechtsstaat. Juist bij ingrijpende bevoegdheden, gebaseerd op vage, brede begrippen zoals “activiteiten … die er op gericht zijn de Nederlandse democratische rechtsstaat of het openbaar gezag te ondermijnen of klaarblijkelijk dreigen te ondermijnen” hoort een laagdrempelige adequate rechtsbescherming. Immers, ook het openbaar gezag kan fouten maken, zoals de afgelopen jaren is gebleken
waarbij Privacy First in noot 4 het voorbeeld noemt van het onbehoorlijke optreden van de gemeente Rotterdam bij het volgen van vermeend geradicaliseerde inwoners, zoals gemeld in het rapport van 13 januari 2022 dat voor de Rotterdamse gemeenteraad werd gemaakt.
Terug naar de tekentafel!
Kwaal van het wetsvoorstel is dat het veel te breed is opgezet en dat er verplichtingen zijn die voor alle maatschappelijke organisaties gaan gelden (administratieplicht inzake donateursgegevens, waarvan de omvang nog onbekend is omdat dit in een amvb komt), terwijl een adequate onderbouwing ontbreekt. Het is een slecht voorstel dat onder meer de grondrechten van donateurs schendt en de nonprofit ernstig benadeelt.
Het wetsvoorstel moet gewoon terug naar de tekentafel!
Aanvulling 4 februari 2025
Inmiddels zijn er nog meer amendementen ingediend. Vandaag heeft alleen de eerste ronde van de behandeling plaats gevonden (artikel).

