Rechtbank Noord-Nederland oneens met de Raad van State

In de uitspraak van 20 augustus jl. laat de Rechtbank Noord-Nederland blijken het oneens te zijn met de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de inhoudsindicatie staat:

Beroep tegen de afwijzing van de overname van eiseres haar schuld in het kader van de Wet herstel toeslagen (Wht) is gegrond. De minister heeft zijn beslissing om geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule niet deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank wijkt af van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en overweegt dat het aandeel van de Belastingdienst/Toeslagen (de minister) in het ontstaan van de financiële problemen van eiseres en het als gevolg daarvan hebben moeten afsluiten van de onderhandse lening, bij de vraag of sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard moeten worden betrokken. De rechtbank oordeelt ook dat gelet op de in het dossier aanwezige bewijsstukken aan het bestaan van een informele schuld redelijkerwijs niet valt te twijfelen, zodat er zich in het geval van eiseres een bijzondere situatie voordoet waarin het vasthouden aan de eis van een notariële akte als bewijs voor het bestaan van een informele schuld onbillijk is als gevolg waarvan eveneens de hardheidsclausule kan worden toegepast. De rechtbank acht in dat verband ook van betekenis dat eiseres vanwege het ontbreken van financiële middelen, destijds niet in staat was de kosten van een notaris te voldoen.

Onbekend's avatar

About Ellen Timmer

Weblog: https://ellentimmer.com/ ||| Microblog: https://mastodon.nl/@ellent ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Belastingrecht, Bestuursrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten en getagd met , , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie