Het proefschrift van mevrouw C.G. van Wingerde getiteld “De afschrikking voorbij. Een empirische studie naar afschrikking, generale preventie en regelnaleving in de Nederlandse afvalbranche” heb ik nog niet gelezen, maar de samenvatting op de site van de universiteit spreekt me aan:
Sancties moeten daartoe niet alleen een dreigende, maar juist ook een morele boodschap doen uitgaan. Daarbij moet expliciet worden beargumenteerd wat het afkeurenswaardige is van het bestrafte gedrag.
In deze tijd van de dossiervormingsbureaucratie in de sfeer van de financiële toezichtwetten zoals de accountancyregelgeving, Wet toezicht trustkantoren, Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en Wet op het financieel toezicht en dergelijke, zou dat uitgangspunt ook voorop moeten staan. Dus niet als leidraad dat de ondernemende burger zijn ‘onschuld’ moet bewijzen door middel van het dossier, maar bestraffing van handelingen die maatschappelijke schade toebrengen.


´maar bestraffing van handelingen die maatschappelijke schade toebrengen´
Definieer maatschappelijke schade.