Kritiek Raad van State op overheidsplannen inzake de advocatuur

Vandaag is bekend geworden dat de Raad van State negatief heeft geadviseerd inzake de overheidsplannen tot aanpassing van het toezicht op de advocatuur.

De Nederlandse Orde van Advocaten heeft in dit bericht gereageerd op het advies. Onder meer schrijft de Orde:

In zijn advies geeft de Raad van State onder meer aan niet overtuigd te zijn van de noodzaak en wenselijkheid van de instelling van een college van toezicht, noch van de wenselijkheid een dergelijk college te positioneren als orgaan van de NOvA. Daarnaast adviseert de Raad van State de staatssecretaris af te zien van het voorstel om een klager rechtstreeks bij de tuchtrechter een klacht te laten indienen en verzoekt de Raad de staatssecretaris de bestaande situatie te handhaven waarin een klager zich in eerste instantie richt tot de lokale deken.
De rechtzoekende is er bij gebaat dat hij slechts een loket heeft waar hij met al zijn vragen, opmerkingen en klachten terecht kan. In het onderliggende voorstel is dit ene loket verdwenen en zijn er vier à vijf verschillende instanties waar de rechtzoekende terecht kan.

Eén van de argumenten van de staatssecretaris om niet het door de Orde voorgestane systeemtoezicht te willen introduceren, is dat deze systeemtoezichthouder niet zou kunnen ingrijpen. Daarmee gaat hij voorbij aan het alternatieve wetsvoorstel dat de Orde in december 2011 aan hem heeft gezonden. In dit alternatieve wetsvoorstel is onder meer opgenomen dat de systeemtoezichthouder algemene aanwijzingen kan geven, openbare aanbevelingen kan doen en een deken kan voordragen voor ontslag.

Aantasting geheimhoudingsplicht
Daarnaast maakt de Orde  zich grote zorgen over de voorgestelde grootschalige en structurele doorbreking van de geheimhoudingsplicht. De geheimhoudingsplicht is er ten behoeve van de rechtzoekende. De rechtzoekende moet er op kunnen vertrouwen dat alles wat hij aan zijn advocaat vertelt ook tussen hem en zijn advocaat blijft. De geheimhoudingsplicht wordt met dit voorstel op diverse plaatsen doorbroken.
Daarbij komt dat in de toelichting wordt gezegd dat bijvoorbeeld de toezichthouder alle informatie die hij bij het uitoefenen van het toezicht in dossiers van advocaten heeft gezien, mag delen met een verscheidenheid aan personen, waaronder kwaliteitstoetser, vooronderzoekers en rapporteurs. Dit betekent in feite dat een rechtzoekende er niet meer op kan en mag vertrouwen dat hetgeen hij in vertrouwen aan zijn advocaat heeft verteld ook tussen hem en zijn advocaat blijft.

Al in de consultatiefase heeft de Orde benadrukt, dat onvoldoende is toegelicht waarom het huidige stelsel van toezicht te kort schiet en waarom, waar het te kort zou schieten, deze tekortkomingen niet binnen het huidige stelsel kunnen worden weggenomen. De Orde betreurt het dan ook dat het kabinet deze plannen ondanks de vele negatieve adviezen toch naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Destemeer omdat in de afgelopen weken veel maatregelen zijn genomen om het toezicht verder te versterken.

Onderstaand de samenvatting van het advies, zoals gepubliceerd op de site van de Raad van State.

Samenvatting advies wetsvoorstel toezicht advocatuur
Datum publicatie: woensdag 1 augustus 2012
Datum advies: vrijdag 25 mei 2012

Op 25 mei 2012 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een advies uitgebracht over de tweede nota van wijziging bij het wetsvoorstel tot aanpassing van onder meer de Advocatenwet. Deze wijziging houdt verband met de positie van de advocatuur in de rechtsorde. Met de nota van wijziging wordt een onafhankelijk college van toezicht ingesteld, dat de eindverantwoordelijkheid draagt voor het toezicht op alle advocaten en orgaan is van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Verder voorziet het wetsvoorstel in de mogelijkheid voor de klager om zich rechtstreeks tot de tuchtrechter te wenden, na betaling van een griffierecht. Het advies is op 1 augustus 2012 door de minister van Veiligheid en Justitie openbaar gemaakt.

Toezicht op toezicht
In het wetsvoorstel blijft het zwaartepunt van het toezicht bij de lokale dekens liggen, maar wordt het uiteindelijke toezicht gelegd bij een college van toezicht dat zelf ook orgaan is van de NOvA. De Afdeling advisering wijst erop dat niet wordt uiteengezet dat de lokale dekens hun toezichthoudende taak onvoldoende onafhankelijk hebben uitgeoefend en dat het toezicht op hun functioneren niet voldoende is verzekerd door de landelijke deken. Omdat het stapelen van toezicht op toezicht het stelsel extra belast en afbreuk kan doen aan het huidige efficiënte functioneren daarvan, acht de Afdeling advisering onvoldoende overtuigend gemotiveerd in welk opzicht het huidige stelsel tekort schiet. Volgens de Afdeling advisering kunnen de wenselijk geachte verbeteringen worden bereikt zonder dat dit een afzonderlijk college van toezicht vereist.

Positionering van het college van toezicht
Volgens de toelichting bij het wetsvoorstel laat de onafhankelijkheid van het huidige stelsel te wensen over, omdat het feitelijk neerkomt op toezicht door advocaten op advocaten. Naar het oordeel van de Afdeling advisering wordt niet overtuigend aangegeven waarom het niet wenselijk is het college van toezicht, zo daaraan al behoefte bestaat, buiten de NOvA te positioneren. Indien de voorgestelde instelling van een college van toezicht wordt gehandhaafd, adviseert de Afdeling advisering om de positionering daarvan te heroverwegen.

Indiening klacht bij tuchtrechter
Voorgesteld wordt de klager het recht te geven zich rechtstreeks tot de tuchtrechter te wenden. De Afdeling advisering wijst er op dat de deken ook nu al elke klacht moet doorsturen als de klager dat wenst. Omdat uit consultaties over het wetsvoorstel blijkt dat de tuchtrechter zelf aangeeft dat de voorgestelde rechtstreekse toegang zijn rol zal bemoeilijken, behoeft wijziging van het systeem een specifieke motivering. De Afdeling advisering adviseert af te zien van de voorgestelde wijziging van het systeem van indiening van klachten en de bestaande situatie te handhaven.

Griffierecht tuchtrechtprocedure
Het voorstel tot invoering van een griffierecht voorafgaand aan het indienen van klachten bij de tuchtrechter is bedoeld om klagers te bewegen tot het maken van een afweging over het indienen van een klacht. De Afdeling advisering wijst er op dat vorige kabinetten het standpunt hebben ingenomen dat geen griffierecht in rekening wordt gebracht voor een beroep op tuchtrechtelijke voorzieningen. Ook in recente wetgeving, zoals de wet Dieren, is niet gekozen voor griffierecht bij tuchtprocedures. Volgens de Afdeling advisering vereist de noodzaak van de heffing van griffierecht en de daarvan te verwachten effectievere en kostenbesparende wijze van behandeling van klachten, een nadere motivering.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State en het nader rapport van de minister.

Het is nu afwachten wat het vervolg van de voorstellen wordt.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Dienstverlening - juridisch financieel [advocaten, accountants, belastingadviseurs e.d.] en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s