Terwijl het Bureau Financieel Toezicht (BFT) voor zover ik weet geen grote personele bezetting heeft, houdt het zich met allerlei zaken bezig die niet met hun taken te maken lijken te hebben. Hun taken bestaan uit toezicht op notarissen, deurwaarders en bepaalde witwasbestrijdingsplichtige ondernemingen [1].
Het is dan ook opmerkelijk dat in een bericht wordt mee gedeeld dat er door BFT onderzoek wordt gedaan naar ‘adviseurs van horecaondernemingen’. Dat kan niet juist zijn, want het witwasbestrijdingstoezicht heeft alleen betrekking op specifieke groepen ondernemingen, wat betekent dat horeca-adviseurs alleen onder BFT-toezicht vallen als zij als boekhoudkantoor of belastingadviseur optreden, dan wel als zij witwasbestrijdingsplichtige juridische diensten verlenen. De tekst van het bericht suggereert dat de toezichthouder ook bedrijven buiten de doelgroep gaat onderzoeken [2].
Misschien dat het alleen om boekhouders en belastingadviseurs gaat. Als dat zo is, is het jammer dat BFT er niet in slaagt haar nieuwsberichten zorgvuldig te formuleren.

Noten:
[1] BFT houdt toezicht op belastingadviseurs, registeraccountants, accountants-administratieconsulenten, en degenen die anderszins zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig daarmee vergelijkbare activiteiten verrichten, zoals administratiekantoren. Verder houdt BFT toezicht op juridisch adviseurs voor zover zij specifieke diensten verlenen (onder meer fusie en overname en bepaalde vastgoed transacties).
[2] In de tekst komt “Zo wordt van accountants- en administratiekantoren onder andere verwacht dat ze door het uitvoeren van hun werkzaamheden nagaan of het risico van witwassen zich mogelijk bij hun klanten voordoet” uit de lucht vallen. Bedoelt BFT dat ze accountants- en administratiekantoren onderzoeken die horecaondernemingen bedienen?

