Op 29 april jl. is een internetconsultatie van start gegaan over weer een nieuw register. Een lid van de Tweede Kamer heeft een initiatiefwetsvoorstel ingediend, waarin moet worden geregeld dat “alle transacties groter dan vijftig euro, tussen farmaceutische – en hulpmiddelenindustrie enerzijds en beroepsbeoefenaar of patiëntenvereniging” moeten worden gemeld in een openbaar register. Het ‘melden‘ is nog steeds zeer in de mode bij de wettenmakers.
Ik zag bij een snelle blik op het concept wetsvoorstel dat er mooie vage teksten in voorkomen, met een hoog ZuidAs-gehalte, dus voor gewone mensen niet te lezen.
De kern is de tekst van een voorgesteld artikel 96b lid 3 Geneesmiddelenwet, waarin de volgende fraaie tekst is te lezen:
3. In het register wordt iedere transactie opgenomen tussen de houder van een handelsvergunning of parallelhandelsvergunning of de fabrikant en een beroepsbeoefenaar of patiënten- consumentenorganisatie, die al dan niet plaatsvindt door tussenkomst van een of meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen en die bestaat uit geld of op geld waardeerbare diensten of goederen, inclusief het niet in rekening brengen van kosten, met een waarde van € 50,- of meer, ontvangen door of niet in rekening gebracht bij:
a. een beroepsbeoefenaar;
b. een natuurlijke persoon of rechtspersoon gelieerd aan een beroepsbeoefenaar, vanwege een prestatie van die beroepsbeoefenaar; of
c. een patiënten-consumentenorganisatie.
Gelijksoortige teksten worden voorgesteld voor de Wet op de medische hulpmiddelen en de Wet medische hulpmiddelen (zie artikelen II en III, zijn dat inderdaad twee verschillende wetten?).
Geweldig is dat een ‘transactie‘ wordt omschreven als “geld of op geld waardeerbare diensten of goederen, inclusief het niet in rekening brengen van kosten“.
Wat zou de regeldruk-waakhond ATR hier van vinden?
Meer informatie:
- Aankondiging internetconsultatie Wet transparantieregister zorg, 29 april 2019
- Consultatieversie regeling
- Consultatieversie toelichting

