De toetsing van de betrouwbaarheid van functionarissen van financiële instellingen

Het toetsen van functionarissen bij financiële instellingen door overheidsinstanties (personentoetsing) breidt zich steeds verder uit, met dank aan de Europese wetgever die dankbaar gebruik maakt van de Nederlandse personentoetsingsproeftuin. Die toetsing gaat over betrouwbaarheid, geschiktheid voor de functie en soms over vakbekwaamheid. Daar moeten financiële instellingen zich natuurlijk zelf mee bezig houden;  de vraag is of een externe toetsing, bijvoorbeeld door De Nederlandsche Bank (DNB) meerwaarde heeft.

Gisteren zat ik een internetconsultatiedocument te lezen [*] waarin personentoetsing van financiële functionarissen aan de orde komt. Het riep vragen bij me op die ik maar meteen in de consultatie heb gesteld [**]:

Geachte lezer(es),

In het ontwerpbesluit zijn passages over personentoetsing opgenomen. Het betreft verschillende groepen van leidinggevende personen. Er staat steeds dat de toetsing gebaseerd wordt op ‘de voornemens, handelingen en antecedenten’ van betrokkene. Ik vind het onmenselijk knap dat een toetsing van betrouwbaarheid kan worden gebaseerd op voornemens, maar ik laat het aan u om het realiteitsgehalte daarvan te beoordelen.

Opvallend is dat de soort betrouwbaarheid in de verschillende teksten varieert:

[1] soms is het absoluut geformuleerd: “betrouwbaar is’ of ‘betrouwbaar zijn’;
[2] in één geval wordt gesproken over ‘betrouwbaar en integer zijn’;
[3] in meerdere gevallen staat er ‘als (voldoende) betrouwbaar bekend staan”;
[4] in één geval is heet ‘voldoen aan de in artikel 34, vierde lid, onderscheidenlijk artikel 68, tweede lid, opgenomen criteria van betrouwbaarheid’.

Naar aanleiding daarvan heb ik de volgende vragen:

[a] Kunt u toelichten waarom deze verschillende formuleringen worden gebruikt?
[b] Kunt u naar aanleiding van criterium [1] toelichten of het realistisch is te veronderstellen dat dit kan worden vastgesteld?
[c] Kunt u naar aanleiding van criterium [2] toelichten wat het verschil tussen betrouwbaar en integer is?
[d] Kunt u naar aanleiding van criterium [3] toelichten of het ‘bekend staan’ wel relevant is, nu iemand zwart gemaakt kan zijn op onjuiste gronden en kunt u toelichten waarom er soms wel en soms niet ‘voldoende’ bij staat?
[e] Kunt u naar aanleiding van criterium [4] toelichten in welk opzicht de toetsing verschilt ten opzichte van de onder [1], [2] en [3] genoemde criteria?

Dank voor uw aandacht

 

NB Iemand uit de financiële sector aan wie ik deze consultatiereactie stuurde gaf als reactie dat hele stammen bezig zijn met de personentoetsingen bezig zijn en dat ze hun doel voorbij schieten.
Het lijkt er op dat dit de beroemde controle-bureaucratie is die kenmerkend is voor het financiële recht en de geprivatiseerde criminaliteitsbestrijding (‘witwasbestrijding’) waarbij de vraag is of de kosten opwegen tegen de baten.

 

 

Noten:

[*] De aankondiging van de consultatie staat hier.
[**] De typo in de laatste zin van de eerste alinea heb ik hier verbeterd.

Onbekend's avatar

About Ellen Timmer

Weblog: https://ellentimmer.com/ ||| Microblog: https://mastodon.nl/@ellent ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten en getagd met , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie