Een concerndirecteur in benarde positie (Rechtbank Amsterdam 12 januari 2011)

In een uitspraak van 12 januari 2011 van de Rechtbank Amsterdam (LJN BP2561) komt de positie aan de orde van de statutair directeur van een concernvennootschap, hierna “de Directeur”, die aansprakelijk wordt gesteld door een partij bij een overeenkomst, gesloten door de door de Directeur bestuurde rechtspersoon.

In de casus was de Directeur een trustkantoor, maar dit soort problematiek kan ook heel goed aan de orde komen bij gewone concerndirecteuren. De uitspraak is interessant, omdat  het informatie biedt aan concerndirecteuren over hun positie.

Hierna volgen aantekeningen naar aanleiding van de overwegingen van de Rechtbank:

  • De Rechtbank stelt voorop dat artikel 2:9 Burgerlijk Wetboek (BW) zich richt tot elke bestuurder van elke rechtspersoon naar Nederlands recht. Het artikel maakt geen onderscheid tussen, bijvoorbeeld, bestuurders van groepsvennootschappen en bestuurders van niet tot een groep behorende vennootschappen of tussen bestuurders van trustvennootschappen en bestuurders van andere vennootschappen. Het artikel richt zich dus ook tot de Directeur.
  • Artikel 2:9 BW bepaalt, voor zover hier van belang, dat de bestuurder (in het onderhavige geval de Directeur) tegenover de door hem bestuurde rechtspersonen gehouden is tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. De Hoge Raad heeft met betrekking tot artikel 2:9 BW twee richtinggevende arresten gewezen: dat van 10 januari 1997, LJN: ZC2243 en dat van 29 november 2002, LJN: AE7011. In die arresten zijn, voor zover hier van belang, de volgende regels ontwikkeld:

(i) voor aansprakelijkheid op de voet van artikel 2:9 BW is vereist dat aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt;
(ii) of van een ernstig verwijt sprake is, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval;
(iii) tot de in aanmerking te nemen omstandigheden behoren onder meer de aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten, de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico’s, de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen, de gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen, alsmede het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die voor zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult;
(iv) de omstandigheid dat gehandeld is in strijd met statutaire bepalingen die de rechtspersoon beogen te beschermen, moet in dit verband als een zwaarwegende omstandigheid worden aangemerkt, die in beginsel de aansprakelijkheid van de bestuurder vestigt. De stelplicht en, bij voldoende gemotiveerde betwisting, bewijslast rusten op de partij die de bestuurder aansprakelijk houdt.

  • In het aan de Rechtbank voorgelegde geval is de Directeur niet aansprakelijk, onder meer omdat:

– de bestuurde rechtspersonen deel uitmaakten van een internationaal concern waarin diverse vennootschappen economisch, juridisch en/of organisatorisch met elkaar waren verbonden;
– het beleid binnen de vennootschappen behorend tot dat internationale concern werd bepaald door het groepshoofd (een kapitaalvennootschap); de Directeur werd in het voorbereiden en vaststellen daarvan niet gekend;
– de bestuurde rechtspersonen geen ander doel hadden dan het dienen van de fiscale belangen van het door het groepshoofd geleide internationale concern;
– een structuur als de onderhavige van een internationaal concern als het onderhavige zowel in het Nederlandse als in het internationale recht gebruikelijk en algemeen aanvaard is.

  • Op de Directeur rustte de zelfstandige verplichting ervoor zorg te dragen dat de bestuurde rechtspersonen, ook in het kader van de totstandkoming en uitvoering van de overeenkomst, voldeden en bleven voldoen aan de Nederlandse wet- en regelgeving. Echter, niet, althans niet voldoende, is gesteld of gebleken is dat de Directeur deze verplichting niet is nagekomen.
  • Voorts wordt nog gesteld dat de bestuurde vennootschap een tegenstrijdig belang met de Directeur zou hebben gehad. Deze stelling wordt door de Rechtbank verworpen, gelet op de statuten, in combinatie met de uitdrukkelijke instructies van het groepshoofd. Deze instructies hebben in dit geval te gelden als instemming van de directe en indirecte aandeelhouders van de bestuurde vennootschap met het aangaan van de overeenkomst.
  • Tevens wordt gesteld dat de Directeur als statutair bestuurder haar administratieplichten heeft geschonden. De Rechtbank overweegt dat indien en voor zover de bestuurde rechtspersonen hiermee een zelfstandig verwijt aan de Directeur hebben willen maken, dit verwijt niet kan leiden tot aansprakelijkheid van de Directeur voor de door de bestuurde rechtspersonen gestelde schade. Niet, althans niet voldoende, is gesteld of gebleken dat die schade is veroorzaakt door de hier aan de orde zijnde (beweerde) tekortkoming van de Directeur. Niet, althans niet voldoende, is immers gesteld of gebleken dat met een behoorlijke(r) nakoming, door de Directeur, van haar administratieverplichtingen de onderhavige schade zou zijn voorkomen of beperkt. In gewoon Nederlands: ook al zou er geen behoorlijke boekhouding zijn, in dit geval was dat geen veroorzaker van de geclaimde schade.
  • Tot slot wordt geprobeerd om de Directeur op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk te stellen. Ook dat mislukt. Daarvoor was nodig dat de Directeur bij het namens de nalatige vennootschap aangaan van de overeenkomst wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de nalatige vennootschap niet, of niet binnen een redelijke termijn, aan haar verplichtingen uit die overeenkomst zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die de wederpartijen ten gevolge van die wanprestatie zou(den) lijden.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Bestuurdersaansprakelijkheid en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s