Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) maakte eind augustus de synthese De ruimte voor het maatschappelijk middenveld bekend, plus twee deelrapporten, de ene over de herziening van de Participatiewet en de andere het wetsvoorstel Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo).
In de synthese wordt gemeld wat het onderzoeksonderwerp was:
De centrale onderzoeksvraag van het project is als volgt: Welke ruimte ervaren en nemen maatschappelijke organisaties om de belangen van hun achterban te behartigen bij de overheid, en welke dynamieken van in- en uitsluiting spelen daarbij een rol? In de beantwoording ervan leggen wij de nadruk op het perspectief van betrokkenen vanuit maatschappelijke organisaties, maar nemen we ook het perspectief mee van de ambtenaren met wie zij te maken hebben.
Het SCP meldt als bevinding dat middenveld onder druk en dat er minder ruimte is voor een kritisch tegengeluid:
Hoewel politici en ambtenaren aangeven dat zij samenwerking met het maatschappelijk middenveld belangrijk vinden, lijken zij daarbij vooral de ondersteunende, service-verlenende rollen van maatschappelijke organisaties te bedoelen. De inbreng van kennis gaat dan met name over praktische inzichten uit de uitvoeringspraktijk. Voor de agenderende, signalerende rollen van maatschappelijke organisaties is veel minder waardering en ruimte binnen besluitvormingsprocessen.
Daarbij speelt een rol dat politici niet op hun vingers willen worden gekeken door burgerrechtenorganisaties:
Deze bevinding staat niet op zichzelf, maar sluit aan bij recente analyses over de toenemende problematisering van specifieke rollen van het maatschappelijk middenveld door politici. Onderzoekers wijzen erop dat vooral maatschappelijke organisaties die publiekelijk misstanden aankaarten via demonstraties en rechtszaken te maken krijgen met publieke verdachtmakingen
waarbij onder meer naar onverstandige moties van de Tweede Kamer wordt verwezen. In paragraaf 3.1 wordt de rol van de politiek verder besproken. Juist de politiek en het bestuur zouden zich moeten onthouden van verdachtmaking van maatschappelijke organisaties.
Over ambtenaren wordt onder meer gezegd:
Ambtenaren zijn sterk gericht op zogenoemde conventionele vormen van belangenbehartiging, namelijk vanuit geregeld contact en gestructureerd overleg via de kanalen die hiervoor werden gecreëerd door de overheid.
Ambtenaren zijn terughoudend in het ter discussie stellen van waarden en mensbeelden achter beleid en wetgeving. In het kader van de Wtmo komt de toegenomen regeldruk voor vrijwilligersorganisaties en goede doelen aan de orde. Ook wordt de negatieve houding van het bestuur ten opzichte van de nonprofit gesignaleerd:
Hoewel de Wtmo inmiddels is verworpen, geldt deze voor betrokkenen vanuit maatschappelijke organisaties wel als indicator van een bredere tendens waarin politiek en beleid de ruimte voor het maatschappelijk middenveld inperkt. Zeker als het gaat om de meer kritische, agenderende rol (…)
Zij staan in die lezing niet alleen: vanuit kennisinstituten en (inter)nationale organisaties die zich met privacyvraagstukken bezighouden, wordt expliciet gewaarschuwd voor wetgeving als de Wtmo. Deze zou volgens hen indicatief zijn voor processen van democratische erosie, democratic backsliding en shrinking civic space
Voor islamitische organisaties is de situatie veel slechter en de Wtmo wordt door hen gezien als de zoveelste poging om overheidsingrijpen in hun gemeenschappen mogelijk te maken, zo schrijft het SCP.
Er wordt gesignaleerd dat maatschappelijke organisaties met elkaar concurreren om de overheidsaandacht, waarbij soms teveel naar ervaringsdeskundigen wordt gekeken. Het SCP schrijft dat de agenderende rol belangrijk is:
Maatschappelijke organisaties vormen daarmee een tegenwicht voor de steeds verdere individualisering van problemen, door aandacht te blijven vragen voor de structurele factoren die mensen in de problemen brengen
Er zijn verschillen tussen maatschappelijke organisaties als het om de toegang tot de politiek en het bestuur gaat. Klassieke goede doelen hebben daar veel contacten. Voor nieuwe organisaties is dat veel lastiger. Voor islamitische organisaties is het speelveld ongelijk.
Het SCP bepleit maatregelen om het maatschappelijk middenveld te versterken.

