In het artikel Beleggingsfraude: schade vermoedelijk honderden miljoenen euro’s per jaar attendeert de Autoriteit Financiële Markten (AFM) op de enorme omvang van beleggingsfraude. De autoriteit schrijft:
Beleggingsfraude ontwikkelt zich razendsnel: het wordt steeds professioneler, digitaler en internationaler. De fraude begint vrijwel altijd online: via sociale media, nepadvertenties en malafide websites worden slachtoffers gelokt, vaak vanuit het buitenland. De geraffineerde, bedrijfsmatige en geautomatiseerde werkwijze maakt iedereen tot potentieel doelwit. De financiële schade per slachtoffer is vaak aanzienlijk, en de psychische impact – mede door schaamte en herhaald slachtofferschap – is groot. Dit maakt het een criminaliteitsthema dat met meer urgentie dient te worden bekeken en geprioriteerd.
In het artikel maakt de AFM het rapport ‘Van piramide tot ijsberg: de onzichtbare omvang van beleggingsfraude in Nederland’ bekend.
Opvallend is dat de AFM in de aankondiging schrijft dat bestrijding van beleggingsfraude een taak is van anderen:
De AFM benadrukt dat de bestrijding van beleggingsfraude een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is van publieke én private partijen. Wij pleiten daarom voor een hogere prioritering van beleggingsfraude binnen beleid, toezicht en strafrechtelijke handhaving. Toezichthouders en opsporingsdiensten moeten op deze ontwikkelingen anticiperen, bijvoorbeeld via een centraal meldpunt en gecoördineerde handhaving. Ook sociale media platformen en andere poortwachters dragen verantwoordelijkheid voor het voorkomen dat hun diensten worden misbruikt voor malafide doeleinden.
Ik ben benieuwd hoe het komt dat de financiële toezichthouder deze taak onvoldoende kan vervullen en naar anderen wijst. Is het tijd geworden om het financiële toezichtlandschap van Nederland opnieuw te bezien?

