Schandaal Tuchtraad Financiële Dienstverlening | de schimmige stichtingen in de financiële sector

Het is buiten beeld gebleven in de gewone media: het schandaal rondom de Tuchtraad Financiële Dienstverlening. Achter de betaalmuur van verzekeringsmedium Amweb zijn er artikelen over te vinden, onder meer:

Steinz is een gepensioneerd advocaat die zich in de kwestie vastbeet toen hij ontdekte dat hij het bos werd ingestuurd.

In zijn artikel van 29 juni jl. beschrijft Steinz dat anders dan in andere sectoren, de verzekeringswereld in 2008 zelf een tuchtraad heeft ingesteld. Toen het Verbond van Verzekeraars veel claims vreesde werd het het recht van de verzekerden om tuchtklachten te kunnen indienen afgeschaft. Hij schreef in november 2020 een kritisch artikel over de tuchtraad die geen sancties kon opleggen en toeval-toeval, op 5 februari 2021 werd een stichting opgericht die wel kan sanctioneren (lees het artikel van 9 februari 2021 op Amweb door Bart van der Laak). Het is één van de vele stichtingen waarin het in de financiële sector rinkelt (vindt het Ministerie van Financiën fijn want dan komt de instantie niet op de begroting). Ik had nog nooit van de Tuchtraad Financiële Dienstverlening gehoor en dat klopt, want Steinz schrijft dat het zorgvuldig wordt geheim gehouden.

Van der Laak laat op 9 augustus weten dat het Ministerie van Financiën het nu over een andere boeg wil gaan gooien. Hij heeft ook met Kifid voorzitster mevrouw Ruinaard gesproken, Kifid speelt een rol in Tuchtraad zaken.

 

Vragen Tweede Kamer

Inmiddels heeft de tuchtraad de Tweede Kamer gehaald. Lid van de Tweede Kamer van Nispen stelde vragen:

Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister voor Rechtsbescherming over wettelijk tuchtrecht voor verzekeraars (ingezonden 14 juli 2021).

Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de blogs «De Tuchtraad op de schop» en «De Tuchtraad financiële dienstverlening: de nieuwe kleren van de keizer»? [1], [2]

Vraag 2
Klopt het dat in 2008/2009 het Verbond van Verzekeraars de mogelijkheid tot het indienen van tuchtklachten flink heeft beperkt? Klopt het dat dit destijds tegen de zin in van de Tuchtraad is gebeurd? Bent u van mening dat het Verbond hierbij op juiste wijze gebruik heeft gemaakt van het recht tot zelfregulering? Zo ja, waarom?

Vraag 3
Acht u het juist dat het Verbond, Kifid en de tuchtraad, na de afschaffing van het recht van verzekerden om een tuchtklacht in te dienen, nooit (adequaat) bekend hebben gemaakt, niet individueel en ook niet collectief, dat verzekerden nog wel een tuchtklacht konden indienen bij het Kifid? Bent u bereid deze mogelijkheid, in ieder geval tot het wettelijk tuchtrecht geregeld is alsnog zo breed mogelijk onder de aandacht te (laten) brengen?

Vraag 4
Als het tuchtrecht straks wettelijk geregeld wordt, heeft het Verbond van Verzekeraars dan nog wat te zeggen over in welke gevallen wel of geen tuchtrecht plaats mag vinden? Zo ja, in welke gevallen precies en waarom acht u dat wenselijk?

Vraag 5
Bent u voornemens om in het tuchtrecht, dat in de komende periode voor de verzekeringsbranche zal worden ingevoerd, aan de verzekerden het recht terug te geven om eigenstandig en direct (dus niet via een omweg) tuchtklachten te kunnen indienen bij de Tuchtraad? Zo ja, hoe gaat dit er precies uitzien? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6
Wat is de rechtvaardiging voor het gegeven dat met het in te stellen wettelijk tuchtrecht voor de verzekeringsbranche er geen veroordelingen en sancties tegen personen opgelegd zullen kunnen worden, maar alleen tegen de maatschappijen opgetreden kan worden? Kunt u bevestigen dat hiermee wordt afgeweken van de gangbare regels van tuchtrecht in Nederland waarbij individuen wel degelijk persoonlijk aansprakelijk gehouden kunnen worden?

Vraag 7
Bent u het er mee eens dat het niet wenselijk is dat een advocaat die in dienst is van de verzekeraar wel persoonlijk aangesproken kan worden, maar wanneer je geholpen wordt door een hbo-geschoolde jurist of andere rechtshulpverlener van de verzekeraar alleen de maatschappij aangesproken kan worden via het tuchtrecht? Zou het niet beter zijn om het tuchtrecht, analoog aan het tuchtrecht bij de banken, ook voor individuen van toepassing te laten zijn in de verzekeringsbranche? Zo nee, waarom niet?

Vraag 8
Acht u het wenselijk dat op dit moment de bestaande Tuchtraad slechts waarschuwingen en berispingen kan geven, terwijl zwaardere sancties louter door het Verbond van Verzekeraars kunnen worden opgelegd? Zo ja, waarom acht u dit in lijn met de onafhankelijke tuchtrechtspraak zoals die in ons land geldt? Zo nee, bent u bereid met het instellen van wettelijk tuchtrecht ook te regelen dat de tuchtrechtspraak de bevoegdheid krijgt om het volledige palet aan sancties op te leggen en daarmee de zwaardere sancties dus uit de bevoegdheidssfeer van het Verbond weg te halen?

Vraag 9
Hoe wilt u de onafhankelijkheid van de stichting Tuchtraad financiële dienstverlening waarborgen? Bent u het er mee eens dat het onwenselijk zou zijn om de huidige procedure voort te zetten, waarbij een beoogd nieuw bestuurslid eerst aan het Verbond voorgelegd wordt, dat vervolgens de benoeming daarvan kan beletten? Zo ja, hoe gaat u dit proces dan wel inrichten?

Vraag 10
Hoe gaat u er voor zorgen dat verzekerden gewezen worden op hun recht een klacht in te kunnen dienen bij de nieuw op te richten wettelijke tuchtraad?

[1] AM, 29 juni 2021, «Tuchtraad op de schop: Minister Dekker onderwerpt verzekeraars aan wettelijk tuchtrecht», https://www.amweb.nl/branche/nieuws/2021/06/terug-van-weggeweest-minister-dekker-onderwerpt-verzekeraars-weer-aan-wettelijk-tuchtrecht-101130436
[2] AM, 29 juni 2021, «De Tuchtraad Financiële Dienstverlening: de nieuwe kleren van de keizer», https://www.amweb.nl/branche/blog/2021/06/de-tuchtraad-financiele-dienstverlening-de-nieuwe-kleren-van-de-keizer-101130437

 

Eerder was de tuchtraad aan de orde in een brief van 28 juni van de Minister van Rechtsbescherming. Opvallend is dat een wettelijk tuchtrecht gericht op de verzekeraars wordt aangekondigd, terwijl de private Tuchtraad wordt gehandhaafd:

Motie van het lid Kuiken c.s. (Kamerstuk 33 552, nr. 77)

In het verlengde van de motie over de wettelijke verankering van de gedragsregels uit de GBL, ligt de motie van het lid Kuiken c.s. (Kamerstuk 33 552, nr. 77). Deze motie verzoekt het kabinet te zorgen voor wettelijk verankerd non-hiërarchisch tuchtrecht en een tuchtraad voor alle professionals betrokken bij het afhandelen van letselschadezaken.

Bij letselschadezaken zijn onder meer verzekeraars, belangenbehartigers van slachtoffers, medisch adviseurs, medische experts (artsen), arbeidsdeskundigen en ergotherapeuten betrokken. De meeste van deze professionals zijn al onderworpen aan een vorm van tuchtrecht binnen de eigen beroepsgroep, voor zover hun beroep al wettelijk of anderszins is geregeld. Zo vallen advocaten die optreden als belangenbehartiger onder het wettelijk tuchtrecht voor advocaten. Het Nederlands Instituut Van Register-Experts (NIVRE) kent een privaat tuchtrecht voor belangenbehartigers en letselschade-experts die NIVRE-registerexpert Personenschade zijn. Medisch adviseurs zijn in de regel BIG-geregistreerd en uit dien hoofde onderworpen aan het wettelijk tuchtrecht voor de gezondheidszorg. Ditzelfde geldt voor artsen. Verzekeraars die zijn aangesloten bij het Verbond van Verzekeraars zijn onderworpen aan privaatrechtelijk tuchtrecht met toetsing door de Tuchtraad Financiële Dienstverlening (Assurantiën) (hierna: Tuchtraad). Deze stelsels van tuchtrecht zijn dus alle ook van toepassing op het handelen van de genoemde professionals wanneer zij optreden in het kader van de afhandeling van letselschadezaken.

Dit neemt niet weg dat versterking van de rol van het tuchtrecht bij de afwikkeling van letselschade mogelijk is. Ter uitvoering van de motie wordt ingezet op de introductie van een wettelijke verplichting voor verzekeraars om zich te onderwerpen aan tuchtrecht. Hiertoe wordt in de Wft opgenomen dat verzekeraars onderworpen moeten zijn aan een tuchtrechtelijke regeling die voldoet aan bepaalde voorwaarden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om adequate waarborgen voor een behoorlijke procesgang en het opdragen van de toepassing en uitvoering van de tuchtrechtelijke regeling aan een onafhankelijke en deskundige externe instantie. Het beoogde stelsel is vergelijkbaar met het tuchtrecht dat op basis van de Wft geldt voor banken. Anders dan bij banken zal de tuchtrechtelijke regeling van verzekeraars echter niet zijn gericht op individuele medewerkers, maar op de onderneming. Door deze wettelijke verankering worden alle verzekeraars met zetel in Nederland onderworpen aan tuchtrecht en worden hieraan wettelijke waarborgen verbonden. DNB zal er (risicogeoriënteerd) op toezien dat verzekeraars zijn onderworpen aan een tuchtrechtelijke regeling die voldoet aan de wettelijke voorwaarden en kan handhavend optreden indien daartoe aanleiding is.

Verder hebben verzekeraars via het Verbond van Verzekeraars hun tuchtrecht aangescherpt onder meer op het terrein van onafhankelijkheid en sancties. Zo is de Tuchtraad per 12 januari jl. ondergebracht in een aparte stichting ter verdere borging van de onafhankelijkheid. Daarnaast kan de Tuchtraad nu ook rechtstreeks sancties en maatregelen opleggen aan verzekeraars, zoals een waarschuwing en een berisping.

Tot slot is van belang dat het per 1 januari jl. gelanceerde NKL bevordert dat professionals zich committeren aan geldende kwaliteitseisen en tuchtrecht binnen hun eigen beroepsgroep. Zo geldt dat verzekeraars die het NKL willen verkrijgen, onderworpen moeten zijn aan voornoemd tuchtrecht van het Verbond van Verzekeraars. Belangenbehartigers die het keurmerk bezitten, dienen te zijn aangesloten bij het NIVRE of zich daartoe in te spannen. Bij een belangenbehartigerskantoor dat het keurmerk bezit dient minstens de helft van de letselschade-experts ingeschreven te zijn als NIVRE Register Expert en voor de overige experts moet een opleidingsplan aanwezig zijn. Tijdens de audits wordt op de vereiste aansluiting bij beroepsgroep-gebonden kwaliteitseisen en tuchtrecht nauwlettend getoetst. Blijkt dat de NKL-keurmerkhouder niet aan deze eisen voldoet of hiertoe onvoldoende inspanningen heeft gepleegd, dan wordt deze uit het register van het NKL geschrapt (zie over het NKL nader hiervoor in paragraaf 1).

 

Wat mij betreft gaat dit niet ver genoeg. Geschillenbeslechting en tuchtrecht moeten bij onafhankelijke instanties (bij voorkeur een rechter) worden ondergebracht en een onafhankelijke ombudsman voor de financiële sector is dringend nodig. Wat mij betreft mogen alle niet-transparantie stichtingen, zoals Kifid, BKR en de zwarte lijsten stichtingen verdwijnen.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Grondrechten, rechtsstaat e.d., Procesrecht, rechtspraak en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s