Het ondermijningsproza van het Bureau Financieel Toezicht | jaarverslag 2020 | Wwft

Het lijkt er op dat het Bureau Financieel Toezicht (BFT), een van de vele witwasbestrijdingstoezichthouders die Nederland kent [1], zich het ondermijningsproza van het Ministerie van Veiligheid grondig heeft eigen gemaakt. In het jaarverslag 2020 dat het BFT onlangs bekend maakte [2] schrijft BFT onder meer:

Zowel bij het toezicht op notarissen als bij het toezicht inzake de Wwft voerde het BFT onderzoeken uit gericht op ondermijning en werden samenwerkingsverbanden en voorlichtingsactiviteiten georganiseerd. Om zo gezamenlijk te zorgen voor een veiliger Nederland, in lijn met het brede offensief dat door het kabinet is ingezet tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Deze vermenging van de boven- en onderwereld ontwricht de samenleving en ondermijnt de rechtsstaat.

 

NB Dit fraaie proza moest ik helaas overtypen omdat BFT de lezer van het jaarverslag heeft verboden teksten te kopiëren:

 

Teksten als hierboven geciteerd roepen vele vragen op, zoals:

  • Is ‘ondermijning‘ niet gewoon crimineel gedrag en als dat zo is, waarom hebben we het dan niet gewoon daar over?
  • Kan georganiseerde criminaliteit ook niet-ondermijnend zijn (zoals wordt gesuggereerd door te spreken over ‘georganiseerde ondermijnende criminaliteit’).
  • Sinds wanneer zijn boven- en onderwereld niet vermengd? En als boven- en onderwereld al sinds Adam en Eva vermengd zijn, waarom dat gedoe over ‘ontwrichting‘ en ‘ondermijning‘?
  • Is dit moderne overheidsmarketing die tot doel heeft het eigen nut te bewijzen en de burger om centjes te vragen?

Toezichthoudende rol BFT
Als ik de ondermijning even laat voor wat het is, is het nuttig om kennis te nemen van de activiteiten van het BFT in 2020. Het BFT vervult de volgende toezichtrollen:

  • Toezicht op het notariaat (kwaliteitstoezicht, financieel toezicht, toezicht Wwft)
  • Toezicht op de gerechtsdeurwaarders (kwaliteitstoezicht, financieel toezicht)
  • Wwft-toezicht op accountants, administratiekantoren, belastingadviseurs; juridisch adviseurs voor bepaalde diensten.

Jammer genoeg ontbreekt een korte algemene inleiding over het takenpakket (eventueel in een apart kader) ten behoeve van de minder ingevoerde lezer. Het verslag lijkt zich te richten op vrienden en bekenden (de ‘ketenpartners’) en niet op een breder publiek.

Opmerkelijk is dat BFT het Ministerie van Veiligheid en het Ministerie van Financiën als ‘opdrachtgevers‘ aanmerkt.

Volgens BFT ziet het leven van de toezichtsubjecten er eenvoudig uit, je bent ‘normconform‘ of je bent het niet [3]. Was het maar zo eenvoudig. Het opsporen van criminaliteit, waartoe Wwft-plichtigen verplicht zijn, is geen eenvoudige taak.

Uiteraard zijn er ook simpele verplichtingen, zoals afblijven van andermans geld. Daartoe was een notaris van een groot kantoor niet in staat, nog erger, toen het aan het licht kwam was hij zo laf om zelfmoord te plegen.

BFT heeft te maken met heel verschillende typen onder toezicht staande ondernemingen. Notarissen zijn een heel specifieke beroepsgroep, juridisch geschoold, met eigen wetgeving en met een belangrijke rol in het betalingsverkeer (overdracht onroerende zaken en aandelen), het betreft in 2020 een aantal van 785 kantoren. Gerechtsdeurwaarders kennen eveneens specifieke wetgeving voor hun beroepsactiviteiten en hebben eveneens veel met betalingsverkeer te maken, onder meer bij het incasseren van vorderingen, in 2020 waren er 150 kantoren.

Wwft-toezicht
De overige ondernemingen die onder Wwft-toezicht van het BFT staan (rond 48.000) [4] kennen deels kenmerkende beroepsregels (accountants) en zijn voor het overige ongereguleerd (boekhoudkantoren, belastingadviseurs en juridisch adviseurs). Het betreft een flinke variëteit aan ondernemingen, waartoe vele kleine bedrijven behoren. BFT signaleert dat kleine boekhoudkantoren nog steeds weinig benul van de Wwft hebben, wat nog steeds reden is voor extra voorlichtingsactiviteiten door BFT.

Opvallend is dat BFT spreekt over ‘normconform’ gedrag van Wwft-plichtigen maar niet over de vraag of de Wwft-inspanningen van de ondernemingen leiden tot een verbeterde bestrijding van criminaliteit. Het lastige van de witwasbestrijding is dat uniforme verplichtingen worden opgelegd aan een grote variëteit aan ondernemingen, met verschillend kennisniveau, verschillende informatiepositie en grote verschillen in omvang. Voor mij is de vraag of de verplichtingen wel praktisch uitvoerbaar zijn voor de Wwft-plichtigen. Dat is iets waarmee het BFT zich niet bezig lijkt te houden, terwijl daar alle aanleiding voor is. Mogelijk komt dat omdat BFT zich ziet als uitvoerder van opdrachten van de ministeries en geen vraagtekens wil plaatsen bij de regelgeving die zij uitvoert. Dat is jammer, want ik denk dat een slimme toezichthouder ook kritiek op de regels moet kunnen leveren.

Voorbeelden uit de Wwft-praktijk:
# Uit hoofde van het werk is een notaris zelf betrokken bij transacties (bijvoorbeeld tussen een verkoper en koper van een woning). Die notaris zal de identiteit van verkoper en koper verifiëren, maar kan die notaris ook achterhalen wat de herkomst van het vermogen van verkoper en koper is, nu dat op grond van de Wwft van belang is voor de transactie? Is het zinvol dat de notaris daar mee bezig is, terwijl tegelijkertijd de banken (waar het betalingsverkeer over heen loopt) hetzelfde doet? Is dat efficiënte inzet van geld en tijd? Notarissen doen heel veel ad hoc opdrachten en kunnen daardoor niet makkelijk kennis over de partijen opbouwen.
# Een boekhoudkantoor is anders dan een notaris niet zelf betrokken bij de transacties van derden. Het kantoor ziet de transacties van de eigen klanten achteraf, namelijk nadat zij de boekhouding hebben ingeleverd en het kantoor de financiële verantwoording samenstelt en de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting voorbereidt. Het BFT verwacht van het boekhoudkantoor dat het in de boekhouding criminaliteit kan ontdekken. Ook al is voor het actief zijn als boekhoudkantoor geen gespecialiseerde juridische kennis nodig, toch verwacht de wetgever dat het boekhoudkantoor zich de gecompliceerde Wwft met alles wat daarmee samenhangt eigen maakt. De vraag is hoe reëel dat is.

Themagerichte onderzoeken
In het verslag worden themagerichte onderzoeken besproken. De thema’s maken een willekeurige indruk.

Het onderzoek naar de ‘poortwachtersrol‘ gaat eigenlijk alleen over de Wwft en de vraag rijst waarom dit een thema zou moeten zijn. Het onderscheid met het thema ‘misbruik rechtspersonen’ is er lijkt me niet, wat ook blijkt uit de voorbeelden die bij het thema worden gegeven. De kern van de Wwft is juist dat bij vastgoedtransacties en aandelentransacties sprake kan zijn van het inzetten van criminele opbrengsten. De uitdaging is hoe een Wwft-plichtige dat gaat ontdekken, waarbij het niet gaat om mooie procedures of om mooi opgeschreven verslagen van wat de Wwft-plichtige heeft gedaan. Het gaat om de inhoudelijke kant: wat zijn de kenmerken / feiten die aanleiding zijn voor nader onderzoek en eventueel melding van een ongebruikelijke transacie.

De derdengeldenrekeningen zijn specifiek voor notarissen en deurwaarders en houden verband met het financiële toezicht op deze beroepsgroepen. Vanzelfsprekend is alertheid bij derdengelden geboden, zeker bij notarissen aangezien daar grote bedragen omgaan. De recente affaire zal reden zijn de organisatorische gang van zaken onder de loep te nemen.
Merkwaardig is dat onder het kopje onroerend goed niet de witwasbestrijding in het vastgoed schuil gaat, maar de vraag of notarissen in vastgoed mogen beleggen.

Financiën
Accountants en boekhoudkantoren zijn onderwerp van een thema dat ‘zorginstellingen’ heet. Het lijkt er op neer te komen (al schrijft het BFT dat niet) dat de berichten in de media over hoge winsten bij zorginstellingen aanleiding behoorden te zijn voor accountants en boekhoudkantoren om na te gaan of mogelijk van criminaliteit sprake is. Uit het onderzoek blijkt, zo schrijft BFT, dat veel afwijkingen van de gemiddelde gegevens (ratio’s van het CBS, door BFT ook ‘gehanteerde normen’ genoemd) verklaarbaar zijn.

BFT is de mening toegedaan dat Wwft-plichtigen voldoende kennis van de branche van de cliënten moet hebben, omdat alleen dan de witwas- en terrorismefinancieringsrisico’s goed onderkend kunnen worden [5].
Mij lijkt dat die eis niet gesteld kan worden. Een Wwft-plichtige behoort de kennis en vaardigheden te hebben die relevant zijn voor zijn primaire taak (zoals kennis van boekhouden).

BFT noemt ‘onterechte of niet-inzichtelijke kosten’ als thema, zonder te vermelden voor wie dat thema relevant is. Voor de notaris? Lijkt me niet. Voor de deurwaarder? Het staat er niet maar mogelijk heeft het E-Court voorbeeld betrekking op deurwaarders. Helderheid ontbreekt hier.

Opdrachtgeversafhankelijkheid
Een heel ander onderwerp dat BFT tot de thema’s rekent, is dat van de opdrachtgeversafhankelijkheid, dat wordt gepresenteerd onder het kopje ‘inrichting contracten’ [6].

Dat onderwerp zou ook bij notarissen kunnen spelen, maar daar rept BFT niet over.

Onderzoek & analyse

Onder het kopje onderzoek & analyse bespreekt BFT niet alleen de eigen organisatie maar ook ontwikkelingen bij de toezichtsubjecten [7].

BFT schrijft risicobeleid en -management te hebben opgevraagd bij twintig belastingadvieskantoren, die allen daar over bleken te beschikken, naar tevredenheid van BFT. Wel merkt BFT op dat aandachtspunt het actueel houden van het risicobeleid is, “mede naar aanleiding van wetswijzigingen” [8]. Dat is merkwaardig, want het risicobeleid is geen Wwft-handleiding.

De aantallen meldingen van ongebruikelijke transacties worden besproken, zonder dat de kwaliteit van de meldingen aan de orde komt. Ook hier geldt: het gaat niet om de aantallen meldingen, maar om de vraag of de meldingen hebben bijgedragen aan criminaliteitsbestrijding.

Datalekken
BFT heeft in 2020 te maken gehad met enkele datalekken die aan de Autoriteit Persoonsgegevens zijn gemeld [9]. Over melding aan betrokkenen rept BFT niet.
Raadselachtig is de opmerking “Dit heeft er mede toe geleid dat het persbeleid is geactualiseerd teneinde dergelijke incidenten te voorkomen“. Wat hebben datalekken met het persbeleid te maken?

Inkomensontwikkeling
In het verslag wordt gesproken over de financiën van notariskantoren, waarbij allerlei begrippen worden gebruikt, zoals bruto honorarium, netto honorarium en praktijkinkomen. Zou ‘praktijkinkomen’ het resultaat zijn (vóór aftrek arbeidsbeloning)? Het jaar 2020 is voor het notariaat een goed jaar geweest. Het vak gerechtsdeurwaarder lijkt minder lucratief.

Tot slot
In het kader van een goede communicatie met het publiek en de toezichtsubjecten doet BFT er goed aan het jaarverslag meer systematisch in te richten, rekening te houden met een brede lezersgroep en aandacht te besteden aan de effectiviteit van de maatregelen.

 

Noten
[1] In Nederland wordt criminaliteit bestreden door middel van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Op grond van deze wet moeten bedrijven zoals banken en accountants criminaliteit opsporen en melden bij FIU-Nederland. Er zijn op dit moment rond de zeven verschillende toezichthouders op de verschillende soorten bedrijven die de Wwft moeten naleven. Zo houdt De Nederlandsche Bank toezicht op banken.
[2] De aankondiging staat hier en het jaarverslag is als pdf te downloaden.
[3] Hoofdstuk II, pagina 4, eerste alinea jaarverslag.
[4] Ook notarissen staan onder Wwft toezicht van BFT. Op pagina 17 wordt over 48.000 Wwft-plichtigen gesproken, waartoe de notarissen ook behoren.
[5] Pagina 11, paragraaf e., laatste alinea.
[6] Pagina 11, paragraaf g.
[7] BFT veronderstelt dat minder klantcontacten van accountants, boekhouders en belastingadviseurs tot gevolg zou hebben dat witwassen minder makkelijk kan worden gesignaleerd, pagina 12. Waarop is dat gebaseerd?
[8] Pagina 13, kopje Wwft, laatste alinea.
[9] Pagina 15, eerste alinea.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Het ondermijningsproza van het Bureau Financieel Toezicht | jaarverslag 2020 | Wwft

  1. r grootveld zegt:

    Een boekhoudkantoor beginnen staat een ieder vrij. Er worden dus geen speciale eisen gesteld aan kennis van bij voorbeeld de wet. Dat is ongetwijfeld een reden dat die Wwft veel boekhoudkantoren rauw op het dak viel. Bij mij was dat in ieder geval zo. Na jaren naar tevredenheid gewerkt te hebben moet je opeens expert worden op een terrein waar je je normaal gesproken niet mee bezig houdt. Zeker niet als je bezig bent voor eenmanszaken en VOF’s. Zou het niet voor de hand liggen om als overheid eisen te gaan stellen voor dat iemand zo’n kantoor begint. Maw. dat de bedrijfstak wordt geprofessionaliseerd. Dat zou duidelijkheid kunnen scheppen. Maar dan ga je natuurlijk al richting accountant.

    Wat ik ook nogal eigenaardig vind is de eis om criminaliteit op te sporen. Zitten criminelen daar op te wachten. Mocht je met een criminele klant geconfronteerd worden, dan moet je zo snel mogelijk de dienstverlening stoppen. Ten minste, als je nachtrust je lief is. Maar ga je het risico nemen om te melden? Dat kun je van een eenvoudige burger toch niet verwachten. Voor je het weet staan ze bij je voor de deur om verhaal te halen.

    En dit dan afgezien van de vraag of de gewone burger een overheidstaak in de schoenen geschoven moet krijgen. Wat zou er nog meer in het vat zitten? De verplichting om als burger elkaar te gaan afleggen op afwijkend gedrag? Overigens ben ik al eens tegengekomen dat je alarm kunt slaan als je iemand ziet die zich niet aan de coronaregels houdt!

    Ik heb het al eerder opgemerkt. Een overheid die absoluut wenst te scoren op veiligheid. Een ministerie van veiligheid riekt mij te veel naar een autoritair bewind. De betreffende minister lijkt dat beeld te bevestigen. Maar iets anders hebben ze niet te bieden. De gewone man wordt langzaam maar zeker rechteloos gemaakt en gereduceerd tot en een resource voor het kapitaal. Men moet ze toch ergens mee zoet houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s