Digitale platformen gaan net als werkgevers gegevens aan de Belastingdienst leveren

Op dit moment zijn werkgevers en banken belangrijke leveranciers van persoonsgegevens aan de Belastingdienst. Daar zullen straks digitale platformen bij komen, zo kan uit een beschrijving van Europese voornemens in een BNC-fiche worden afgeleid.

Renseigneringsplicht
Uit het BNC-fiche blijkt dat wijziging wordt beoogd van de Administratieve samenwerkingsrichtlijn op het gebied van belastingen (ook wel bekend onder de afkorting «DAC»), die tot doel heeft fiscale informatie tussen EU-lidstaten uit te wisselen. Volgens het voorstel zullen digitale platformen verplicht worden om fiscale informatie over hun gebruikers te verstrekken en zullen de gegevens worden uitgewisseld tussen de belastingautoriteiten van de EU-lidstaten. De aanleiding wordt als volgt beschreven:

De verwachte groei van de platformeconomie betekent dat een steeds grotere groep belastingplichtigen inkomen verkrijgt via digitale platformen. De kans bestaat dat een deel van de gebruikers van deze digitale platformen de verworven inkomsten niet, onjuist en/of onvolledig aangeeft. Handhaving door belastingdiensten is ingewikkeld, omdat deze niet over contra-informatie beschikken waaruit blijkt dat inkomen via een platform is verworven. Dit levert een risico op van uitholling van het bestaande systeem van inkomensheffing. De platformeconomie is een internationaal fenomeen. Internationale samenwerking is daarom van groot belang om tot een effectieve aanpak te komen. Daarbij komt dat sommige internationaal opererende platformen geen vestiging hebben in Nederland en soms zelfs niet in de Europese Unie, wat tot vragen leidt over op welke wijze wettelijke verplichtingen kunnen worden opgelegd en hoe naleving van wettelijke verplichtingen kan worden afgedwongen.

Zowel op OESO-niveau, als op het niveau van de Unie wordt gewerkt aan voorstellen met betrekking tot een renseigneringsplicht met een bijbehorende geharmoniseerde set van gegevens die door alle deelnemende landen kan worden gebruikt. Door op internationaal niveau minimum informatie-eisen vast te stellen die gelden voor alle digitale platformen, zowel nationaal als internationaal opererend, kan vermeden worden dat platformen in elk land aan andere informatieverplichtingen moeten voldoen. Dit vermindert de administratieve lasten voor platformen en stelt zeker dat elke deelnemende belastingdienst de noodzakelijke en voor de uitvoering ter zake dienende informatie ontvangt. Verder biedt een internationaal initiatief ook meer (rechts)zekerheid aan zowel de platformen, als de platformgebruikers aan welke belastingverplichtingen zij dienen te voldoen.

Opvallend is dat de digitale platformen, om aan de verplichtingen te kunnen voldoen, een groot aantal persoonsgegevens van de gebruikers zullen moeten verkrijgen. Ook het fiscale identificatienummer (Tax Identification Number, ‘TIN’) zal moeten worden meegestuurd. Het kabinet is daar kritisch over:

Het kabinet staat minder positief tegenover het voorstel om lidstaten te verplichten om ook het buitenlandse TIN bij de verstrekking van informatie op te nemen. De toegevoegde waarde is niet zo groot, maar de invoeringskosten zijn dat wel. Nederland registreert het buitenlandse TIN niet. Een verplichting daartoe zou een ingrijpende omschakeling van de Nederlandse systemen betekenen, en staat in geen verhouding tot het eventuele voordeel. Aangezien het buitenlandse TIN ingevolge het richtlijnvoorstel moet worden meegeleverd bij o.a. de uitwisseling over arbeidsinkomsten, pensioenen, eigendom van en inkomen uit onroerend goed, dienen niet alleen de Belastingdienst, maar ook de verstrekkers van de gegevens (zoals gemeenten, werkgevers en uitkeringsinstanties) hun systemen aan te passen. Bovendien is een wettelijke basis nodig voor het uitvragen van dit nummer. Om de buitenlandse TIN-verplichting te verwerken, zal Nederlandse wet- en regelgeving aangepast moeten worden.

Voor de digitale platformen zit aan de nieuwe verplichtingen het nodige vast:

De digitale platformen zullen moeten investeren in een ICT-programma dat alle benodigde informatie moet verzamelen en vervolgens moet verzenden naar de lidstaat waar het digitale platform gevestigd of geregistreerd is.

Uit het voorstel blijkt dat er een hele serie gegevens moet worden geleverd aan de Belastingdienst: naam, adres, woonplaats, TIN, rekeningnummer, bij de verhuur van onroerend goed om de adresgegevens, het totaal aan honoraria dat is ontvangen en dergelijke

Reikwijdte
De vraag is hoe ruim het begrip ‘digitaal platform’ is. Valt hier bijvoorbeeld het Nederlandse Marktplaats onder en betekent dit dat particulieren die hun tweedehands spullen verkopen hun NAW, geboortedatum, bsn en dergelijke aan de exploitant moeten leveren?

Zo te zien hoeft de activiteit op het platform niet winstgevend te zijn, voldoende is dat tegenover de activiteit een tegenprestatie staat. Relevante activiteiten zijn: verhuur van onroerend zaken, verrichten van persoonlijke diensten, verkoop van zaken, verhuur van transportmiddelen en investeringen en leningen in de context van crowdfunding. De tekst over te rapporteren inlichtingen suggereert dat het gaat om digitale platformen die ook het betalingsverkeer verzorgen.

Cybersecurity
Ik ben heel benieuwd hoe veilig dit allemaal is en welke veiligheidsrisico’s burgers lopen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is weliswaar van toepassing op de digitale platformen, maar de vraag is hoe goed zij zich er aan houden. Met nationale AVG-toezichthouders met te kleine budgetten, is het de vraag of burgers wel voldoende worden beschermd.

Lees over de risico’s van het verstrekken van persoonsgegevens aan platformbedrijven het artikel bij Radar: Online om kopie ID-bewijs vragen: ‘Als daar misbruik van wordt gemaakt ben je echt de sjaak’. Het artikel werd geschreven naar aanleiding van een vraag op het Radar-forum.

Mij lijkt dat dit soort wetgeving alleen hoort plaats te vinden als de Autoriteit Persoonsgegevens meer budget en meer bevoegdheden krijgt.

 

Meer informatie:

  • Tijdens het schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Financiën van 19 oktober is het BNC fiche inzake de Zesde wijziging administratieve samenwerkingsrichtlijn op het gebied van belastingen (Kamerstuk 22112-2929) besproken, lees het verslag van het overleg.
  • Het voorstel staat op de agenda van het algemeen overleg Eurogroep/Ecofinraad van 25 november a.s.
  • Het voorstel van de Europese Commissie is hier (COM(2020) 314) te vinden. Het platform moet de volgende gegevens over verkopers registreren:

natuurlijke persoon:

(a) voor- en achternaam;
(b) het hoofdadres;
(c) alle TIN die de verkoper zijn toegekend, en de lidstaten waar die zijn toegekend;
(d) het btw-identificatienummer van de verkoper, indien van toepassing;
(e) de geboortedatum.

entiteit:

(a) de wettelijke benaming;
(b) het hoofdadres;
(c) alle TIN die de verkoper zijn toegekend, en de lidstaten waar die zijn toegekend;
(d) het btw-identificatienummer van de verkoper, indien van toepassing;
(e) het bedrijfsregistratienummer;
(f) het bestaan van een vaste inrichting in de Unie, voor zover van toepassing, met aanduiding van elke respectieve lidstaat waar een dergelijke vaste inrichting is gelegen.

Als vastgoed wordt verhuurd,

verzamelt de rapporterende platformexploitant de adresgegevens van elke eigendomslijst en, voor zover toegekend, het respectieve kadasternummer

Met betrekking tot de activiteiten op het platform moeten een hele serie gegevens gerapporteerd worden, die in het Commissie-voorstel worden beschreven, onder meer de totale tegenprestatie die is betaald of gecrediteerd en de honoraria, commissielonen of heffingen die door het rapporterende platform zijn ingehouden of geheven.

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/ ||| Motto: goede bedoelingen rechtvaardigen geen slechte regels
Dit bericht werd geplaatst in Belastingrecht, Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, ICT, privacy, e-commerce en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Digitale platformen gaan net als werkgevers gegevens aan de Belastingdienst leveren

  1. r grootveld zegt:

    Voor zover ik weet hoeft dit particulieren niet te raken. Die mogen immers hun spullen belastingvrij verkopen (ze hebben ook geen BTW gedeclareerd bij aanschaf). Het zou dan gaan om bedrijven die als zodanig zijn geregistreerd. Als iemand diensten aanbiedt aan een softwarebedrijf dan is hij/zij freelancer. Het is niet zo vreemd dat de opdrachtgever daarvan melding doet bij de belastingdienst. Net zoals een bedrijf opgave doet van de verdiensten van een werknemer. In zekere zin gebeurt dit trouwens al. Want een freelancer behoort te factureren. Op naam, met BTW-nummer, enzovoort. En die dienen door de opdrachtgever te worden bewaard om ze ter inzage beschikbaar te stellen aan de belastingdienst ter controle.
    Het enige verschil is dan dat het op europees niveau moet gebeuren. Bij verder integratie van europa moet dit natuurlijk vroeg of laat toch gebeuren.
    Blijft over de kosten. Die kunnen natuurlijk aanzienlijk zijn. Het valt dan op dat het kabinet dat vooral bezwaarlijk vindt en zich niet buigt over eventuele gevolgen voor de privacy.

    • Hoe het precies praktisch werkt, heb ik niet goed uit de informatie kunnen halen. Maar het lijkt er op dat in de regeling geen onderscheid tussen particulier en bedrijf wordt gemaakt (dat onderscheid zal voor Marktplaats lijkt me ook lastig zijn).
      Verschil tussen een platform en een werkgever is dat de werkgever loon betaalt aan de werknemer voor de verrichte arbeid; een platform is alleen een tussenschakel tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Dat platform kan in Ierland zitten en bemiddelen tussen partijen in Nederland. De grote vraag is hoe je als platformgebruiker weet of het platform integer is.

      Als het platform net als de bank gegevens gaat leveren aan de overheid, lijkt me dat het nodig is dat streng overheidstoezicht plaats vindt, zowel op integriteit/betrouwbaarheid van de mensen en de organisatie, als op de veiligheid e.d. van de IT. Zoiets als bij banken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s