Wet verwijzingsportaal bankgegevens [2]

Begin juli schreef ik over het Verwijzingsportaal Bankgegevens, naar aanleiding van de informatie over het IT-project. Het wetsvoorstel over het portaal is inmiddels bij de Tweede Kamer ingediend.

Het voorstel voor de Wet verwijzingsportaal bankgegevens houdt nog geen rekening met de op 30 juni jl. aangekondigde uitbreiding van het portaal met saldo- en transactiegegevens.

Nieuwe begrippen
Opvallend aan het voorstel inzake het Verwijzingsportaal Bankgegevens is dat daarin nieuwe begrippen worden geïntroduceerd. Zo kent het nieuwe artikel 3:267i Wet op het financieel toezicht (Wft) als begrip ‘cliënt’: “personen die financiële producten of kluizen afnemen van de banken en betaaldienstverleners“. Dat is een ander begrip cliënt dan in de witwasbestrijdingswetgeving (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, ‘Wwft’).

Voorts wordt gesproken over een nieuw soort ‘uiteindelijk belanghebbende’, die in het nieuwe artikel  3:267i wordt omschreven als “personen die namens hen zeggenschap kunnen uitoefenen over deze financiële producten of kluizen” (hen = cliënt). Uit de memorie van toelichting blijkt dat ook een gevolmachtigde iemand is die zeggenschap uitoefent in de zin van deze bepaling.

In een andere wijziging wordt voorgesteld dat ook gegevens over “de uiteindelijk belanghebbenden” deel uitmaken van het Verwijzingsportaal. Dat begrip staat niet in Wft, zodat ik me afvraag welke uiteindelijk belanghebbenden hier bedoeld worden. Vermoedelijk is dit de uiteindelijk belanghebbende (ubo) uit de Wwft.

De op het Verwijzingsportaal aangesloten banken en betaaldienstverleners zullen derhalve in hun systemen goed onderscheid moeten gaan maken tussen:

  • de Wwft-cliënt,
  • de Verwijzingsportaal-cliënt,
  • de Wwft-ubo,
  • de Verwijzingsportaal-ubo en
  • de fiscale ubo.

Gegevensuitwisseling
Uit de memorie van toelichting blijkt dat het Verwijzingsportaal alleen een tussenstation (‘koppeling’) is tussen de betreffende bank/betaaldienstverlener en de overheid (onder meer OM, politie, FIOD, Belastingdienst). De opgevraagde gegevens worden direct doorgezet. Het betreft de volgende gegevens:

  • Identificerende gegevens, zoals bijvoorbeeld de naam, het registratienummer bij de Kamer van Koophandel, het adres en bij natuurlijke personen de geboortedatum.
  • Andere gegevens: gegevens over de uiteindelijk belanghebbende en de openings- en sluitingsdatum van een rekening of kluis.

Bescherming persoonsgegevens
Daar waar sprake is van uitwisseling van persoonsgegevens, dient op grond van de AVG een wettelijke grondslag aanwezig te zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt op grond van de AVG toezicht op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens die met het gebruik van het Verwijzingsportaal Bankgegevens is gemoeid.

Onder meer met het oog op de AVG zijn er volgens de memorie van toelichting voldoende veiligheidsmaatregelen genomen. Ook is een gegevensbeschermingseffect­beoordeling (PIA) uitgevoerd. Volgens de memorie zijn de eerder door BIT gesignaleerde kwalen opgelost.

De mensen wiens gegevens worden uitgewisseld, de ‘betrokkenen’ als bedoeld in de AVG, kunnen bij de bank of betaaldienstverlener terecht voor een antwoord op de vraag over welke gegevens de bank/betaaldienstverlener beschikt, aldus de memorie van toelichting. Mij lijkt dat de privacyverklaringen van deze financiële ondernemingen moeten vermelden dat zij door de overheid verplicht kunnen worden de persoonsgegevens via het Verwijzingsportaal Bankgegevens aan de overheid te verschaffen. Als een betrokkene bij de bank een inzageverzoek doet, kan het zijn dat de bank op grond van een wettelijk verbod niet mag melden dat er gegevens aan een opsporingsinstantie zijn verstrekt.

De betrokkene kan eveneens aan de aangesloten overheidsinstanties vragen over welke informatie zij beschikken. Zij zullen dit verzoek eveneens toetsen aan de hand van de wettelijke kaders die van toepassing zijn.

Advies Afdeling advisering Raad van State
De Afdeling advisering laat in het advies, dat op 29 mei 2o19 is uitgebracht, onder meer blijken dat de Afdeling zich grote zorgen maakt over onnodige gegevensverstrekking en aan de veiligheidsrisico’s rondom de gegevenssystemen van banken en overheidsinstanties. Volgens de Minister van Financiën is aan de kritiek aandacht besteed in de gewijzigde memorie van toelichting.

Kosten
Uit de memorie van toelichting leid ik af dat aan het Verwijzingsportaal zowel voor de overheid als voor de banken en betaalinstellingen forse kosten zijn verbonden. Het ministerie denkt dat het wetsvoorstel geen financiële gevolgen voor burgers heeft. Dat is alleen juist als de financiële instellingen de kosten niet doorberekenen…

Inwerkingtreding
Beoogd is de wet op 1 januari 2020, dus over minder dan een half jaar, in werking te laten treden. Dat lijkt ambitieus.

 

Meer informatie:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Financieel recht, onder meer Wft, Wtt, Fraude, witwasbestrijding, Wwft, Grondrechten, rechtsstaat e.d., ICT, privacy, e-commerce, Verwijzingsportaal Bankgegevens en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s