Bestrijding van het onrecht in de hele wereld II | Wet zorgplicht kinderarbeid

In de krant kwam ik er niets over tegen (of las ik er over heen?): begin juni is een wetsvoorstel “Wet zorgplicht kinderarbeid” door de Eerste Kamer aangenomen. Dat las ik in een nieuwsdienst voor juristen en was me niet eerder opgevallen. Het wekte nieuwsgierigheid bij me op: geldt die wet straks ook voor de bakker en de slager en geldt het ook voor kinderarbeid aan de andere kant van de aardbol? Dus maar eens kijken wat dit voor een wetsvoorstel is.

Gezocht en gevonden dat het wetsvoorstel dat aan de Eerste Kamer is voorgelegd op 8 februari 2017 is gepubliceerd. Het blijkt een megalomane wet te zijn die verplichtingen oplegt aan iedere ‘onderneming‘:

een onderneming in de zin van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 of elke entiteit die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en wijze waarop zij wordt gefinancierd

 

Na twee definitie artikelen komt in artikel 3 van het voorstel eerst het toezicht aan de orde. In het artikel daarna staat pas de verplichting voor de ondernemer, de kern is dat ieder ondernemer een verklaring van goed gedrag moet inschrijven in het handelsregister, zo begrijp ik uit leden 1 en 2 van artikel 4:

1. Elke in Nederland gevestigde onderneming die goederen of diensten aan Nederlandse eindgebruikers verkoopt of levert, verklaart dat zij gepaste zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 5 betracht om te voorkomen dat die goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand komen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op niet in Nederland gevestigde ondernemingen die goederen of diensten aan Nederlandse eindgebruikers verkopen of leveren.

2. De onderneming zendt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, na inschrijving in het handelsregister onverwijld aan de toezichthouder. Ondernemingen die reeds ingeschreven staan bij het handelsregister zenden de verklaring binnen zes maanden na het in werking treden van deze wet toe aan de toezichthouder. De onderneming die niet in het Europese deel van Nederland is gevestigd en die niet wordt ingeschreven in het handelsregister, zendt de verklaring aan de toezichthouder binnen zes maanden nadat de onderneming voor de tweede keer in een bepaald jaar goederen of diensten levert aan eindgebruikers in Nederland.

 

Of misschien slaat dat “na inschrijving in het handelsregister” in lid 2 op de inschrijving als zodanig van de onderneming in het handelsregister, want in lid 5 van artikel 4 staat dat de toezichthouder (elders las ik dat dit de ACM zal zijn) de verklaringen in een openbaar register op de website publiceert.

De wetgever hanteert een aparte gedachtegang: waarom moet iedere onderneming een verklaring bij de ACM deponeren? Ondernemingen worden geacht de wet te kennen en hebben allerlei verplichtingen zonder dat zij verklaringen hoeven af te leggen. Waarom hier die verklaring?

Na de verklaring volgt de gedragsverplichting van de ondernemer. In artikel 5 staat een zeer vaag geformuleerde verplichting:

1. De onderneming die met inachtneming van het bepaalde krachtens het derde lid onderzoekt of er een redelijk vermoeden bestaat dat de te leveren goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen en die in geval van het bestaan van een redelijk vermoeden, een plan van aanpak vaststelt en uitvoert, betracht gepaste zorgvuldigheid. De onderneming die goederen of diensten afneemt van een onderneming die een verklaring als bedoeld in artikel 4 heeft afgegeven, betracht eveneens gepaste zorgvuldigheid ten aanzien van de desbetreffende goederen of diensten. De onderneming die alleen goederen of diensten afneemt van ondernemingen die een verklaring als bedoeld in artikel 4 hebben afgegeven, betracht eveneens gepaste zorgvuldigheid en hoeft geen verklaring als bedoeld in artikel 4 af te geven.

2. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, is gericht op bronnen die voor de onderneming redelijkerwijs kenbaar en raadpleegbaar zijn.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden, met inachtneming van de ILO-IOE Child Labour Guidance Tool for Business, nadere eisen gesteld aan het onderzoek en aan het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid.

4. Onze Minister kan een gezamenlijk plan van aanpak dat tot doel heeft om daarbij aangesloten ondernemingen gepaste zorgvuldigheid te laten betrachten om te voorkomen dat goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand komen, en dat tot stand komt tussen één of meer maatschappelijke organisaties, organisaties van werknemers of organisaties van werkgevers, goedkeuren. Een onderneming die handelt in overeenstemming met een door Onze Minister goedgekeurd gezamenlijk plan van aanpak, betracht gepaste zorgvuldigheid.

 

In artikel 6 de vrijstelling en daarna komt in artikel 7 de onvermijdelijke bestuurlijke boete, het panacee waar het parlement vaak naar grijpt omdat het zo ‘gemakkelijk’ is. Gelukkig treedt de wet niet eerder dan 1 januari 2020 in werking, zo lees ik in artikel 12.

Gaan alle ‘ondernemingen’ begrijpen wat hier de bedoeling van is en gaan zij er in slagen er iets van terecht te brengen. Wat een bizarre wet!

Helaas ontbreekt mij de tijd om de parlementaire geschiedenis te lezen om te zien wat er achter zit om deze verplichting aan een dergelijke brede groep ondernemingen op te leggen en wie zullen worden vrijgesteld. Ik weet zeker dat het midden- en kleinbedrijf hier op zat te wachten, nu de regeldruk nog lang niet hoog genoeg is (grapje).

 

Tip 1 voor de overheid: even wachten met invoeren tot er een goede database door de overheid is gemaakt, waarin alle ondernemers kunnen vinden in welke landen en door welke bedrijven kinderarbeid plaats vindt.

Tip 2 voor de overheid: laat die malle verklaring die bij de ACM gedeponeerd moet worden vervallen en zet in de Grondwet dat iedere burger op 18 jarige leeftijd een burgerschapsverklaring moet tekenen waarin onder meer is opgenomen dat kinderarbeid wordt bestreden.

 

Meer informatie:

Stemverhoudingen:

  • In de Tweede Kamer stemden voor deze wet: de SP, de PvdD, de PvdA, GroenLinks, D66, 50PLUS, Klein, de Groep Kuzu/Öztürk, Houwers, Monasch, de SGP en de ChristenUnie.
  • In de Eerste Kamer werd voorgestemd door: ChristenUnie, PvdA, GroenLinks, PvdD, 50PLUS, OSF, SP en D66; tegen stemden SGP, VVD, Fractie-Duthler, CDA en PVV.

Documenten:

Overig:

Over Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Verbonden aan Pellicaan Advocaten, http://www.pellicaan.nl/, kantoor Rotterdam, telefoon 088-6272287, fax 088-6272280, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl ||| Weblogs: algemeen: https://ellentimmer.com/ || modernisering ondernemingsrecht: http://flexbv.wordpress.com/
Dit bericht werd geplaatst in Bestuursrecht, Handelsrecht, Internationale handel en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s